Groot Gezin
Maatschappij
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

95. Investeren in de maatschappij

Geachte Volksvertegenwoordiger,

Investeren in maatschappij en toekomst vereist meer dan een gezond economisch beleid.

Uit de ontwikkeling van het geboortecijfer blijkt duidelijk dat het stichten van een gezin een steeds minder voor de hand liggende keuze is. Al jarenlang kent Nederland geen goed gezinsbeleid, we lopen uit de pas met de aanbevelingen van het Europees Parlement.

We merken regelmatig dat het verschil in koopkracht tussen mét of zónder kinderen steeds groter gaat worden. Dat komt des te harder aan in grote gezinnen. De nieuwe plannen vergroten dit verschil verder. Enkele voorbeelden hiervan:

Er wordt gesproken over een tegemoetkoming, maar deze is achteraf. Alleen de laagste inkomens komen hiervoor in aanmerking.

Wist U dat er net boven die lage inkomens een grote groep zit die het niet ruim heeft en die door bovengenoemde maatregelen nog minder mogelijkheden zal hebben om de ouderlijke taak goed te kunnen volbrengen?

Ooit was het in Nederland haalbaar voor een gezin om van één inkomen rond te komen. Toen kwam de emancipatie, en omdat meer vrouwen deelnamen aan de arbeidsmarkt kreeg een gezin meer te besteden. Tegelijkertijd werden kosten voor kinderen flink opgeschroefd. En nu? Zelfs met 1,5 inkomen wordt het steeds moeilijker om rond te komen.

Wij vragen U daarom met klem stuctureel aandacht te hebben voor het gezin, dit te laten blijken uit daden, en het gezin te ontzien in deze rigoreuze bezuinigingen.

Met vriendelijke groet,
Vereniging Groot Gezin

95.1. Reactie van VVD

Geachte heer/mevrouw,

Hartelijk dank voor de email die u aan de VVD Tweede Kamerfractie stuurde. In uw email gaat u in op de gevolgen van het huidige economische beleid voor grote gezinnen.

De VVD is van mening dat de huidige economische situatie bezuinigingen en veranderingen in onder andere de WAO en het ziektekostenstelsel noodzakelijk maken.

De VVD streeft daarnaast naar een participatie staat in plaats van een verzorgingsstaat. De naoorlogse verzorgingsstaat voldoet niet langer. De teruglopende werkgelegenheid, de problemen in het onderwijs, het grote aantal mensen in de WAO en de wachtlijsten in de zorg vormen evenzovele redenen om te handelen. Dat dus iets heel anders dan een boekhoudkundige exercitie.

VVD fractievoorzitter van Aartsen zei hierover tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2003: "voor de VVD is van belang dat wij in Nederland fundamenteel veranderen in ons denken over de inrichting van onze samenleving. Een belangrijk begrip daarbij is participatie. Wij moeten op weg naar een samenleving waarvan het uitgangspunt is dat iedereen meedoet. Meedoen dient de regel te zijn en niet-meedoen de uitzondering. De VVD-fractie heeft een participatiestaat voor ogen waarin niet op voorhand wordt geaccepteerd dat ouderen, jongeren, gehandicapten, werklozen of arbeidsongeschikten worden buitengesloten van hun verantwoordelijkheden en soms gewoon van hun verantwoordelijkheden worden ontslagen."

Met vriendelijke groet,
VVD-Voorlichting
Tweede Kamer der Staten-Generaal

95.2. Reactie aan de VVD

Naar aanleiding van de reactie van de VVD stuurde de Vereniging Groot Gezin op 29 augstus de volgende brief naar de VVD:
    Geachte M.S.M van de Koolwijk,

    Hartelijk dank voor uw antwoord. Het idee van een participatie-staat spreekt in een gezin natuurlijk heel erg aan. Is immers niet het doel van de opvoeding dat elk kind participeert, en zodoende leert dit later op eigen kracht te kunnen?

