Groot Gezin
Pleeggezin en adoptie
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

21. Hechtingsstoornissen / Geen-Bodem-Syndroom

Bodemloos bestaan
Bodemloos bestaan
Geertje van Egmond

Verbinding verbroken
Verbinding verbroken
Geertje van Egmond

Geertje van Egmond is moeder van een adoptiedochter en schrijfster van de boeken "Bodemloos bestaan" en "Verbinding verbroken":
Zij schrijft over de goede en moeilijke momenten die het opgroeien van een kind met hechtingsstoornissen / geen-bodem-syndroom in een gezin met zich mee kan brengen. In haar boek Bodemloos bestaan introduceert ze de term "geen-bodem-syndroom" en noemt ze de daarbij behorende kenmerken.

21.1. De Knoop

Steeds meer worden ouders, opvoeders en hulpverleners zich ervan bewust dat, als een kind geen kans ziet om zich op een veilige manier aan volwassenen te hechten, dit grote gevolgen heeft voor de sociaal, emotionele ontwikkeling. Ook heeft dit gevolgen voor het gezin, of de groep waarin het kind opgroeit.

"De Knoop" Is een algemene landelijke oudervereniging, en wil steun bieden aan ouders/opvoeder/verzorgers van biologisch eigen, pleeg-, stief-, en adoptiekinderen met hechtingsstoornissen/geen-bodem-syndroom (GBS) en doet dit door middel van informatie, thema-avonden en onderling contact. Daarnaast wil zij bekendheid geven aan deze problematiek bij de hulpverlening, de media en de politiek.
Belangrijk doel is uiteraard om erkenning van hechtingsstoornissen en het GBS- syndroom te bewerkstelligen bij medisch specialisten, de geestelijke gezondheidszorg en de wetenschap.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van "De Knoop".

tel: 527-614504
e-mail:
Website: www.deknoop.org of www.hechtingsstoornis.nl

21.2. Kenmerken van het geen-bodem-syndroom

Een aantal kenmerken van het geen-bodem-syndroom
  1. Er is geen bodem in het bestaan (geen affectieve banden in de allereerste levensfase)
  2. Er is geen lijn in het leven, daardoor weinig gevoel voor tijd en ruimte, de wereld blijft ongestructureerd. Er ontstaan hierdoor vaak specifieke leerproblemen: geen of weinig getalbegrip, niet kunnen abstraheren, slecht woordbeeld, leerstof beklijft niet. De gewetensontwikkeling is niet opgang gekomen.
  3. Er is geen ik, daarnaast geen basaal vertrouwen in volwassenen, met als gevolg onvermogen en / of diepgewortelde angst om relaties aan te gaan.
  4. Er is een sterke neiging tot het leggen van oppervlakkige, inwisselbare contacten. Hierdoor is de problematiek van het gezin voor anderen slecht invoelbaar. Die anderen, inclusief hulpverleners, 'zien' niets of weinig.
  5. Het kind vertoont survivors-gedrag. Schijnaanpassing. Het probeert zich staande te houden door de wereld om zich heen voortdurend onder controle te houden. Het is geniaal in het observeren, taxeren en manipuleren van de mensen om zich heen. Het besteedt hieraan een groot deel van zijn energie, waardoor bijvoorbeeld leerprestaties en creativiteit achterblijven.
    De intieme emotionele banden binnen het gezin worden als bedreigend ervaren. Het appèl van de gezinsleden op een vertrouwensrelatie is voor het kind slecht invoelbaar en verwarrend. Het geeft het kind soms ook een gevoel van anders- zijn, tekortschieten en eenzaamheid.
Het vroegste ervaren-misschien reeds voor de geboorte-van 'ontkend', 'niet gewenst', 'afgewezen' en 'weggedaan' te zijn, is onvoorstelbaar vernietigend. De basale pijn zoekt vaak een uitweg in vernietigingsdrang die zich richt tegen zichzelf (auto-mutilatie), maar vaak ook tegen anderen (moeder). Andere bekende uitingen van agressie zijn fysiek geweld, uitingen van wreedheid jegens dieren, (dwangmatig) vreten, stelen, vernielen, slapeloosheid, provocerend seksueel gedrag en weglopen. Meestal ziet men een onverzadigbare honger naar aandacht. Bij zijn handelen gaat het kind meestal te werk volgens het lustprincipe, het heeft nauwelijks 'remmen' en 'drempels'.

