Groot Gezin
De school
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

95. Persberichten


95.1. Animal School

Animal School.

95.2. Basisschool krijgt geld voor opvang

    26-06-2006 Basisscholen krijgen voor het komende schooljaar in totaal 50 miljoen euro in verband met voor- en naschoolse opvang. Ze kunnen met dat geld een coördinator aanstellen die de wensen van de ouders inventariseert.

    Vanaf het schooljaar 2007-2008 moeten kinderen van werkende ouders via school opvang kunnen krijgen.Als de ouders het niet nodig vinden, hoeft de school niets te regelen.Scholen die willen,mogen het komende schooljaar al beginnen.

    Naar aanleiding van de inventarisatie zal het kabinet bepalen hoeveel geld de basisscholen structureel nodig hebben voor de voor- en naschoolse opvang.


95.3. Opleiding zonder perspectief

Vanochtend, 13 febr 2006, op radio 1 en 3 artikelen in Algemeen Dagblad: Hans de Boer, voorzitter Taskforce jeugdwerkloosheid wil dat MBO opleidingen geen studenten meer toelaten tot opleidingen die opleiden tot werkloosheid. Hij doelt op opleidingen sport en bewegen, mode, theater en communicatie.

Hoewel het ieders verantwoordelijkheid is om na te gaan of een studie arbeidsperspectief biedt, krijg ik er toch weer een rare smaak van in de mond. Er worden dus 15 en 16 jarigen naar "leuke" opleidingen gestuurd, die geen arbeidsperspectief bieden. Vaak hebben de ouders ook onvoldoende zicht hierop. Wanneer nemen ROC's hiervoor ook eens verantwoordelijkheid? In het AD artikel valt al meteen het bezwaar "vrijheid van keuze van onderwijs". Dat moge zo zijn, maar je kunt toch ll en ouders wel waarschuwen dat deze opleiding weinig toekomstperspectief biedt?

Ineke

95.4. Meeste ouders positief over school van hun kind

(Persbericht 21-12-2004)

Ouders over opvoeding en onderwijs.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Ouders over opvoeding en onderwijs die op dinsdag 21 december jl. is verschenen. In het rapport geven de onderzoekers drs. Lex Herweijer en dr. Ria Vogels een beeld van de opvattingen over opvoeding en onderwijs van ouders van leerlingen in het basis- en het voortgezet onderwijs. Zij baseren zich daarbij grotendeels op de resultaten van een enquête onder ruim 1200 ouders met kinderen in het basisonderwijs en een iets kleiner aantal ouders met kinderen in de eerste vier leerjaren van het voortgezet onderwijs.

Schoolkeuzemotieven: in principe kwaliteit, uiteindelijk toch vaak sfeer en bereikbaarheid
Bij de keuze van een basisschool vinden ouders de kwaliteit van het onderwijs in principe het belangrijkst. Levensbeschouwelijke overwegingen, de bereikbaarheid en ook de aanwezigheid van naschoolse opvang zijn in principe minder belangrijk.

Toch geven bij de uiteindelijke keuze de sfeer en de bereikbaarheid van een school vaak de doorslag.

In het protestants-christelijk onderwijs en bij de kleine christelijke richtingen is de levensbeschouwing het meest genoemde argument voor de uiteindelijke schoolkeuze. Er is weinig verschil tussen de keuzemotieven voor katholiek en openbaar onderwijs.

In het voortgezet onderwijs is de wens van het kind de allerbelangrijkste keuzeoverweging voor een bepaalde school.

Schoolkeuze: groeiend aantal ouders zonder richtingsvoorkeur
Een groeiend aantal ouders heeft geen uitgesproken voorkeur voor de ‘richting’ van de school van hun kind. In 1990 had 7% van de ouders van leerlingen in het basisonderwijs geen voorkeur, in 2000 was dat aandeel toegenomen tot 15%. Voor ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeg in diezelfde periode het percentage van 8% naar ruim 20%. Bij de ouders die wel een voorkeur voor een richting hebben, heeft de gekozen school in ongeveer één op de vier gevallen (basisonderwijs 23%, voortgezet onderwijs 28%) niet de gewenste richting.