    De uitspraak van VVD fractievoorzitter van Aartsen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2003: "Wij moeten op weg naar een samenleving waarvan het uitgangspunt is dat iedereen meedoet. Meedoen dient de regel te zijn en niet-meedoen de uitzondering." zou de lijfspreuk van elke opvoeder kunnen zijn.

    De hamvraag is wat onder participeren/meedoen verstaan wordt. In de visie van de Vereniging Groot Gezin kun je op vele manieren participeren, en een zinvolle bijdrage leveren aan onze maatschappij. Deelname aan het economische leven, gekenmerkt door betaalde arbeid, zien wij niet als enige manier. Een bijdrage leveren via het opvoeden van kinderen (investeren in de toekomst, het generatieverdrag) en via het uitvoeren van zorgtaken (human resource management) zien wij ook als zinvol, ook al worden deze taken niet uitgevoerd als betaalde arbeid.

    De waarde van een gezin is ons inziens gelegen in de volgende twee argumenten:

    1. Een gezin is de kleinste democratie in het hart van de maatschappij.
    2. Het grote gezin is een effectieve en efficiënte eenheid voor zorg en opvoeding
    De organisatie van opvoeding via gezinnen past goed in de liberale visie, waar diversiteit een belangrijke voorwaarde voor is.

    Maar ook al wordt opvoeding niet gezien als betaalde arbeid, de economische vervangingswaarde is bepaald niet gering. Op onze website hebben we dit alle eens voorgerekend. Indien we uitgaan van heel minimale aannames, dan nog komt de economische waarde van de bijdrage die ouders leveren neer op € 45,5 miljard per jaar.

    Het is binnen het licht van deze formidabele bijdrage, dat de Vereniging Groot Gezin aan de politiek vraagt het gezin te ontzien wanneer de regering zoekt naar een reductie van haar ondersteuning aan maatschappelijke taken.

    Bestuur Vereniging Groot Gezin


95.3. Reactie van D66

Van: Tweede Kamer fractie D66
Aan: Vereniging Groot Gezin

Geachte heer/mevrouw,

Hartelijk dank voor uw e-mail aan D66.

Als één van de velen hebt u de fractie van D66 de afgelopen tijd benaderd over het begrotingsbeleid. Helaas is het niet mogelijk in dit antwoord in detail in te gaan op alle afzonderlijke bezuinigingsmaatregelen.

In algemene zin steunt D66 het bezuinigingsbeleid. D66 staat voor een degelijk, betrouwbaar financieel beleid. Gezien de vergrijzing vindt de D66-fractie het van groot belang dat de overheidsfinanciën niet verder ontsporen. Zonder bezuinigingen zou dit zeker het geval zijn. Dat neemt niet weg dat een enkele kabinetsmaatregel (zoals de voorgestelde voorheffing op VUT-uitkeringen, waar D66 zich tegen heeft verzet en die intussen ook van de baan lijkt) ook de D66-fractie heeft geschokt.

De Nederlandse economie staat er slecht voor. Al vanaf 2001 is er amper economische groei. Sterker nog, in 2003 kromp de economie met ongeveer 0,8%. Deed Nederland het jarenlang veel beter dan andere Europese landen, nu doen wij het veel slechter en dat in toenemende mate, of je nu kijkt naar de economische groei of naar de ontwikkeling van de werkloosheid. De werkloosheid stijgt met sprongen en de export blijft ver achter bij de ontwikkeling van de wereldhandel. Wat betreft het verlies aan marktaandeel op buitenlandse markten heeft Nederland het sinds 1977 niet zo slecht gedaan als nu. We zijn te duur, we innoveren te weinig en bedrijven trekken weg. Dat is funest voor de werkgelegenheid.

