Groot Gezin
Maatschappij
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

105. Combineren van beroep, gezin en privé-leven

Door het Europees Parlement is op 9 maart 2004 een besluit genomen over haar visie op Combineren van beroep, gezin en privé-leven. Dergelijke teksten zijn niet zo gemakkelijk te lezen. Toch is het niet verkeerd dit eens te proberen, er blijken soms heel verrassende dingen in te staan, dingen waar je echt wat aan hebt. Het grote gezin wordt zelfs een aantal malen met name genoemd!

Voor de volledigheid, het Europees Parlement doet aanbevelingen aan de Commissie (de Europese regering).

We proberen deze resolutie op een overzichtelijke manier weer te geven. De resolutie bestaat uit 3 delen:

  1. Het eerste deel geeft aan waarom de resolutie is opgesteld.
  2. In het tweede deel wordt aangegeven welke overwegingen tot het besluit hebben geleid.
  3. Het derde deel, ten slotte, geeft het besluit.
Van de redenen om de resolutie op te stellen, noemen we hier alleen de volgende 2: De overwegingen

We vatten de overwegingen samen:

  1. de bevordering van de werkgelegenheid en de verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden vormt een van de doelstellingen van de Europese Gemeenschap.

  2. de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft.

  3. bescherming bieden aan mannelijke en vrouwelijke werknemers bij de uitoefening van rechten die verbonden zijn aan vaderschap, moederschap of het combineren van het beroeps- en gezinsleven.

  4. de situatie op het gebied van gelijke kansen in al haar facetten moet worden verbeterd, met name door de combinatie van werk en gezin te vergemakkelijken. Deze maatregelen ertoe zouden moeten bijdragen dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in 2010 hoger is dan 60%.

  5. de lidstaten moeten hindernissen voor de deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt uit de weg ruimen en voor 2010 voorzien in kinderopvang
    • voor ten minste 90% van de kinderen tussen drie jaar en de leerplichtige leeftijd,
    • en voor ten minste 33% van de kinderen onder drie jaar,
    De opvang moet zowel in de stad als op het platteland in dezelfde mate voorhanden zijn.

  6. de lidstaten hebben zich ertoe hebben verbonden "mannen en vrouwen in staat te stellen werk- en gezinstaken te combineren" (zie het actieprogramma van Peking).

  7. een betere balans tussen beroeps- en privé-leven draagt bij tot
    • de ontplooiing van mannen en vrouwen,
    • de verhoging van
      • de arbeidsparticipatie van vrouwen
      • en derhalve van de totale arbeidsparticipatie,
      • en het op peil houden van het geboortecijfer,

  8. het bedrijfsleven moet het combineren van het beroeps-, gezins- en privé-leven niet beschouwen als een kostenpost, maar als een nuttige en relevante investering die bevorderlijk is voor de groei op lange termijn,
  9. vrouwen moeten de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen werken, zelfs als ze kinderen hebben, of niet-werken,

  10. de rechten van het kind vormen een van de sleutelelementen van het gezinsbeleid moeten vormen,

  11. Bevolking:
    • 17% van de bevolking in de Europese Unie jonger is dan 15 jaar en 16% ouder is dan 65 jaar,
    • het aantal personen met een handicap ligt tussen 10 en 12% van de bevolking
    • ten minste 15% van de kinderen kampt in meerdere of mindere mate met specifieke leerproblemen (dyslexie, lichte apraxie, rekenstoornissen, concentratieproblemen)
De besluiten

Na deze overwegingen komt het Europees Parlement tot een lijst van 33 standpunten.

  1. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie
    • de richtlijnen voor de werkgelegenheid in de praktijk te brengen

    • en de leesbaarheid te verbeteren van de actieprogramma's waarmee actieve maatregelen ten behoeve van de gelijke kansen op de nationale arbeidsmarkten worden gecofinancierd;

  2. Het Europees Parlement wijst erop dat de goedkeuring van beleid en maatregelen gericht op het combineren van werk en gezin een cruciale bijdrage zal leveren aan het aanpakken van het demografische probleem waarmee de meeste lidstaten te kampen hebben;