In deze cijfers zijn Turkse en Marokkaanse ouders niet inbegrepen. Ongeveer één op de drie Turkse en Marokkaanse ouders heeft een voorkeur voor Islamitisch basisonderwijs. De helft daarvan heeft daadwerkelijk kunnen kiezen voor een Islamitische basisschool. Het openbaar onderwijs is echter de grootste voorkeursrichting onder Turkse en Marokkaanse ouders. De beschikbare cijfers wijzen niet op een groeiende voorkeur voor Islamitisch onderwijs onder deze groepen.

In het basisonderwijs heeft bijna één op de vijf ouders een voorkeur voor Jenaplan, Dalton- of Montessori onderwijs. Eén op de tien ouders heeft ook daadwerkelijk gekozen voor dat type onderwijs.

Meeste ouders positief over de school van hun kind
Vier van de vijf ouders zijn positief over de kwaliteit van de school van hun kind. Kwaliteitsonderdelen als de leerresultaten, het stimuleren van zelfstandig leren en werken en ook het optreden tegen probleemgedrag worden positief beoordeeld (‘goed’ of ‘zeer goed’).

Minder tevreden zijn ouders over de aandacht van de school voor hoogbegaafde leerlingen, voor leerlingen met een leerprobleem en voor de wensen van de ouders. Overigens is slechts een minderheid van de ouders (basisonderwijs 26%, voortgezet onderwijs 40%) voorstander van opvang van leerlingen met problemen binnen het gewone onderwijs.

Een punt van zorg onder ouders blijft verder het onderhoud en de schoonmaak van de school.

Ongeveer één op de tien ouders in het basis- en voortgezet onderwijs is ronduit ontevreden met de kwaliteit van de school. Eén op de veertien leerlingen stapt uit onvrede over naar een andere basisschool. In het voortgezet onderwijs gebeurt dit aanzienlijk minder vaak.

Ouders zien zichzelf als hoofdverantwoordelijke voor bijbrengen van goede manieren
Een kleine meerderheid (53%) van de ouders vindt dat de school een opvoedkundige taak moet vervullen. Ouders zien zichzelf als hoofdverantwoordelijke voor taken als het bijbrengen van goede manieren en het ontwikkelen van een levensbeschouwing. In de ogen van scholen maken ouders die verantwoordelijkheid echter onvoldoende waar, waardoor scholen het gevoel hebben steeds meer te worden opgezadeld met opvoedkundige taken.

Een ruime meerderheid van de ouders is voorstander van een gedeelde verantwoordelijkheid van school en gezin wanneer het gaat om het leren rekening houden met anderen, het bijbrengen van respect voor andere culturen en het bijbrengen van belangstelling voor cultuur en politiek.

Verschillen in opvoedings- en onderwijsdoelen van hoger en lager opgeleide ouders
Hoewel er veel steun is voor opvoedingsdoelen die te maken hebben met het ideaal van zelfbeschikking en met sociaal gevoel, zijn ook conformistische opvoedingsdoelen (gehoorzaamheid, goede manieren) voor veel ouders belangrijk. Prestatiedoelen worden in de opvoeding minder belangrijk gevonden.

De conformistische opvoedingsdoelen lijken overigens een comeback te maken onder jongere ouders.

Bij de schoolkeuze letten lager opgeleide ouders vooral op de gerichtheid op prestaties; hoger opgeleide ouders letten meer op de kindgerichtheid van het onderwijs.

Segregatie
Door versterking van de vrije schoolkeuze en van de inbreng van ouders in de school neemt de kans toe dat gelijkgestemde ouders elkaar opzoeken. Dit kan leiden tot een scherpere scheiding tussen kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen. Scholen met een individueel en breed gericht vormingsaanbod zullen vooral kinderen van hoger opgeleide ouders trekken, scholen met een meer op prestatie en discipline gerichte aanpak zullen vooral lager opgeleide en allochtone ouders aantrekken.

95.5. Onderwijsverslag: minister pakt scholen aan; grote tevredenheid over kwaliteit

In de Trouw van 17-04-2003 lezen we het artikel Minister pakt scholen aan. Doel hiervan is: het aantal instellingen dat onder de maat presteert terugdringen. Want, zegt minister van der Hoeven: de besturen beseffen onvoldoende het probleem van zwakke scholen. Volgens het onderwijsverslag van de onderwijsinspectie van 2002 staat 4% van de basisscholen en 3% van de middelbare scholen bekend als zwak. Volgens de inspectie bedreigt het lerarentekort de kwaliteit van de scholen, in het bijzonder van scholen met veel achterstandsleerlingen, en op scholen waarvan de prestaties al onder de maat zijn.