Sommigen pleiten voor een meer trendmatig of anticyclisch begrotingsbeleid, dat wil zeggen minder uitgeven in goede tijden en een soepeler beleid in slechte tijden. De suggestie dat het begrotingsbeleid in deze moeilijke tijden niet al is versoepeld, is echter onjuist. Het begrotingsoverschot van de overheid van 2,2% van het bruto binnenlands product in 2000 is omgeslagen in een tekort van meer dan 3% in 2003. Dit is een verslechtering van grofweg 25 miljard euro. Zonder nader beleid zou het tekort ook in 2004 weer oplopen tot boven de 3% (de Europese norm uit het Stabiliteits- en Groeipact). Gedurende deze hele kabinetsperiode wordt er niet één euro staatsschuld afgelost. Sterker nog, in procenten van het BBP loopt de staatsschuld in 2004 op. Ook blijft er een begrotingstekort gedurende de hele periode bestaan. Tegen die achtergrond komen pleidooien (onder het mom van een meer structureel of trendmatig begrotingsbeleid) om het tekort nog verder te laten oplopen, onverantwoord op ons over. Dat is te meer zo omdat in de tijd dat het heel erg goed ging met de overheidsfinanciën vrijwel niemand heeft gepleit voor een hoger begrotingsoverschot. Ook is de suggestie onjuist dat er een grote overeenstemming onder economen zou bestaan dat de economie wel even opgekrikt kan worden door meer geld uit te geven. Voor zover dit al het geval is, is de timing en dosering van de extra uitgaven in het verleden altijd een probleem gebleken, evenals de financiering ervan op langere termijn. Bovendien zit het probleem niet in te weinig overheidsuitgaven, maar in een niet-concurrerende economie.

De noodzaak om een voorzichtig begrotingsbeleid te voeren is des te urgenter omdat de verwachtingen de afgelopen tijd steeds in pessimistische zin moesten worden bijgesteld. Zo kwam het begrotingstekort over 2002 uiteindelijk uit op 1,6% BBP, terwijl eind 2001 nog op een overschot van 1% werd gerekend. Het tekort over 2003 werd door het Centraal Planbureau in juli 2002 nog geraamd op 0,2%. Ondanks diverse bezuinigingen liep de raming van dit tekort op naar 2,4% in het najaar van 2003, om uiteindelijk uit te komen boven de 3%.

De verslechtering van de economische situatie lijkt dan ook niet alleen conjunctureel maar ook structureel van aard. D66 deelt de zorgen van mensen die zeggen dat er nu wel genoeg is bezuinigd en wil ook terdege rekening houden met de sociale en structureel-economische gevolgen. De samenleving moet niet kapot bezuinigd worden. Toch wil D66 proberen het begrotingstekort onder de 3% te houden. Niet eens zozeer voor Europa, maar vooral in het belang van Nederland zelf. Niet ingrijpen (of juist meer geld uitgeven) en speculeren op een conjuncturele opleving is veel te riskant. In de afgelopen twee jaar zijn de Nederlandse èn D66-ambities op het gebied van het begrotingssaldo noodgedwongen al flink verminderd. De D66-fractie wil nu voorkomen dat Nederland door het financiële ijs zakt en, zoals na de oliecrises van de jaren 70 van de 20ste eeuw, decennia achter de feiten aan moet lopen om de schade te herstellen. Niet alleen nu, maar ook over 5, 10 of 25 jaar moet er voldoende financiële armslag zijn om te investeren in onderwijs en moeten er een houdbare oudedagsvoorziening, een houdbaar zorgstelsel en een houdbare regeling voor arbeidsongeschikten in stand gehouden kunnen worden. De Tweede-Kamerfractie van D66 neemt liever nu maatregelen, ook al zijn ze soms pijnlijk, dan de situatie op zijn beloop te laten. In dat geval zijn we straks namelijk nog veel verder van huis.

