Groot Gezin
Het gezin van Nell en Theo
ELFAC
Rubriek:   

  1. Ons gezin

  2. Anders dan anders?

  3. Interview met Nell

  4. Kiezen tegen de trend in

  5. Gewoon een groot gezin
 
Ons gezin
Ons gezin bestaat uit 8 kinderen, inmiddels zijn ze allemaal bovern de 21.  
Anders dan anders?
In december 1997 werden wij benaderd door de VPRO met de vraag of we wilden meewerken aan een aflevering van "anders dan anders?" Ik was tegen, ik hoef niet zo nodig op tv. Maar onze dochter Marloes zou centraal staan, en zij vond het leuk. De andere kinderen waren ook vóór, dus daarom stemden we toe. Twee programmamaaksters kwamen kennis maken, ze waren meteen erg enthousiast.

In het voorjaar hebben ze hier 10 dagen gefilmd, het was behoorlijk intensief. In mei waren ze klaar, en we hoorden niets meer. Stiekem hoopte ik dat ze ons vergeten waren, maar begin november belden ze, de aflevering was klaar. We werden uitgenodigd in de studio voor een 'verwendag', kregen een uitgebreide lunch, en hebben de aflevering gezien. De kinderen kregen allemaal een T-shirt, en een rondleiding door de studio.

Alles bij elkaar is het een hele bijzondere ervaring geweest, met vele leuke kanten. De mensen van de VPRO hebben met veel respect naar ons toe een mooi portret gemaakt van ons gezin. Het was wel intensief, de camera blijf je nog lang voelen.

Het spannendste was: op 21 februari 1999 kon heel Nederland in onze potten en pannen kijken.

Nell

 

Interview met Nell
Het volgende interview werd uitgezonden op 10 augustus 1998 door de NPS op Radio 1.

"U bent moeder van acht kinderen?"
Ja, de oudste is bijna eenentwintig en de jongste is vier.

"Heden ten dage een gezin hebben van acht kinderen, acht eigen kinderen, waarom heeft u daar-voor gekozen?"
In eerste instantie omdat ik het ontzettend leuk vind en toen dat hele proces zich afspeelde van een naar twee naar drie begon ik het steeds leuker te vinden. Ik zie er enorm veel mogelijkheden voor mezelf in. Ook het groeiproces van jezelf, het meegroeien met de kinderen. Het is gewoon enorm leuk. Het is alleen in deze tijd best wel eens moeilijk en het wordt je moeilijk gemaakt.

"Door wie?"
Overheid… er is best wel een ontmoedigingsbeleid naar de wat grotere gezinnen toe: studiekosten zijn onbetaalbaar, in de maatschappij is nergens ruimte voor een groot gezin, als je uit gaat eten moet je een halve zaak verbouwen voordat je ergens kunt gaan zitten. En er hangt best wel een negatief beeld rond de grote gezinnen; we zijn asociaal, we houden geen rekening met de overbevolking. Je moet gewoon sterk in je schoenen staan om daar alsnog voor te kiezen.

"En wat is uw beweegreden geweest om acht kinderen op de wereld te zetten?"
Belangrijkste is dat ik het zo enorm leuk vind. Daarnaast is het ook een beetje afzetten tegen dat enorme geprogrammeerde wat de maatschappij heeft: twee kinderen, liefst eerst een jongentje, dan een meisje, baan erbij. Alles moet geprogrammeerd zijn en ik hou er toch iets meer van te kijken wat er op me afkomt en probeer daar een draai aan te geven en het in te passen in ons leven.

"Zou u er nog meer willen?"
Ja, ja, als ik vandaag een briefje zou krijgen wat ik moest ondertekenen waarop stond dat ik binnen een jaar een tweeling of een drieling had, hoefde ik daar geen seconde over na te denken. Ik vind het echt het leukste van het leukste wat er is. Vooral met die ervaring die ik nu al heb wordt het steeds leuker. Je signaleert dingen eerder, je kunt makkelijker afstand nemen van dingen. Je staat ook niet meer tussen je kinderen, je staat naast je kinderen. Je herkent processen waar kinderen doorgaan eerder, je kunt het wat meer op zijn beloop laten omdat je gewoon een brok ervaring hebt waar je op terug kunt grijpen. Ik zou zo best nog jaren door kunnen gaan. Ik heb ook eeuwig het gevoel dat ik vijfentwintig blijf.