De besturenkoepel voor het protestant-christelijk onderwijs zien echter niets in de plannen van de minister: met de scholen praten is beter dan van bovenaf beleid door te voeren, stellen zij.

Maar de inspecteur-generaal toont zich wel tevreden met het gemiddeld niveau van de Nederlandse leerlingen: internationaal scoren ze vaak erg hoog. In het Onderwijsverslag (in "De staat van het Nederlands onderwijs" onder de kop "verhoogde waakzaamheid") lezen we zelfs de opmerking:

    Daar komt bij dat veel ouders, misschien juist ómdat de basale kwaliteit zo goed op orde is, sterk letten op de zachte kanten van het onderwijs.
Tja, als je zo gaat interpreteren (misschien juist ómdat de basale kwaliteit zo goed op orde is), dan kun je toch niet echt veel vertrouwen in hebben dat de beleidsmakers in voldoende mate met gezonde zelfkritiek te werk gaan!

Overigens, het lijkt soms wel eens alsof de beleidsmakers de enigen zijn die zo lopen te juichen over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Anderen klagen juist sterk over de achteruitgang van dit onderwijs.

De harde lijn van de minister richting scholen die onder de maat presteren komt dan toch wel wat vreemd over. Zou de minister niet eens de hand in eigen boezem moeten steken, of in elk geval laten zien dat dit een onderdeel van de te nemen maatregelen is?

95.6. Tekort drijft onderwijs naar afgrond

In de Gelderlander van 17-04-2003 het bericht: Tekort drijft onderwijs naar afgrond. Een korte samenvatting:
    1. Volgens onderwijsverslag van de onderwijsinspectie kreeg in 2002 4% van de scholen in het primair en voortgezet onderwijs een onvoldoende. 15 procent van de scholen verkeert in de gevarenzone.
    2. Er is een toenemende 'functioneel analfabetisme': een groeiende groep volwassenen van tussen de zestien en 24 jaar niet in staat is om eenvoudige medische bijsluiters of andere dagelijkse informatie te lezen.
      (Hoe zou het trouwens zitten met rekenen, wie kan er nog een eenvoudige staartdeling maken?)
    3. Het lerarentekort zal steeds groter worden. De instroom van nieuwe studenten aan de lerarenopleidingen is te laag en de helft van de studenten heeft meer dan vijf jaar nodig voordat ze klaar zijn. Hiervan gaat maar 61% voor de klas staan. Na anderhalf jaar is bijna de helft afgehaakt.
    4. De kwaliteit van veel lerarenopleidingen laat te wensen over.
    5. De kwaliteit van de zij-instromers laat te wensen over.
    6. Door het lerarentekort krijgen leerlingen die extra aandacht nodig hebben, deze niet. Dat leidt tot spijbelen, en een hoog risico uit te vallen. 35% van de vmbo-leerlingen gaat zonder diploma de arbeidsmarkt op.