Velen hebben ook gevraagd of het niet beter is de belastingen te verhogen in plaats van minder geld uit te geven. Tot op zekere hoogte gebeurt dat al, maar D66 vindt wel dat het via hogere belastingen afwentelen van financiële tegenvallers zoveel mogelijk achterwege moet blijven vanwege de negatieve gevolgen voor de koopkracht, de loonkosten, het vestigingsklimaat en hiermee uiteindelijk de werkgelegenheid in Nederland. De overheid moet hervormingen doorvoeren en niet meteen de weg van de minste weerstand in de vorm van belastingverhogingen kiezen. Bovendien zijn de uitgaven aan gezondheidszorg en dus de zorgpremies de laatste paar jaar explosief gestegen. Hogere belastingen zouden hier nog eens bovenop komen.

D66 wil dat het kabinetsbeleid erop gericht is de economie er structureel weer bovenop te helpen. Op korte termijn is helaas loonmatiging o nontbeerlijk om de Nederlandse concurrentiepositie ten opzichte van andere landen te verbeteren. Ook is het met het oog op de houdbaarheid van onze gezondheidszorg noodzakelijk om de kostenstijgingen (rond de 10% per jaar) enigszins in de hand te houden. Op langere termijn moet ingezet worden op verbetering van het onderwijs en het opbouwen van een modernere, innovatieve kenniseconomie. Daarnaast moet er met het oog op de aanstaande vergrijzing voor gezorgd worden dat er meer mensen gaan werken, en dat het werk voor die mensen ook lonend is. D66 steunt daarom hervormingen in de sociale zekerheid en het langer doorwerken tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Wel zet D66 zich er voor in dat zwakkeren in de samenleving niet onevenredig gedupeerd worden door de bezuinigingen. Om deze reden heeft de D66-fractie er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de koopkrachtcompensatie voor chronisch zieken en gehandicapten uiteindelijk groter is geworden dan in de oorspronkelijke kabinetsplannen.

Ook D66 heeft via de media te horen gekregen dat het grijze kenteken mogelijk afgeschaft wordt. Hier staat een verlaging van de vennootschapsbelasting en wellicht ook een verhoging van de zelfstandigenaftrek tegenover. Helaas weten we nu nog niet wat de precieze maatregelen zijn die genomen worden en hoe u als ondernemer hierdoor getroffen wordt. De maatregelen worden in september bij prinsjesdag en in het belastingsplan 2005 (oktober) aan de tweede kamer bekend gemaakt. Voor D66 is het belangrijk dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft én dat ondernemerschap gestimuleerd wordt. Het is wat D66 betreft niet de bedoeling dat fiscale maatregelen de kleine ondernemer onevenredig hard treffen. De exacte inzet van D66 wordt verder bepaald in september/oktober, wanneer alle maatregelen van het kabinet bekend zijn gemaakt aan de Tweede Kamer.

Ik vertrouw erop u voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Namens Bert Bakker,

Chiel Greuter
Tweede Kamer fractie D66
Tweede Kamer fractie D66
Publieksvoorlichting
Postbus 20018
2500 EA 's-Gravenhage

tel: 070 - 318 30 67
fax: 070 - 318 36 26

e-mail:
internet: www.d66.nl

95.4. Reactie van de ChristenUnie

Fractie ChristenUnie Tweede Kamer
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
tel 070-3183057 / fax 070-3182933
e-mail:

’s-Gravenhage, 28 september 2004

Geachte heer, mevrouw,

Hartelijk dank voor uw e-mail aan de ChristenUnie-fractie in de Tweede Kamer, waarin u aandacht vraagt voor de (financiële) positie van grotere gezinnen. Het lijkt er immers op dat in het kabinetsbeleid vooral rekening wordt gehouden met gezinnen met twee kinderen, en veel minder met grotere gezinnen.

Graag meld ik u hierover het standpunt van de ChristenUnie. Deze materie heeft al geruime tijd onze aandacht. Wij hebben ons verzet tegen de enorme bezuinigingen van het eerste paarse kabinet (1994 – 1998) op de kinderbijslag. Eind 2003 hebben wij bij een wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet tevergeefs voorgesteld meer geld aan grotere gezinnen te geven. Bovendien pleiten wij al jarenlang voor afschaffing van lesgeld. Wij zijn voorstander van maximering van de hoogte van de ouderbijdrage.