  3. Het Europees Parlement is van oordeel dat:
    • het gezinsbeleid de voorwaarden moet scheppen die het mogelijk maken dat de ouders meer tijd met hun kinderen kunnen doorbrengen;
    • een evenwichtiger verdeling van het verrichten van betaalde arbeid en de zorg voor de eigen kinderen zal in veel gevallen een beter contact tussen ouders en kinderen opleveren en ook positieve gevolgen hebben voor de gezinsvorming en een verhoogde gezinsstabiliteit;
    • is van mening dat een algemene reductie van de dagelijkse arbeidstijd de beste manier is voor het combineren van beroeps- en gezinsleven;

  4. Het Europees Parlement is ervan overtuigd dat de grote salariskloof tussen mannen en vrouwen zowel een belangrijke oorzaak is van, als veroorzaakt wordt door de huidige ongelijke arbeidsverdeling en -waarde tussen mannen en vrouwen;

  5. Het Europees Parlement moedigt de Commissie aan om op basis van de in 2000 door de Raad goedgekeurde indicatoren betreffende de combinatie van het gezins- en beroepsleven een follow-upverslag op te stellen over de stand van zaken in de lidstaten en de toetredingslanden, en moedigt tevens de lidstaten aan om verschillende samenwerkingsvormen alsmede netwerken te ontwikkelen voor de uitwisseling van goede praktijken om een exact beeld te krijgen van de werkelijke situatie;

  6. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden hun nationale systemen voor gegevensverzameling nog eens tegen het licht te houden en die geleidelijk verder te ontwikkelen, zodat er jaarlijks statistieken over de negen door de Raad in 2000 goedgekeurde indicatoren kunnen worden verstrekt;

    Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden daarnaast internetsites op te zetten met gegevensbanken over de bestaande ondersteuningsstructuren;

  7. Het Europees Parlement moedigt de lidstaten en de toetredingslanden aan het effect van hun gezinsbeleid te beoordelen ("family mainstreaming"); roept hen ertoe op "gender mainstreaming" en "family mainstreaming" te scheiden; verzoekt daarnaast de Commissie om in het kader van haar mededeling over "effectbeoordeling" uit 2002 (COM(2002) 276), de verschillende dimensies en definities van "gezin" mee te laten wegen bij de beoordeling van het maatschappelijk effect van de voorgestelde maatregelen;

  8. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie met klem de nodige maatregelen te treffen voor het opstellen van een kaderrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het combineren van het beroeps-, gezins- en privé-leven om uitvoering te geven aan de resolutie ad hoc van de Raad van 29 juni 2000 en de conclusies van de Europese Raad van Barcelona;

  9. Het Europees Parlement roept de EU-instellingen op om de kansen te bevorderen van hun werknemers om werk, gezins- en privé-leven gedurende het hele leven te combineren, met vernieuwende modellen voor arbeidstijden en werkorganisatie, rekening houdend met het feit dat beide geslachten gelijke kansen en verantwoordelijkheden moeten hebben, en erop toe te zien dat, ten minste, het EU-acquis op het gebied van het sociaal beleid volledig wordt weerspiegeld in de arbeidsvoorwaarden van al hun werknemers;

  10. Het Europees Parlement roept de Commissie op om samen met de Europese sociale partners, de lidstaten, NGO's en vertegenwoordigers van de bij dit onderwerp betrokken commissies van het EP een jaarlijkse conferentie over het combineren van werk en privé-leven te organiseren, teneinde de geboekte vooruitgang in kaart te brengen, bestaande problemen te analyseren en daarvoor oplossingen te vinden;

  11. Het Europees Parlement beveelt aan dat de Commissie een bewustmakingscampagne voert en proefprojecten opzet voor de evenwichtige deelneming van mannen en vrouwen aan het beroeps- en gezinsleven;

  12. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden met klem voorlichtings- en bewustmakingscampagnes te bevorderen om een mentaliteitsverandering teweeg te brengen, gericht op een betere verdeling van de gezinstaken tussen de partners, bij de bevolking als geheel en de specifieke doelgroepen in het bijzonder;

  13. Het Europees Parlement stelt vast dat ook een particulier huishouden een gekwalificeerde baan op het gebied van huishoudelijk werk, kinderopvoeding en zorg kan bieden, en roept de lidstaten op het beroep van huishoudkundige een beter imago te geven;

  14. Het Europees Parlement stelt voor om in elke lidstaat en elk toetredingsland een gids uit te brengen voor de voorlichting aan en bewustmaking van sociale partners, ondernemers, human resources managers en mannelijke en vrouwelijke werknemers; een dergelijke gids moet aangeven waarom het zo belangrijk is voor het bedrijfsleven om goede praktijken die het eenvoudiger maken beroep en gezin te combineren, te stimuleren;