95.7. Scholen onder druk

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft een studie gedaan naar Scholen onder druk. Hieronder het bijbehorende persbericht:
    • Scholen voor basis- en voortgezet onderwijs staan de laatste jaren onder druk als gevolg van toenemende en soms tegenstrijdige eisen enerzijds en beperkte mogelijkheden en moeilijker condities anderzijds.
    • Zo zijn scholen de afgelopen 15 jaar geconfronteerd met een opeenstapeling van eisen, wensen en verwachtingen, zowel van de rijksoverheid als van maatschappelijke organisaties, ouders en sinds kort ook gemeenten. Het gaat om eisen en wensen ten aanzien van de inhoud van het onderwijs, de pedagogisch-didactische aanpak, de onderwijsresultaten van zowel de leerlingen als de school, samenwerking met voorschoolse en buitenschoolse voorzieningen en de positie van ouders.
    • De vele claims komen voort uit uiteenlopende overwegingen, bijvoorbeeld maatschappelijke (achterstanden, werkende ouders), economische (kostenbeheersing, doelmatigheid), ideologische (gelijke kansen, een gemeenschappelijk onderwijsaanbod) en bestuurlijke (autonomie, verantwoording en meer invloed van ouders). Ze staan daarom nogal eens op gespannen voet met elkaar. Eisen en wensen van de overheid lopen ook lang niet altijd parallel aan de wensen van de ouders.
    • De diversiteit in gezinsomstandigheden en opvoedingspraktijken is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Gezinnen verschillen niet alleen naar betrokkenheid bij en belangstelling voor de school, maar er bestaan ook verschillen in het gebruik dat kinderen maken van kinderopvang of van sportieve of culturele activiteiten na schooltijd. Kinderen die met het oog op hun cognitieve en sociale ontwikkeling de meeste baat zouden hebben bij dit soort activiteiten, nemen er het minst aan deel. Ook over de taak van de school zijn er uiteenlopende opvattingen.
    • Op lokaal niveau worden er de laatste tijd steeds meer functies aan de school toebedacht. Veel gemeenten werken aan een preventief en/of integraal jeugdbeleid, veiligheidsbeleid, integratiebeleid of sociaal beleid. De school neemt in die beleidsplannen vaak een centrale plaats in.
    • In de toerusting van scholen (personeel, materieel, huisvesting) was er de afgelopen decennia sprake van stagnatie, terwijl de condities waaronder scholen moeten werken complexer zijn geworden (schaalvergroting, toenemende concurrentie, meer eigen verantwoordelijkheid, veranderende leerlingenpopulatie, mondiger ouders).
    • Overheden proberen de druk op scholen te verlichten door verbeteringen aan te brengen in de toerusting (bv. klassenverkleining, computers) of door op lokaal niveau samenwerking tussen scholen en andere instellingen te bevorderen (brede school). Verbeteringen in de toerusting brengen echter meestal hoge kosten met zich mee, terwijl condities slechts ten dele door de overheid zijn te beïnvloeden.
    • De druk op scholen kan evenwel ook worden verminderd door prioriteiten te stellen in de beleidsambities en door van overheidswege duidelijker aan te geven tot hoever de verantwoordelijkheid van de school reikt. Voorgesteld wordt onder meer om het huidige, brede curriculum in te perken tot een kerncurriculum en daarnaast de verschillende verantwoordelijkheden van school, ouders en gemeente duidelijker af te grenzen.

    Aldus enkele conclusies en voorstellen uit de studie Scholen onder druk. Op zoek naar de taak van de school in een veranderende samenleving van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De studie werd ingegeven door bezorgdheid over de positie van scholen. Uit rapporten van de onderwijsinspectie en uit onderzoek blijkt telkens weer hoe groot de afstand is tussen de beleidsambities en de dagelijkse onderwijspraktijk. Als gevolg van alle eisen, wensen en verwachtingen dreigt de kerntaak van de school - het geven van goed onderwijs - in het gedrang te komen. De studie mondt uit in een model waarin de verschillende verantwoordelijkheden van overheden (rijk en gemeente), scholen, ouders en buitenschoolse instellingen duidelijk worden afgebakend.

    Doel van de studie is daarover een discussie los te maken.

    Veranderingen in eisen en wensen

    De onderwijsinhouden in het basisonderwijs en de eerste leerjaren van het voortgezet onderwijs (basisvorming) zijn de afgelopen jaren sterk verbreed. Er trad bovendien een verschuiving op van kennis naar vaardigheden en naar attitudevorming. Ten aanzien van de pedagogisch-didactische aanpak wordt al sinds de jaren zeventig gepleit voor een verschuiving van klassikaal onderwijs naar 'onderwijs op maat', terwijl sinds kort van de scholen wordt verwacht dat zij de omslag maken van onderwijzen naar zelfstandig leren (studiehuis).

    Ook in de eisen en wensen ten aanzien van de onderwijsresultaten traden verschuivingen op: van gelijke kansen voor leerlingen met verschillende sociale en culturele achtergronden (evenredige deelname aan hogere opleidingsniveaus) naar een grotere aandacht voor individuele prestaties. In de jaren negentig werd duidelijk dat niet alleen leerlingen maar ook scholen verschillen als het om resultaten gaat. Basisscholen moeten opbrengstgerichter gaan werken (kerndoelen, leerlingvolgsystemen, toetsen,). Als gevolg van bestuurlijke ontwikkelingen moeten scholen sinds kort ook publieke verantwoording afleggen over hun resultaten.

    Aan de recentelijk toegenomen beleidsaandacht voor voorschoolse en buitenschoolse voorzieningen in en rond de school liggen eveneens maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen ten grondslag: de grote onderwijsachterstanden van met name allochtone kinderen, de groeiende arbeidsparticipatie van moeders, de toenemende segregatie in buurten en scholen, de onveiligheid, de decentralisatie van onderwijstaken naar gemeenten en het grote-stedenbeleid. Scholen moeten met vele verschillende instanties samenwerken.