Onze fractievoorzitter, de heer Rouvoet, heeft in juni 2004 in de Kamer bij de behandeling van de Voorjaarsnota de noodklok geluid over de ondersteuning van gezinnen. “Het Nederlandse gezinsbeleid scoort slecht in vergelijking met andere landen. Dat blijkt uit een onderzoek van de University of York. De schokkende conclusie is dat op een ranglijst van 22 welvarende landen alleen Griekenland het slechter doet”, aldus Rouvoet, die van het kabinet verlangde in de Miljoenennota apart aandacht te geven aan de koopkrachteffecten voor gezinnen met meer dan 2 kinderen. Rouvoet gaf in het debat aan het verbazingwekkend te vinden dat er niet eens reguliere regeringsstukken voor handen zijn met actuele gegevens over de financiële positie van grote gezinnen, terwijl de Gezinsraad en het NIBUD regelmatig alarmerende berichten naar buiten brengen.

De ChristenUnie heeft dit voorjaar dus al duidelijkheid gevraagd over de effecten op het besteedbaar inkomen van alle typen gezinnen, onderscheiden naar het aantal ‘verdieners’ en het aantal kinderen: “Daarbij vraag ik ook aandacht voor de positie van alleenstaande ouders, die – zo is ons gebleken – bijzonder kwetsbaar is”. Hij deed het kabinet alvast de suggestie aan de hand om de kinderkorting uit te keren per kind in plaats van per gezin.

De ChristenUnie zal bij de Algemene Beschouwingen (dus de eerste bespreking van de Miljoenennota) met voorstellen komen om de positie van gezinnen te verbeteren. Het gaat er ons daarbij vooral om dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Het is niet acceptabel als de groepen in de samenleving die het meest kwetsbaar zijn in financieel, maar ook in ander opzicht (sociaal, medisch), een onevenredig zware rekening gepresenteerd krijgen ten opzichte van de hogere inkomensgroepen. We zullen daarom een voorstel doen op drie belangrijke onderdelen, te weten:

  1. vergroten van de bijdrage van de hogere inkomensgroepen aan de bezuinigingsoperatie ter verlichting van de lasten voor de lagere inkomensgroepen, in het bijzonder de chronisch zieken en gehandicapten.

  2. Meer steun aan gezinnen, met speciale aandacht voor de grote gezinnen, en een meer gelijke fiscale behandeling van kostwinner- en tweeverdienersituaties, zodat ouders die zelf hun kinderen verzorgen en opvoeden in financieel opzicht niet slechter af zijn dan ouders die hun kinderen in de kinderopvang brengen. Door deze maatregelen zal overigens ook de positie van eenoudergezinnen, als aparte kwetsbare groep, kunnen verbeteren. Met het oog op deze categorie stelt de ChristenUnie ook voor de alimentatieregelgeving fors aan te passen, om te voorkomen dat de koopkracht van degene die de zorg voor de kinderen heeft onevenredig sterk daalt.

  3. bevorderen werkgelegenheid onder “moeilijke” groepen (oudere werknemers, laagbetaalden).
We zijn zelf ook benieuwd hoe het kabinet zal reageren, waarbij punt 2. in het bijzonder van belang is voor uw situatie. We hopen dat onze inspanningen ertoe zullen bijdragen dat de positie van gezinnen in het algemeen en die met een groter aantal kinderen in het bijzonder, zal verbeteren. Gezonde gezinnen hebben immers een sleutelfunctie met betrekking tot de overdracht van waarden en normen en de versterking van de sociale samenhang en de maatschappelijke draagkracht.

Met vriendelijke groet,
Drs. P. Blokhuis
Beleidsmedewerker Sociale Zaken
Fractie ChristenUnie Tweede Kamer

Bijlage: inkomensplan ChristenUnie

95.5. Reactie van CDA

Geachte mevrouw,

Hartelijk dank voor uw mail.