"U zit altijd midden in de kinderen, wordt U het niet eens beu?"
Nee, ik ben het eigenlijk nooit zat, nooit. Waar ik wel eens moe van word zijn die bergen was. Gisteren vijf machines gedraaid en vandaag zitten er weer twee manden vol. Daar word ik wel eens moe van, de kinderen zelf niet. Het werk er omheen, het financieel continu alert moeten blijven, daar krijg ik wel eens grijze haren van. En het wakker worden 's morgens met in je achterhoofd vandaag moet er dit en dat en dat gebeuren daar word ik wel eens moe van.

"Hoe ziet uw dag eruit?"
Half zeven, kwart voor zeven op en dan een half uur koffie drinken om even de zaak op een rijtje te zetten. Wat ik heel graag doe is wat eerder opstaan en 's morgens in de tuin gaan zitten zodat ik even de stilte buiten proef. En dan is het actie tot half negen en dan is iedereen naar school.

"En wat is de actie dan?"
De kinderen wassen, aankleden. Stimuleren, zorgen dat ze gegeten hebben, zorgen dat iedereen zijn eigen spullen bij zich heeft. Kortom, zorgen dat het geheel goed verloopt.

"Hoe onthoudt U wat iedereen elke dag nodig heeft, of moeten ze dat allemaal zelf bekijken?"
Voor een gedeelte bekijken ze het zelf; boven een bepaalde leeftijd. De kleintjes help ik eraan denken. Er zit ergens een agenda in mijn achterhoofd.

"U heeft niet overal lange lijstjes hangen?"
Nee, er zit een agenda in mijn achterhoofd, die is continu actief. Ik vergeet dan ook zelden iets.

"Om half negen zijn ze dan weg. De kleintjes moeten gebracht worden?"
Ja, die brengt mijn man naar school toe en ik haal ondertussen de jongste uit bed want dat is een uitslaper. En dan begint het zorgen dat de was draait, zorgen dat de keuken opgeruimd is en om kwart over elf moet ik de kleintjes weer gaan halen. Om twaalf uur komt er nog eentje thuis en dan is het eten en om kwart over een breng ik ze weer naar school. Dan weer terug naar huis, was opruimen, keuken weer bijwerken, het avondeten alvast voorbereiden en om kwart voor drie loop ik weer naar school om ze te halen. Dan heb je op dinsdag de zwemles erbij, dus dan loop ik om kwart over drie naar het zwembad en dan kom ik om half vijf thuis.

"Maar ondertussen moeten er natuurlijk ook boodschappen gedaan worden?"
Boodschappen neemt mijn man op de terugweg van zijn werk mee. Hij heeft daar een heel goed systeem in. Twee keer in de week worden de grote boodschappen gedaan. Als er tussendoor nog iets bijgehaald moet wonden, ga is meestal zelf met de fiets.

"Hoeveel pakken melk staan er dan in de auto?"
Per week gaan er hier zo'n twintig liter melk op.

"En broden?"
Broden die bak ik nu zelf. Voorheen kochten we ze….

"Die bakt u zelf want U had nog niets te doen?"
Nell lachend: Nou, dat vinden ze lekkerder, zelfgebakken brood. Ik heb eigenlijk altijd zelf met de hand gebakken, negen broden per week. Toen de jongste kwam werd me dat teveel en nu heb ik een broodbakmachine en die draait eigenlijk fulltime.

"Komt u wel eens het huis uit?"
Ja, kinderen van school halen, zwemles lopen, af en toe op woensdagachtend boodschappen doen. Maar ik vind het ook heerlijk om thuis te zijn. Ik hoef van mezelf niet zo nodig weg. Ik kan mijn draai thuis heel prima vinden. Ik heb hobby's genoeg, ik heb vriendinnen waar ik toch wel veel via de telefoon mee klets of via e-mail.