    Eisen en wensen ten aanzien van de invloed van ouders waren ook aan veranderingen onderhevig. Ouders worden van ouds beschouwd als dragers van de vrijheid van onderwijs. In de jaren zeventig kwam daar de roep om medezeggenschap bij. Sinds de jaren tachtig worden ouders in toenemende mate gezien als consumenten die op basis van vergelijkende productinformatie een school voor hun kinderen kiezen. Ouders uit achterstandsgroepen en etnische minderheden worden sinds kort vooral benaderd als potentiële participanten (taalcursussen, opvoedingsondersteuning, voorschoolse projecten).

    De eisen en wensen ten aanzien van de verschillende onderwerpen komen voort uit uiteenlopende overwegingen (maatschappelijke, ideologische, onderwijskundige, economische, bestuurlijke), worden veelal onafhankelijk van elkaar geformuleerd en buitelen in de onderwijspraktijk als het ware over elkaar heen.

    Moeilijk verenigbare eisen en claims

    Scholen moeten bijdragen aan een verhoging van het opleidingsniveau van de jeugd en tegelijkertijd kinderen met leer- en gedragsproblemen zo lang mogelijk zelf opvangen. Scholen ervaren grote verschillen in aanleg, motivatie en inzet bij hun leerlingen, maar worden geacht alle leerlingen een gemeenschappelijke onderwijsinhoud aan te bieden. Scholen worden aan de ene kant geacht aan te sluiten bij de opvoeding in het gezin die soms nog traditioneel is en op aanpassing en gehoorzaamheid gericht, maar moeten aan de andere kant moderne didactische methoden gebruiken die uitgaan van autonomie en gericht zijn op zelfstandig leren. Scholen ontmoeten in de medezeggenschapsraad ouders die willen meedenken over het schoolbeleid, maar worden tegelijkertijd geconfronteerd met eisen stellende ouders die zich als consument opstellen. Scholen zijn in de eerste plaats onderwijsinstellingen, maar worden ook geacht een functie te vervullen als centrum van de buurt.

    Stagnatie in de toerusting en moeilijker condities

    In de toerusting van scholen voor basis- en voortgezet onderwijs trad als gevolg van teruglopende leerlingenaantallen en bezuinigingsrondes in de jaren zeventig en tachtig stagnatie op. De gemiddelde leeftijd van het personeel is inmiddels ruim 45 jaar; veel docenten werken al zo'n twintig jaar in het onderwijs. Aan nascholing van docenten is de afgelopen decennia weinig gedaan. Er was meer aandacht voor managementcursussen voor schoolleiders. In het basisonderwijs hebben scholen onvoldoende middelen om de methodes en het lesmateriaal regelmatig te vernieuwen. In het voortgezet onderwijs komen de kosten van de nieuwe leermiddelen voor rekening van de ouders. Ook de huisvesting van scholen is in veel gevallen ontoereikend om de gewenste vernieuwingen te kunnen realiseren. Pas sinds kort is er weer sprake van extra investeringen om de ernstigste tekorten in de toerusting weg te werken.

    De condities waaronder scholen moeten werken zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verzwaard. De leerlingenpopulatie stelt hogere eisen, niet alleen als gevolg van een gewijzigde samenstelling, maar ook door veranderingen in gezin- en opvoedingssituaties. De onderwijsaspiraties van ouders en leerlingen stegen. De bestuurlijke drukte nam sterk toe (als gevolg van fusies, bovenschoolse bestuurlijke verbanden, meer beleidsruimte en verantwoordingsverplichtingen en meer samenwerking met allerlei buitenschoolse instanties). Dat laatste gaat ten koste van de tijd en aandacht voor het onderwijs zelf.