Het CDA beseft dat het voor gezinnen met schoolgaande kinderen en een inkomen van bijvoorbeeld anderhalf keer modaal nu zeker geen vetpot is. Uit onderzoek is gebleken dat de welvaart van gezinnen met kinderen gemiddeld lager ligt dan die van huishoudens zonder kinderen. Het gezin verdient de steun van de overheid. Kinderen krijgen moet niet leiden tot financiële risico?s. De maatschappij als geheel heeft er immers belang bij dat er kinderen geboren worden: over veertig jaar moeten er nog steeds politieagenten en verpleegkundigen zijn.

Het CDA wil uiterlijk in 2006 een nieuw inkomensbeleid dat meer gericht is op de draagkracht van een huishouden en minder, zoals tijdens de Paarse kabinetten het geval was, op het individu. Daarvoor moeten inkomensafhankelijke subsidies worden toegekend voor wonen, zorg en kinderen. Voor die toeslagen is de huishoudsituatie bepalend: hoeveel mensen moeten er van het inkomen rondkomen en welke kosten moet het gezin maken voor zorg, wonen en kinderen.

Bovendien wil het CDA een systeem van lastenmaximering dat een glijdende schaal kent: naarmate het inkomen stijgt, wordt er geleidelijk minder toeslag gegeven. De kosten voor zorg, kinderen en wonen mogen in dit systeem niet meer bedragen dan een bepaald percentage van het huishoudinkomen, zodat mensen niet meer hoeven betalen dan ze kunnen. Het CDA heeft bijvoorbeeld voorgesteld dat de premiekosten voor een ziektekostenverzekering maximaal 10% van het inkomen mogen bedragen.

Er wordt daarbij niet gekeken naar de werkelijke kosten voor zorg, wonen en kinderen, maar naar de kosten van een gemiddeld huishouden voor een adequate zorgverzekering, kwalitatief goede huurwoning en opvoeding van kinderen. Dit worden aanvaardbare kosten of normkosten genoemd. Deze normkosten hangen af van de grootte van het huishouden. Bovendien wordt er rekening mee gehouden dat bijvoorbeeld voor gehandicapten de woonnorm hoger kan zijn, omdat zij vaak een duurdere, aangepaste woning nodig hebben. Als de normkosten hoger zijn dan een bepaald percentage van het huishoudinkomen, dan wordt een toeslag gegeven via de belastingen. De toeslag zal maandelijks worden uitgekeerd.

Met de maximering van de kosten voor zorg, kinderen en wonen slaan we de weg in naar een meer solidair inkomensbeleid. In het Regeerakkoord zijn de eerste aanzetten op weg naar lastenmaximering gegeven en de regering werkt momenteel aan uitwerking van de plannen.

Wat betreft het grijs kenteken het volgende. Het kabinet wil de vennootschapsbelasting verlagen en heeft voorgesteld dit te financieren door het belastingvoordeel voor grijze kentekens af te schaffen. Het CDA is het eens met een verlaging van de vennootschapsbelasting, omdat dit belangrijk is om de (internationale) concurrentiekracht van de Nederlandse bedrijven en daarmee de Nederlandse economie te bevorderen. Wij vinden echter (samen met VVD en D66) dat het MKB daarvoor niet overmatig belast mag worden met de afschaffing van het grijs kenteken. Daarom zal het grijs kenteken, een belastingvoordeel voor bedrijfswagens, voor ondernemers behouden blijven.

Het grijs kenteken wordt ook gebruikt door particulieren. Daar was deze regeling echter eigenlijk niet voor bedoeld. Voor particulieren zal het belastingvoordeel daarom vervallen. Hoewel zij op een normale manier een auto met grijs kenteken gekocht kunnen hebben, gold ook toen al dat dit belastingvoordeel alleen voor ondernemers in het leven was geroepen. De overheid zal niets anders gaan doen dan de regels toepassen zoals ze zijn bedoeld.