"Maar u gaat nooit eens samen met een vriendin de stad in?"
Nee, behoefte om er eens zelf uit te gaan, die heb ik ook niet zo sterk. Ook toen ik nog geen kinderen had kon ik me uren thuis vermaken.

"Dan eten koken 's avonds, met z'n allen aan tafel en dan.... is de dag dan op?"
Nee hoor, dan wast mijn man met mijn oudste zoon af.

"U heeft geen machine?"
Nee, in een huis waar tien monden zijn om te eten, zijn ook twintig handen om af te wassen. Rond een uur of acht gaat mijn man met twee naar boven toe, ruim ik beneden met de anderen op. Ik dweil even en dan gaat de jongste ook naar boven. Dat doe ik meestal en om een uur of half tien, tien uur is het rustig in huis en dan ga ik meestal echt tot een uur of een, half twee voor mezelf werken. Lezen, achter de breimachine, achter de naaimachine, achter de computer gezellig muziekje aan en dan is het zo twee uur. En dan lig ik in bed.

 

Kiezen tegen de trend in
Artikel van Galiëne Gerritsen, verschenen op 28 juli 2001 in het Nederlands Dagblad.
    De economie schreeuwt om haar. Een vrouw, breed opgeleid in de gezondheidszorg, temperamentvol leider, sociaal bewogen en met de levenservaring op de schouders die je opdoet als je acht kinderen opvoedt. Die willen we wel. Kom erbij, kies voor de maatschappij! Maar Nell Coumans' (49) keuze is bewust anders. Ze zit thuis, om er te zijn voor haar gezin. Een aantal jaren geleden richtte ze de website 'groot gezin' op. En schreef ze een nieuw woord bij in de Dikke van Dale: Grootgezinmanager.
„Streep maar door”, dicteerde Nell Coumans de notaris. Geen beroep/huisvrouw moest worden: werkzaam als grootgezinmanager. Anders zou ze het contract voor het nieuwe huis niet ondertekenen. Wekelijks dertig wassen draaien, drie verschillende tijden van zwemlessen onthouden, diverse gymtassen op diverse dagen volstoppen en meegeven, excursies, proefwerken en verjaardagsfeestjes evalueren, stipt boekhouden, „ach, dat is het werk niet”, vindt Nell. Het is het sturen, begeleiden, stimuleren en verzorgen van acht verschillende karakters dat haar dagtaak vult. Met aan de randen van de nacht de dagelijkse evaluatie met zichzelf: Hoe ging het vandaag? Kan het morgen anders? En hoe? „Niet mijn handen hebben veel werk, maar mijn hersens.”

    Koffiekan

Een groot gezin mag weer, zo lijkt het. Nu we niet meer op de kleintjes hoeven te letten, investeren we in het groot. Twee kinderen hebben is modaal, drie of meer getuigt van een financieel gezonde situatie. De huizen worden ruimer, de auto's groter. Nederland dijt uit.
Nell Coumans haalt haar neus op. Ingeklemd tussen asbak en koffiekan trekt ze af en toe fel van leer. Dat de media dat beeld schetsen, maar dat de statistieken wel vertellen dat de werkelijkheid anders is. Eenpersoonshuishoudens groeien in aantal, grote gezinnen blijven in de minderheid. „Kiezen voor een vierde kind of voor nog meer is kiezen tegen het gangbare. Dat is een zware keus, waarbij het je van diverse kanten niet makkelijk wordt gemaakt”, oreert ze.

Zij koos niet voor acht kinderen, zegt ze stellig. Die kwamen. Niet op bestelling, niet ingepland. Ontvangen. Bij elk nieuw leven sprong ze een gat in de lucht. Acht keer ging het goed, zeven keer liep het uit op een miskraam.

Eigenlijk heb je dus vijftien kinderen.