    De pedagogische taak van de school

    Over de reikwijdte van de pedagogische taak van de school wordt verschillend gedacht, niet alleen door ouders, maar ook door leerkrachten en andere deskundigen. Kinderopvang na schooltijd vindt een meerderheid van de ouders geen taak voor de school, het bijbrengen van goede manieren evenmin; ook het bijbrengen van gezonde leefgewoonten wordt door het merendeel van de ouders overwegend als een taak voor het gezin gezien. Bij andere taken (bv. kinderen leren rekening te houden met anderen, respect bijbrengen voor mensen uit andere culturen, kinderen met psychische problemen helpen of kinderen vormen tot evenwichtige mensen) wenst het merendeel van de ouders een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van school en gezin. Laag-opgeleide ouders zien vaker een taak voor de school weggelegd dan hoger opgeleide ouders; bij levensbeschouwing en seksuele vorming is de religieuze achtergrond van de ouders van belang. Ouders hebben op veel gebieden behoefte aan pedagogisch partnerschap met de school. Toch is er ook sprake van de wederzijdse kritiek. Docenten vinden dat ouders te weinig regels stellen, consequenter zouden moeten optreden en kinderen meer rust en regelmaat zouden moeten bieden. Ouders betreuren het dat er alleen wordt gesproken over opvoeding als er problemen zijn. Leerkrachten in het basisonderwijs hebben in het algemeen minder moeite met een brede pedagogische taakstelling dan docenten in het voortgezet onderwijs.

    Tegenstanders van een brede taakopvatting van de school vinden dat verbreding ten koste gaat van de kerntaken van de school en dat de school zich zou moeten beperken tot overdracht van universele waarden, zoals die in de Grondwet zijn neergelegd. Voorstanders zijn van mening dat onderwijs per definitie waardegebonden is en dat sociale vorming niet ten koste mag gaan van het cognitieve leren.

    Door de verschuiving van cognitieve kennis naar vaardigheden en attitudevorming komen er steeds meer raakvlakken tussen het onderwijs op school en de opvoeding thuis. Daardoor neemt ook de kans op meningsverschillen en conflicten tussen scholen en ouders toe.

    Steeds meer functies voor de school

    De onderwijsfunctie is vanouds de kernfunctie van de school. Ook opvoeding behoort traditioneel tot de taak van de school, zij het dat over de reikwijdte hiervan de meningen zijn verdeeld. De school wordt daarnaast ook gezien als plaats waar tekorten in de opvoeding (bv. sport, cultuur) kunnen worden gecompenseerd. Sinds enige tijd vinden er op sommige scholen na schooltijd sportieve en culturele activiteiten plaats. De vindplaatsfunctie van scholen was lange tijd beperkt tot het opsporen van leer- en ontwikkelingsproblemen, zoals dyslexie; deze functie wordt voortdurend uitgebreid (bv. seksueel misbruik). Aan de school wordt de laatste tijd ook een integratiefunctie toegekend (de school als ontmoetingsplaats voor diverse (etnische) bevolkingsgroepen). Vanwege de toenemende segregatie in buurten en scholen valt die functie echter steeds moeilijker te vervullen. Opvoedingsondersteuning en kinderopvang worden pas de laatste tijd als functie voor scholen gepropageerd, zowel vanuit het lokaal achterstandenbeleid als vanuit het emancipatie- en arbeidsmarktparticipatiebeleid. Hierbij ziet men de school overigens meer als accommodatie dan als verantwoordelijke instantie. Zo'n accommodatiefunctie wordt ook aan de school toegedacht in het kader van het streven naar ontkokering en integraal beleid (de school als centrum van de buurt).

    Reacties op druk

    Door de combinatie van toenemende en soms tegenstrijdige eisen en wensen enerzijds en beperkte mogelijkheden en moeilijker condities anderzijds komen scholen steeds meer onder druk te staan. Scholen proberen daar op verschillende manieren een oplossing voor te vinden: ze passen de breedte of het niveau van het onderwijsaanbod aan de mogelijkheden van de leerlingen aan, negeren overheidswensen met betrekking tot nieuwe didactische werkwijzen, verscherpen de selectie (door leerlingen al bij binnenkomst in het voortgezet onderwijs op de laagst geadviseerde niveaugroep te plaatsen) of nemen extra taken op zich (ontbijtverstrekking). Dergelijke reacties zijn begrijpelijk, maar niet altijd in het algemeen belang of in het belang van de leerlingen.

    Verantwoordelijkheden niet langer duidelijk

    Terwijl de overheid aan de ene kant ouders meer mogelijkheden wil bieden om een school te kiezen die aansluit bij hun wensen en om mee te praten over het onderwijs op de eenmaal gekozen school, stuurt ze aan de andere kant uit een oogpunt van kwaliteit in toenemende mate op de inhoud van het onderwijs (bv. via kerndoelen) en op de pedagogisch-didactische aanpak (bv. het studiehuis), waardoor de vrijheid om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven steeds meer aan banden wordt gelegd. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen ouders (privaat) en overheid (publiek) is ondoorzichtig geworden. Scholen en daarin werkzame professionals moeten eisen en wensen van beide partijen zien te verenigen.