  15. Het Europees Parlement stelt vast dat er, naast de ondersteuning van ouders voor de opvang van hun kinderen en van personen die zorg nodig hebben in de vorm van reguliere toelagen of belastingverlagingen of -vrijstellingen, ook gezocht moet worden naar nieuwe wegen die ouders meer keuzevrijheid bieden, met name in de vorm van geldelijke steun en bonnen (vouchers voor gecombineerde opvang/onderwijs, dienstencheques voor het inschakelen van een thuishulp voor opvang, dienstenbonnen en coupons);

    daarnaast moet voor degenen die de gezinstaken en de kinderopvoeding op zich nemen, na de pensioengerechtigde leeftijd dezelfde sociale zekerheid gelden als voor personen die een beroepsactiviteit hebben uitgevoerd;

  16. Het Europees Parlement beveelt aan dat fiscaal beleid wordt goedgekeurd dat gezinnen niet discrimineert en dat gezinshuishoudens niet op grond van hun omvang extra belast; is ingenomen met het feit dat lidstaten, regionale en gemeentelijke autoriteiten reeds met succes in het kader van hun respectieve bevoegdheden beleid hebben goedgekeurd dat sociale richtsnoeren in deze zin omvat en is, zonder afbreuk te doen aan het subsidiariteitsbeginsel, van mening dat als in het kader van het fiscaal, parafiscaal en tariefbeleid discriminerende overwegingen een rol moeten spelen, deze positief van aard moeten zijn, ten gunste van het gezin en zijn integrerend vermogen moeten komen en grote gezinnen positief moeten discrimineren;

  17. Het Europees Parlement benadrukt tevens dat er in alle lidstaten en toetredingslanden bijzondere toelagen moeten komen, met name voor de volgende gevallen: gehandicapte kinderen, grote gezinnen, meerlinggeboorten en gezinnen met een laag inkomen waar ten minste drie kinderen worden onderhouden;

  18. Het Europees Parlement stelt vast dat eenoudergezinnen, waarbij de ouder in de meeste gevallen de moeder is, specifieke behoeften hebben en verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden dan ook hun steun aan deze gezinnen te verhogen, de aan kinderopvoeding bestede jaren zwaarder te laten wegen en zelfstandige socialezekerheidsrechten te waarborgen;

  19. Het Europees Parlement roept de huidige en de nieuwe lidstaten op om ondernemingen in het kader van een "audit voor een gezinsvriendelijke arbeidswereld" tot een gezinsgeoriënteerd personeelsbeleid aan te moedigen;

  20. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten in overweging te nemen om een deel van de uitgaven van bedrijven die bestemd zijn voor hun werknemers die een gezin onderhouden, voor rekening van de staat te laten komen; de middelen die dankzij deze belastingkorting vrijkomen zouden bijvoorbeeld ingezet kunnen worden voor
    • het stimuleren van deeltijdwerk,
    • het door het bedrijf bijdragen in de kosten van kinderopvang,
    • het werven van personeel voor vervanging tijdens zwangerschapsverlof,
    • vaderschapsverlof,
    • ouderschapsverlof,
    • enz.;

  21. Het Europees Parlement is verheugd over de conclusies van de Europese Raad van Barcelona, waarin de lidstaten nadrukkelijk worden opgeroepen hindernissen voor de deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt uit de weg te ruimen en voor 2010 te voorzien in kinderopvang voor ten minste 90% van de kinderen tussen drie jaar en de leerplichtige leeftijd, en voor ten minste 33% van de kinderen onder drie jaar;

    benadrukt niettemin dat het voor het halen van deze doelstellingen nodig is dat de nationale, regionale en lokale overheden overgaan tot de verhoging van hun financiële bijdrage voor het opzetten en/of laten functioneren van betaalbare en hoogwaardige diensten voor kinderopvang;

  22. Het Europees Parlement is diep verontrust over de situatie werk-gezin in de nieuwe lidstaten, waar de vroegere infrastructuur voor kinderopvang grotendeels is afgebouwd;

  23. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden te zorgen voor een grotere flexibiliteit en verscheidenheid van de diensten voor de opvang van kinderen, bejaarden en andere afhankelijke personen, teneinde de keuzemogelijkheden te vergroten en in te kunnen spelen op de specifieke voorkeuren, behoeften en omstandigheden van kinderen en hun ouders (met name kinderen met bijzondere behoeften), waarbij onder meer gedacht moet worden aan de beschikbaarheid van deze diensten in alle gebieden en regio's van de lidstaten en de toetredingslanden.