„Nee, zo tel ik niet. Het ging om jonge miskramen, tussen de twee en drie maanden. Eentje stierf bij 3,5 maand. Vrij snel na iedere miskraam was ik weer zwanger, wat dan wel een kindje werd. Als ik die miskraam niet had gehad, was het kind dat ik nu had niet geboren, zeg ik altijd tegen mezelf. Natuurlijk heb ik me wel eens afgevraagd of het verantwoord was om zo'n kinderaantal te krijgen. Maar m'n lichaam schonk me dat vertrouwen, het voelde altijd goed.”
„Die zeven misgeboortes mis ik nog altijd. De leegte na iedere miskraam is intens. Elke keer moest ik afscheid nemen van een droom, boos op mijn lichaam dat me in de steek gelaten had. Het waren leventjes voor me, meteen als ik zwanger was, hield ik van die kinderen. Ik heb verschrikkelijk veel verdriet gehad om hun verlies. En nog. Ik kan daar moeilijk met droge ogen over praten. Misschien is dat de reden dat ik naar anderen toe zeg dat ik acht, in plaats van vijftien kinderen heb. Rondom de miskramen zit nog zoveel weggestopt verdriet, dat blijft iets van mij. Diep in mijn hart zit een plaatsje voor de kindjes die ik nooit heb mogen kennen.”

    Dagtaak

Opvoeden begint in de buik, vindt ze. „Meteen als ik wist dat ik zwanger was, probeerde ik een band op te bouwen met m'n kindje. Ik observeerde bij wijze van spreken elke buiteling. De eerste levensjaren, tot aan de kleuterschool, daar zat ik bovenop. Ik wilde alles meemaken, niks missen. Om maar te kunnen zien, en te bedenken hoe ik daarop moest reageren. Om bij te sturen en ruimte te geven voor ontwikkeling. Daar heb ik een dagtaak aan. En ik geniet ervan: de persoonlijke ontwikkeling van mensen vind ik het meest boeiende wat er is. De interactie tussen diverse leeftijden, prachtig! Ik moet er niet aan denken dat er acht uur van een etmaal ook nog een andere opvoeder tussen zit. Ik wil een kind optimaal leren kennen en bij mij kan dat alleen als ik me er helemaal op richt. Werken en opvoeden gingen niet samen.”

Andere vrouwen lukt het kennelijk wel. Wat is het verschil tussen hen en jou?

„Je bepaalt de koers van je leven door de behoefte die je voelt. Ik heb nooit de drang gehad exclusief aan mezelf te werken of tijd voor mij alleen in te ruimen. Als er een kind kwam, stond dat kind centraal, niet ik. Begrijp me goed: Dat moeders kiezen om een stukje voor zichzelf te houden, vind ik een winst van deze tijd. We lopen niet braaf in de pas van anderen, we kiezen zelf. Maar ik vraag me af hoe vrij die keus is. Ik heb sterk het idee dat die bepaald wordt door de economie, of door een andere heersende orde. Sommige politieke partijen willen de kinderopvang verlengen van 's morgens zes tot 's avonds acht, zodat ouders beiden fulltime kunnen blijven werken. Dat heet keuzevrijheid: Als ze wil, mag een vrouw net zoveel werken als haar man. Maar ondertussen wordt het een 'moeten'. We zitten met tekorten aan arbeidskrachten en financiën, vrouwen die nog thuis zitten zijn nodig. En: als banen voor het oprapen liggen, waarom ga je dan niet buitenshuis aan de slag? De druk van de publieke opinie is groot.

„Tegelijk heb ik er moeite mee hoe we tegenwoordig met opvoeding omgaan. We krijgen kinderen, maar geven de zorg uit handen. Aandacht is geprofessionaliseerd. Kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, consultatiebureaus, ze vervangen wat wij ooit zelf allemaal deden en konden. Opvoeding keek een vijftienjarige af haar of zijn moeder, als in dat gezin weer een baby was geboren. Maar met die kleine gezinnen van tegenwoordig maken kinderen die fase helemaal niet meer door. Volgens mij kampt de jongste generatie straks met die grote leegte. En met heel veel vragen.”

Hoe vrij was jouw keus voor een groot gezin?

„Vrij. Maar niet spontaan, hij was erg bewust. Gedwongen bewust. Want ook ik ervoer wel die druk vanuit mijn omgeving. Na de tweede zeiden mensen: Je hebt nu een jongen en een meisje, stop er toch mee. En na de vierde werd het commentaar alleen maar heviger. Toch voelde ik elke keer dat er ruimte was voor nog een kindje. Aantallen had ik niet in mijn hoofd, ze kwamen. Maar het was moeilijk, ik was gevoeliger voor wat anderen zeiden, dan ik dacht."