Uitingen van het geen-bodem-syndroom zijn niet of nauwelijks gebonden aan bepaalde landen van herkomst, leeftijd, huidkleur, culturele achtergrond, enz.

    Soms is samen-zijn
    voor een kind
    niet alleen een diep verlangen
    maar ook -bijna onlosmakelijk-
    verbonden met
    verlating, (doods-) angst en pijn

    Soms is samen-zijn
    voor een ouder
    niet alleen een diepe wens
    maar ook -bijna onlosmakelijk-
    verbonden met
    afwijzing, onmacht en verdriet

    Soms is samen-zijn
    voor ouders en kinderen
    een gevecht, een uitdaging

Wat ouders/verzorgers ervaren in de omgang met hun kind, je stopt er oneindig veel liefde, aandacht en zorg in, maar er komt bijna niets voor terug. De verschillende stadia in de ontwikkeling van het kind zijn voor ouders/verzorgers welhaast schokkend herkenbaar. Het tweestappen 'vooruit', weer één 'achteruit' en vaak zelfs het omgekeerde, wat voor ouders/verzorgers van deze kinderen vaak zo verschrikkelijk ontmoedigend is.

Problemen: Veel ouders/verzorgers van (ook niet geadopteerde) probleemkinderen zullen een aantal van deze kenmerken onmiddellijk herkennen. Vaak zijn deze (gedrags-)stoornissen terug te voeren op het feit dat een kind niet of onvoldoende in staat is geweest een gezonde wederkerige hechting aan te gaan met moeder/vader/verzorgende.

Vroeger werd het tekort voornamelijk toegeschreven aan diepe affectieve/pedagogische verwaarlozing in de eerste periode. Door de adoptiegolf van kinderen uit de derde- wereldlanden sinds 1980, is er geleidelijk meer aandacht gekomen voor de ernst van deze problematiek. De kenmerkende verschijnselen, zo weten we nu, komen ook voor bij pleeg-, stief- en adoptiefkinderen, maar ook bij biologisch eigen kinderen, die heel gewenst waren en niet door hun ouders verwaarloosd. De oorzaak is dus niet meer eenduidig, met gevolg dat ook de diagnose moeilijker te stellen is. Tegenwoordig wordt er ook rekening mee gehouden dat er wellicht ook genetische en/of medische oorzaken ten grondslag kunnen liggen aan hechtingsstoornissen/geen-bodem-syndroom.
Ouders/verzorgers, die vaak al jaren tevergeefs bij de hulpverlening aankloppen, omdat niemand, ook zij zelf niet, begrijpt wat er nu echt met dit kind aan de hand is. Ouders/verzorgers, die blijven zitten met onmacht en schuldgevoelens en tegen een groot onbegrip aanlopen. Ouders/verzorgers die uitgeput raken en hun gezin eraan onderdoor zien gaan. Ouders/verzorgers die, door gebrekkige informatie, niet op één lijn zitten en elkaar niet meer begrijpen. Een kind dat vastloopt op school, geen vrienden kan maken of houden. Een kind dat van geen enkele ervaring leert en alle problemen buiten zich zelf legt. Een kind dat niet van gezelligheid en niet van anderen houdt. Een kind dat zich niet laat opvoeden en het gezinsleven tot een hel maakt. Een kind dat mensen (ouders,verzorgers, familie, buren, school en hulpverleners) tegen elkaar uit weet te spelen: het controleert en manipuleert voortdurend de mensen en de wereld om zich heen.

Twee typen kinderen: Grofweg zijn er met betrekking tot hechtingsstoornissen twee type kinderen te onderscheiden: Het passieve kind dat ogenschijnlijk alles accepteert, maar extreem initiatiefloos blijft, en het agressieve, acting-out- kind. De kinderen uit de eerste categorie kunnen zeer eenzaam worden, voltooien moeizaam of nauwelijks enige opleiding en neigen tot depressie. Kinderen uit de tweede categorie kunnen erg beïnvloedbaar zijn voor negatieve contacten en activiteiten en komen nogal eens terecht in criminele sferen. Geen van deze kinderen is in staat tot het aangaan van affectieve relaties, ook niet op latere leeftijd.