  24. Het Europees Parlement moedigt tevens de nationale, regionale en lokale overheden, de sociale partners, het bedrijfsleven en andere bevoegde instellingen aan
    • om het opzetten van minikinderdagverblijven in en tussen bedrijven te vergemakkelijken,
    • en te werken aan de onderlinge afstemming van werktijden,
    • schooltijden (met inbegrip van buitenschoolse activiteiten en huiswerk onder toezicht)
    • en de gangbare tijden in het maatschappelijk leven (met name openingstijden van winkels en instellingen, vervoer, enz.);

  25. Het Europees Parlement beveelt aan dat de lidstaten en regionale en gemeentelijke autoriteiten, zonder afbreuk te doen aan het subsidiariteitsbeginsel en in het kader van hun respectieve bevoegdheden, een gezinsvriendelijk huisvestings- en urbanisatiebeleid uitstippelen en uitvoeren met humane en geïntegreerde stedelijke landschappen die de gemeenschapszin als uitgangspunt hebben, met ruimten die voldoen aan de fundamentele behoeften van gezinnen die uit meerdere generaties bestaan (kinderen en jongeren, werkende gezinsleden en gepensioneerde bejaarden) en onder voorwaarden die leiden tot een betere combinatie van het school-, beroeps-, privé- en gezinsleven van al hun leden;

  26. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden met klem over te gaan tot de verruiming van de mogelijkheden van betaald ouderschapsverlof met een niet-overdraagbaar deel, waarbij de keuzevrijheid van de ouders vooropstaat, van andere vormen van langdurig verlof, met name sabbatsverlof, en kort buitengewoon verlof (zoogrecht, zorgverlof), waarbij een zekere mate van flexibiliteit moet worden gehanteerd rondom de verdere invulling van het verlof om het personen die in een situatie van integratie verkeren, gemakkelijker te maken weer aan het werk te gaan;

  27. Het Europees Parlement roept de lidstaten en de kandidaatlanden op Richtlijn 75/117/EEG over de onderlinge aanpassing van de wettelijke bepalingen van de lidstaten over de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen volledig uit te voeren, om beslissingen over ouderschapsverlof en ander verlof onder meer op basis van gelijke beloning te kunnen treffen;

  28. Het Europees Parlement roept op tot meer maatregelen ter begeleiding en opleiding van personen die werk zoeken of herintreden, teneinde hen (weer) in de arbeidsmarkt op te nemen, waarbij er met name voor moet worden gezorgd dat gebruik kan worden gemaakt van mogelijkheden voor voortgezette beroepsopleiding tijdens het ouderschapsverlof;

  29. Het Europees Parlement herinnert eraan dat het leren gedurende het hele beroepsleven, alsook de toegang voor vrouwen tot de informatiemaatschappij, slechts mogelijk is indien studieverloven financieel mogelijk worden gemaakt, hetzij door middel van financiële steun van de overheid, hetzij door middel van arbeidsgerelateerde regelingen;

  30. Het Europees Parlement onderstreept tevens het belang van flexibele werktijden en en waar mogelijk telewerk, waardoor mannelijke en vrouwelijke werknemers hun werk-, gezins- en opvoedingstaken kunnen vervullen en daarbij de juiste balans tussen hun belangen en die van de werkgever kunnen vinden;

  31. Het Europees Parlement beschouwt de bevordering van kwalitatief goed deeltijdwerk voor mannen én vrouwen als essentieel; benadrukt niettemin dat deeltijdwerk alleen maar een doeltreffend middel voor het combineren van werk en gezin en het bevorderen van gelijke kansen kan zijn als de deeltijdmogelijkheid op alle werkniveaus bestaat, de loopbaanperspectieven op de langere termijn niet op de tocht komen te staan, het geboden niveau van sociale bescherming redelijk is en de werkbelasting niet te hoog is;

  32. Het Europees Parlement betreurt het dat de hulp aan ouderen niet de aandacht krijgt die deze verdient en verzoekt de lidstaten met klem naar een toereikend aanbod aan ouderenzorg van goede kwaliteit te streven, met inbegrip van thuiszorg voor bejaarden door adequaat opgeleid personeel;

  33. Het Europees Parlement verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten en de toetredingslanden.
 
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.