    De overheid probeert de spanning tussen claims en mogelijkheden te verminderen door extra middelen voor bijvoorbeeld klassenverkleining of via een aanpak als de brede school. Het is de vraag of dat voldoende is. Verbeteringen in de toerusting zijn in het algemeen zeer kostbaar omdat het om veel leerlingen en scholen gaat; condities vallen maar zeer ten dele te beïnvloeden. Er kan ook meer evenwicht tussen claims en mogelijkheden worden aangebracht door duidelijkheid te bieden ten aanzien van de taken en verantwoordelijkheden van de school.

    Naar een samenhangende en heldere verantwoordelijkheidsverdeling

    In de studie wordt een model geschetst bestaande uit drie concentrische cirkels: de binnenste cirkel bevat het kerncurriculum, de middelste cirkel verwijst naar het profieldeel van het curriculum en de buitenste cirkel omvat de voor- en buitenschoolse voorzieningen.

    De kerncurricula voor het basisonderwijs en de basisvorming worden door de rijksoverheid vastgesteld en omvatten de vaste en gemeenschappelijke leerdoelen voor alle leerlingen (de basiskennis die nodig is voor maatschappelijk functioneren en verder leren). Daarmee wordt het algemeen gedeelde publieke belang van onderwijs tot uitdrukking gebracht. De doelen zijn omschreven in termen van minimaal te behalen resultaten. Het kerncurriculum neemt een beperkt deel van de onderwijstijd in beslag (bv. 70%). Om de doelen te bereiken kunnen verschillende methodes nodig zijn. Scholen zijn vrij een methode te kiezen die past bij de aard van de leerlingenpopulatie. De overheid onthoudt zich op dit punt van richtinggevende voorschriften. Ouders hebben bij het kerncurriculum een klachtrecht.

    Door de inperking van het huidige brede curriculum tot een kerncurriculum ontstaat er ruimte voor scholen om een eigen profiel te kiezen. Via het profieldeel kan de school rekening houden met de kenmerken van de leerlingenpopulatie, inspelen op talenten van individuele leerlingen en tegemoet komen aan wensen van ouders. Ouders kunnen via schoolbestuur en medezeggenschapsorgaan invloed uitoefenen op de inhoud van het profieldeel. Vrijwillige eigen bijdragen kunnen uitsluitend ten behoeve van het profieldeel worden ingezet. Het profieldeel kan in de loop der tijd veranderen en biedt ruimte voor verscheidenheid.

    De doelen uit het kerncurriculum moeten in ieder geval worden gehaald. Kan dat niet in de beschikbare tijd dan moet ook de profieltijd worden ingezet. Aan scholen die zich volledig moeten toeleggen op het kerncurriculum en niet aan profielen toekomen - dat zullen in de regel scholen met veel leerlingen uit achterstandsgroepen zijn - wordt ter compensatie een buitenschools voorzieningenaanbod verbonden. Gemeenten zijn vanuit hun zorg voor achterstandsbeleid verantwoordelijk voor dit aanbod, zowel in financiële als organisatorische zin. Daarnaast dragen gemeenten ook zorg voor een algemeen, breed toegankelijk buitenschools aanbod. Ouders zijn bij de voorzieningen consument of participant.

U kunt reageren via onderstaand formulier, of via (wel even vermelden (1) waar u op reageert, en (2) de titel van uw bijdrage!). Uw reactie wordt dan op de website geplaatst.

Vragen, aanbiedingen en oproepen worden alleen geplaatst indien een geldig e-mail adres wordt ingevuld.

Uw naam:
Uw e-mail adres:
Titel van uw bijdrage:

Uw reactie:

Soms worden deze formulieren automatisch ingevuld door zogenaamde robots. Om te controleren dat u geen robot bent, vragen wij u de volgende som te maken: drie plus vijf is:. Het is voldoende het cijfer in te vullen.

Persberichten

  1. Animal School
  2. Basisschool krijgt geld voor opvang
  3. Opleiding zonder perspectief
  4. Meeste ouders positief over school van hun kind
  5. Onderwijsverslag: minister pakt scholen aan; grote tevredenheid over kwaliteit
  6. Tekort drijft onderwijs naar afgrond
  7. Scholen onder druk
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.