Het grijs kenteken zal voor gehandicapten wel behouden blijven. Staatssecretaris Wijn (CDA) heeft in augustus al toegezegd dat hij een oplossing zal zoeken voor gehandicapten die een aangepaste auto met een grijs kenteken hebben. Zij mogen niet de dupe worden van deze maatregel. Bovendien heeft het CDA (samen met VVD en D66) in de motie die tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen is ingediend, nogmaals gevraagd het grijs kenteken te behouden voor mensen die vanwege hun handicap een aangepaste auto nodig hebben. Deze motie is door de Kamer aangenomen.

In de bovengenoemde motie is ook geregeld dat het collegegeld niet wordt verhoogd.

Met vriendelijke groet,

Liane ter Maat
CDA Publieksvoorlichting

95.6. Regels toepassen zoals bedoeld??

In reactie christenunie wordt aangegeven dat overheid nu regels gaat toepassen zoals bedoeld. Hoe waar dit ook moge zijn, wij hebben tot nu toe gebruikt gemaakt van een legale manier van autoaanschaf, die overheid heeft toegestaan. Nu worden we met een enorme kostenpost geconfronteerd en bovendien daalt de inruilwaarde van onze wagens dusdanig dan aanschaf van niet grijs-kenteken ook bijna onmogelijk wordt. Prima dat grijs kenteken nu wordt toegepast zoals bedoeld maar straf mensen niet dubbel en sowieso, waarom hebben wij straf verdiend. Bovendien vraag ik me af of afschaffing grijs kenteken bij part bezit nu echt een zodanige bezuiniging oplevert nu het voor MKB niet doorgaat? Een maatregel weer gericht tegen mensen met een smalle beurs.

Regina de Jong

95.7. Grijs Kenteken

beste Regina de Jong

Ik ben heel erg blij dat er toch noch mensen zijn die er zo over denken, ik ben ook heel erg gedupeerd. Bezit een bestel busje zonder dubbele Cabine en ramen, het is een Toyota Hi Ace bouwjaar 86 ik heb veel geld geinvesteerd. Nu staan we voor het blok dat mensen in de politiek denken dat wij alles misbruiken. Dat is niet zo en dat weten ze ook wel maar ja ze moeten een zondebok hebben. Ik hoop dat alles nog goed komt en de eerste kamer inziet dat het zo gewoon niet meer kan.

Groetjes L Biesmans

95.8. Positieve actie van regering tov gezin!

Het kabinet heeft duidelijk waardering voor de bijdrage die opa en oma leveren door te zorgen voor kinderopvang. Daardoor kunnen ouders beter aan de slag, en dat verdient dus waardering!

Sommige dachten dat het hier om een maas in de wet zou gaan, maar wij eten wel beter: het kabinet heeft doelbewust deze mogelijkheid erin gebouwd!

Door de Wet Kinderopvang wordt de mogelijkheid geboden om de bijdrage van opa en oma een maatschappeljke beloning te geven. Het gaat als volgt. Door deze wet kunnen ouders in Nederland aanspraak maken op een oppassubsidie van de overheid en eventueel van de werkgevers, indien de kinderen naar een kinderdagverblijf of een gastouder van een geregistreerd gastouderbureau gaan. Opa en oma moeten zich dus aanmelden bij een geregistreerd gastouderbureau om aan de voorwaarden van de wet te voldoen. Lees meer hierover bij Via Viela.

95.9. Nederland zuinig met steun ouders

Van NOS Teletekst op 17 november 2005:
    AMSTELVEEN Nederlandse ouders krijgen van de overheid veel minder geld voor hun kinderen dan ouders in andere rijke landen. Dat blijkt volgens de Sociale Verzekeringsbank uit onderzoek. Bij het onderzoek waren 24 landen betrokken. Alleen Griekenland bleek nog zuiniger.