Praktijk: Helaas wijst de praktijk uit dat het voor ouders/verzorgers vaak een moeizame weg is om de juiste diagnose (en dus ook de juiste behandeling!) gesteld te krijgen door de hulpverlenende instanties, terwijl het gezin tevens steeds meer geïsoleerd raakt. Of moeten we zeggen: steeds meer "in de knoop"...? De meeste ouders zijn niet eerder op het spoor van een hechtingsstoornis/geen- bodem-syndroom gebracht, ondanks vaak veelvuldige en langdurende hulpverleningscontacten. Voor zover er wel een diagnose gesteld is betreft dit vooral "opvoedingsproblematiek", ADHD, PDD-NOS, Reactieve Hechtingsstoornis, Bordeline.

Er zijn nogal wat ouders die zich bij de Knoop melden: ze herkennen hun kind in veel symptomen, maar kunnen geen duidelijke oorzaken hiervoor ontdekken; bovendien zijn er al allerlei andere etiketten op de problematiek geplakt. Is er dan wel sprake van een hechtingsstoornis? De problemen zijn echter onmiskenbaar dezelfde!

Oorzaken: Hechtingsstoornissen kunnen hun oorzaak vinden in de eerste drie levensfasen van het kind: tijdens de zwangerschap, de geboorte en/of de vroegste fase, kunnen er in veel gevallen traumatische ervaringen aan de orde zijn geweest.

Een problematische zwangerschap (bijvoorbeeld wegens ziekte, depressie, drugs en/of alcohol verslaving, stressfactoren tijdens de zwangerschap (in relatie en/of gezin.) Een tijdelijke afwezigheid van de ouder b.v.b. door ziekte, postnatale depressie, echtscheiding en bij overlijden van moeder, vader, broer, of zus in de beginfase van het kinderleven. De oorzaken kunnen ook medische trauma's zijn; (gecompliceerde zwangerschap/geboorte, zuurstofgebrek, couveusetijd, langdurige ziekenhuisopname en/of ernstige medische ingrepen op zeer jonge leeftijd,e.d.) In de allervroegste fasen was er daardoor letterlijk en figuurlijk "nog" geen of onvoldoende plaats voor fysieke hechting. Zuigelingen die al hun energie (moeten) steken in overleven en/of erg veel pijn lijden.

Duurt deze periode meer dan ongeveer vijf dagen dan kan het vertrouwen van het kind om de aangeboden fysieke hechting aan te gaan, waarschijnlijk niet meer vanzelfsprekend aanwezig. Later, als alles genormaliseerd is, kunnen ze het fysieke contact afwijzen.

Geen duidelijke oorzaken: Maar ook kunnen er geen duidelijke oorzaken aan te wijzen zijn en moet er rekening mee gehouden worden dat er wellicht genetische en/of erfelijke factoren ten grondslag kunnen liggen aan hechtingsstoornis/geen-bodem-syndroom. De baby geeft zich vanaf het begin niet over aan het aangeboden fysieke contact, dat normaal gesproken zo veilig en fijn zou moeten voelen. Het laat zich niet knuffelen, maar alleen op eigen initiatief! Er zijn ook kinderen die juist in de vroege kinderjaren een naar symbiose neigend gedrag laten zien (fysiek claimend) of uiterst meegaand en passief een schijnhechting vertonen. Met name bij deze groep kinderen kunnen de specifieke gedragsproblemen pas in de (pre- )pubertijd aan de oppervlakte en kan dan alsnog een openlijke en volledige afwijzing van de ouder/verzorger plaats.

Angst: Het kind gedreven door basale angst, ontwikkeld in het gezin een schijnaanpassing die de perfectie zo dicht benadert, dat vaak ook geroutineerde hulpverleners erdoor worden misleid. Het wordt dan dubbel zo moeilijk om met problemen bij 'een vreemde' aan te komen.

Relatie: Bij hechtingsstoornissen/geen-bodem-syndroom spreek je over kinderen die niet een normale relatie aan kunnen gaan. Ze kennen de wederkerigheid niet en vaak is hun geweten niet of nauwelijks ontwikkeld. Als opvoeder heb je het gevoel geen aangrijpspunt te hebben, je kunt ze niet bereiken. Straffen en belonen werkt niet zoals je gewend bent, ook lijkt er geen onderling vertrouwen mogelijk. Uiteraard komt het onvermogen tot contact in allerlei vormen voor, je spreekt over een waaier van stoornissen.