„De ontwikkeling van m'n kinderen doet me nog wel eens twijfelen. De jongsten waren later zindelijk en spraken minder snel en goed als de eersten. Ze zijn erg sociaal en voegen zich makkelijk in een groep. Maar ze missen het stukje wat de oudste kreeg: gerichte tijd en exclusieve aandacht. Met hen heb ik geen uren op de bank boekjes gelezen. Daar had ik geen tijd voor. Ze werden door hun broers of zussen voorgelezen. Oudste kinderen leren: Je bent geweldig, omdat je er bent. Mijn jongsten hebben meer geleerd: je bent geweldig, maar er zijn er meer geweldig. Ten opzichte van hen voel ik me soms vertwijfeld. In kleine gezinnen groeien kinderen meer op met het gevoel van de oudste, enige en geweldige. Doe ik mijn jongsten te kort?"
Tegelijk weet ik hoe betrekkelijk de maatschappij dat gevoel van de oudste, enige en geweldige heeft gemaakt. Dat ben je vooral als eenling ten opzichte van een andere eenling. In een groep ben je zo geweldig niet. Terwijl ik mijn kinderen dat bewust wil meegeven. Individualisme, nee. De mens vormt met anderen een samenleving. Soms heb ik het gevoel te vechten in een maatschappij die bezeten is van individualisme. En dat doet me twijfelen: Zadel ik mijn kinderen niet op met de consequenties van mijn idealen? Passen die nog wel in deze tijd?”

Van wie heb jij die gedrevenheid?

„Mijn vader is mijn voorbeeld. Hij had een gulden regel: Al zegt de hele wereld dat iets wit is, als jij vindt dat het zwart is, dan is het zwart. Wees een eigenheid, loop niet zonder meer de groep achterna. Hij trok zich niks aan van de groepsdruk, zijn principes gingen vóór aanpassen.”
„Wat mij gevormd heeft is dat mijn ouders ons altijd lieten weten hoe trots ze op ons waren. Wij kregen veel bevestiging. Soms kon m'n vader glunderend naar ons zitten kijken, als we met elkaar speelden of met hem praatten. Hij was trots op wie je was. Dat is erg belangrijk geweest voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik groeide uit tot een sterk iemand, met veel gevoel van eigenwaarde. Het leuke is dat ik het in mijn kinderen terug zie. Ze zijn niet bang voor oordelen, ze weten dat ze waardevol zijn en dat maakt dat ze erg sterk overkomen.”

    Energie

Wanneer wisten jullie dat jullie niet nog meer kinderen wilden?

„Bij de zwangerschap van onze jongste. Theo was 44 en ik 42 toen ze geboren werd. Tegen de tijd dat zij volwassen wordt, zijn wij al in de zestig. Bij een negende kind zouden we nog ouder zijn, dat vond ik niet verantwoord. Ik kan zo'n kind bij zijn geboorte niet de garantie meegeven de komende 21 jaar een goede opvoeder te zijn. Dat kun je natuurlijk nooit, maar na je veertigste gaan de jaren tellen. Opeens komt de dood dichterbij, onder andere omdat je vaker aan een graf staat. Mijn ouders werden beiden niet erg oud. Dat was een belangrijke factor in onze keus."
„Daarnaast merkte ik het aan mijn energie. Toen ik tussen de 20 en 30 was, was ik lichamelijke sterk, maar had ik geestelijk het overzicht nog niet. Tussen de dertig en veertig groeiden die twee polen naar elkaar toe. In die jaren word je wijzer, maar lichamelijk minder flexibel. Na m'n veertigste was het omgekeerd: geestelijk had ik het overzicht, terwijl m'n lichaam achterbleef. Zo werkt de natuur, je lichaam geeft aan dat het dan verstandig is je leven aan te passen.”