    Ook is er te weinig samenhang tussen de kinderbijslag, studiefinanciering en de subsidie voor kinderopvang. Ouders weten daardoor niet waar ze recht op hebben.

    Volgens de Sociale Verzekeringsbank is de matige overheidssteun een van de redenen waarom veel Nederlanders laat kinderen nemen en relatief veel vrouwen in deeltijd werken.

PvdA valt gezinspolitiek CDA aan

95.10. PvdA valt gezinspolitiek CDA aan

Van NOS Teletekst op 11 februari 2006:
    AMSTERDAM De PvdA vindt het CDA geen goede gezinspartij. Volgens PvdA-leider Bos spreekt het CDA wel mooie woorden over het gezin, maar komt daarvan in de praktijk weinig terecht.

    Bos vindt dat het kabinet te weinig geld uitgeeft aan onder meer jeugdzorg en kinderopvang. Het kabinet laat veel kinderen en jongeren aan hun lot over, zei Bos in Amsterdam, waar de PvdA haar 60-jarig bestaan vierde.

    De Amsterdamse PvdA-wethouder Aboutaleb had ook kritiek. Hij noemde het kabinet een "plattelandskabinet", omdat het te weinig oog zou hebben voor de problemen van de grote steden.


95.11. Gezinspolitiek: haha PvdA

De PVDA valt het CDA aan op hun gezinspolitiek. Op zich is dat terecht, het CDA heeft weinig tot niets voor het gezin gedaan.

Maar wat ziet de PVDA als gezinspolitiek: "geef meer geld uit aan jeugdzorg en kinderopvang". Maar wat heeft dat eigenlijk met het gezin te maken?

Geld uitgeven aan de jeugdzorg lijkt vaak op het paard achter de wagen te spannen. Kun je niet beter problemen proberen te vookomen? Kun je niet beter de ouders echt steunen?

En een betere kinderopvang. Is dat bedoeld om beide ouders economisch actief te maken/houden? Want is opvoeden immers niet een economische verliespost?

De visie van de PvdA op het gezin is dus eigenlijk net zo zwak als die van de CDA. Uiteindelijk wil ook de PvdA niets doen voor het gezin.

Theo

95.12. Groot gelijk Theo

Bij zulk soort uitspraken als van de pvda krijg ik altijd meteen hoop: hoera, ze gaan iets voor ons doen! Meer kinderbijslag? Zorgbeloning? Lagere kosten?

Maar meteen is daar weer de teleurstelling: nee, niet voor mij, niets voor de verzorgende ouder thuis, niets voor de eenzame kostwinner.....

Ja, geef meer uit aan kinderopvang, zet mij als moeder aan het werk, binnen niet al te lange tijd wordt dat me teveel, kan ik de wao in en zijn mijn kinderen zo gestresst dat ze zeer zeker jeugdzorg nodig hebben.

Antoinette

U kunt reageren via onderstaand formulier, of via (wel even vermelden (1) waar u op reageert, en (2) de titel van uw bijdrage!). Uw reactie wordt dan op de website geplaatst.

Vragen, aanbiedingen en oproepen worden alleen geplaatst indien een geldig e-mail adres wordt ingevuld.

Uw naam:
Uw e-mail adres:
Titel van uw bijdrage:

Uw reactie:

Soms worden deze formulieren automatisch ingevuld door zogenaamde robots. Om te controleren dat u geen robot bent, vragen wij u de volgende som te maken: drie plus vijf is:. Het is voldoende het cijfer in te vullen.

Investeren in de maatschappij

  1. Reactie van VVD
  2. Reactie aan de VVD
  3. Reactie van D66
  4. Reactie van de ChristenUnie
  5. Reactie van CDA
  6. Regels toepassen zoals bedoeld??
  7. Grijs Kenteken
  8. Positieve actie van regering tov gezin!
  9. Nederland zuinig met steun ouders
  10. PvdA valt gezinspolitiek CDA aan
  11. Gezinspolitiek: haha PvdA
  12. Groot gelijk Theo
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.