Kennis: Een gedegen kennisverwerving van hechtingsstoornissen/geen-bodem- syndroom is voorwaarde voor ouder en hulpverlener en zal bij beiden de sensitiviteit en responsiviteit vergroten. Soms hebben kinderen al vanaf hun geboorte problemen die niet verklaard kunnen worden. Uit de medische wereld kennen we inmiddels het verschijnsel 'strek-baby' (de zuigeling is abnormaal gespannen en lichamelijk contact is vrijwel niet mogelijk) en de huil-baby' (het kind huilt abnormaal veel, zonder dat daarvoor een directe oorzaak gevonden kan worden).

Hulpverlening: Vaak zien ouders er tegen op om bij hulpverleningsinstanties aan de bel te trekken, omdat zij in hun naaste (familie) omgeving ook geen of weinig begrip ondervinden. Door het specifieke gedrag van het kind (schijnaanpassing buiten het gezin, survivorsgedrag) lijken professionele hulpverleners soms niets bijzonders te kunnen vinden, waardoor de problematiek vaak niet of onvoldoende wordt herkend en voelen ouders zich in de kou staan

Diagnose: Ook als er bij uw kind een diagnose gesteld is, dan nog zijn de problemen en die van uw kind helaas verre van opgelost: wie helpt u en uw kind verder? Bestaat er een therapie voor uw kind? Hoe gaat u om met de dagelijkse problemen in het gezin? Moet uw kind uit huis geplaatst worden en zo ja, wilt u dat wel? Zullen de problemen altijd zo ernstig blijven of is er sprake van verbetering bij het opgroeien? Met wie kunt u er over praten, zonder dat u zich schuldig voelt? Wie begrijpt van binnen uit hoe moeilijk het dagelijkse leven met uw kind is?

Steun: Bij al deze vragen wil de oudervereniging 'De Knoop' u tot steun zijn door middel van persoonlijk contact, informatie, gespreksgroepen, landelijke en provincialen bijeenkomsten.

Adviseur: de volgende specialisten hebben zich als adviseur aan de vereniging verbonden: de heer dr. G. de Lange, orthopedagoog mevrouw C. Penninga-de Lange, orthopedagoge/schoolbegeleidster de heer H. Mohr, manueeltherapeut/KISS-syndroom

Aangesproken: Voelt u zich door het voorgaande aangesproken of wilt u meer informatie, aarzelt u dan niet contact op te nemen ons.
Secretariaat, 'De Knoop"
Postbus 100
7460 AC Rijssen
tel:0527-614504
e-mail:
website: www.deknoop.org.

Eventueel kunt u ook terecht bij de Contactgroep voor ouders.

21.3. Hoe ga je om met een GBS-kind dat niet kan liefhebben?

    Het adopteren van een kind kan uitmonden in een gezinsdrama. Het vurig verlangde kind kan de boel thuis zo verzieken, dat het gezin aan de rand van de afgrond word gebracht. Broertjes en zusjes komen in het gedrang omdat alle aandacht naar het adoptiekind gaat. Zijn adoptie-ouders slechte opvoeders? Of althans mindere opvoeders dan 'gewone' ouders?
Lees het artikel van Martha Aalbers.

21.4. Bijeenkomsten hechtingsproblematiek

Af en toe zijn er bijeenkomsten over hechtingsproblematiek. Voor meer informatie over deze landelijke themabijeenkomsten kunt terecht op de website van De Knoop: www.deknoop.org

U kunt ook contact opnemen met:

    Rita Hendriks, secretariaat ‘De Knoop’ tel: 0527-614504
    e-mail:
    Postadres: Secretariaat De Knoop, Postbus 100, 7460 AC Rijssen.

21.5. Belangengroep LAVA

LAVA behartigt de belangen van (aspirant-)adoptieouders, zonder onderscheid in culturele, politieke of religieuze achtergrond en onafhankelijk van bij betrokken instanties.

Hechtingsstoornissen / Geen-Bodem-Syndroom

  1. De Knoop
  2. Kenmerken van het geen-bodem-syndroom
  3. Hoe ga je om met een GBS-kind dat niet kan liefhebben?
  4. Bijeenkomsten hechtingsproblematiek
  5. Belangengroep LAVA
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.