De beslissing viel Nell Coumans zwaar. Ze omschrijft het als een rouwperiode. Nog steeds heeft ze het er bij vlagen moeilijk mee. Een uur later, op het schoolplein van haar dochter, struikelt ze bijna over een tweeling van krap twee jaar.
„Als ik dat zie, overvalt me een gevoel van heimwee. Er waren tijden dat ik van alles in huis had: een puber, een beginnende tiener, een ouder kind, jongere kinderen, kleuters, peuters en een baby. Van die diverse zorg genoot ik. Toen de jongste groter werd, had ik steeds het gevoel: ik mis iets aan de onderkant. De interacties tussen m'n kinderen veranderen. Een peuter heeft grote invloed op een opstandige puber. Als die stampvoetend de trap op gaat, met z'n kamerdeur slaat en mokkend onbereikbaar is, breekt een peuter met een zacht kusje alle weerstand. Die puber heb ik wel in huis, de peuter niet meer. Dat mis ik.”

    Hypotheek

Neem in een groot gezin niet een te grote hypotheek op je relatie, drukt Nell Coumans de lezers op het hart die haar website bezoeken. Ze hoort mensen nog al eens zeggen: Als de kinderen de deur uit zijn, dan komen we toe aan elkaar. „Dat zei mijn moeder ook. Ze had negen kinderen, heeft altijd verschrikkelijk hard gewerkt. Ze genoot wel, maar haar eigen dromen en wensen waren voor later. Dan zou ze genieten! Een maand voor de jongste het huis uitging, stierf ze. Dat heeft me bevestigd in het idee dat je nú moet genieten. Je bent met elkaar getrouwd, je gaat samen door het leven. Kinderen mogen niet tussen ouders in komen te staan.”

Hoe gingen jullie daarmee om?

„Dat moet je léren plannen. In een druk gezin geef je de tijd voor elkaar het eerst eraan. Terwijl dat de krachtbron is, je moet het samen doen. Als mensen me ernaar vragen druk ik ze dat vaak op het hart: neem tijd voor elkaar!”
Haar jongste dochter werd geboren met de ziekte van Hirschsprung, een storing in de aanleg van organen, ontstaan tussen de tiende en twaalfde week van de zwangerschap. Binnen anderhalf jaar lag ze zeven keer in het ziekenhuis, waarvan drie keer op een operatietafel. Nell bleef in het ziekenhuis, terwijl haar man zijn vakantiedagen opnam om thuis de boel te runnen. In die tijd speelde een reorganisatie op zijn werk, wat extra spanning opleverde. Het was een aanslag op hun conditie, maar vooral op hun relatie. „Te weinig slaap, teveel aan je hoofd en geen tijd voor elkaar. De tijd die we hadden, gebruikten we om irritaties die overdag bleven liggen, 'uit te praten'. Maar ruimte was er niet. We vochten tegen elkaar, in plaats van met elkaar te knokken voor ons gezin."
„Op een gegeven moment ging bij mij een alarm af: Dit is niet goed. We moesten er voor gaan zitten om uit te spreken wie je bent voor die ander. Waar viel ik ook al weer voor toen ik je leerde kennen, wat hebben we samen te delen? Dan kom je er achter dat dat na acht kinderen heel veel is.”
Een oude regel werd in ere hersteld: Na tien uur is de huiskamer voor pa en ma Coumans. Dan zitten de kinderen boven, waar ze zelf tv en telefoon hebben, en ruimte genoeg om vrienden te ontvangen. „Die tijd gebruiken we om samen te filosoferen en de dag te bespreken. Of om gewoon samen te zijn, zonder iets te zeggen. Theo duikt achter de computer en werkt de website bij, ik pak de naaimachine. Die uurtjes zijn kostbaar, ook voor mezelf. Ik zeg altijd: In de randen van de nacht ruim ik m'n hoofd op. Die rust heb ik hard nodig. Evalueren, overpeinzen, analyseren, tien verhalen een plaats geven. Als ik dat niet doe, trek ik het niet. Dat is de kracht achter mijn gezinsleven.”

Galiëne Gerritsen

 

Gewoon een groot gezin
Twee keer in de week naar de supermarkt en je auto volladen met enorme hoeveelheden van de dagelijkse boodschappen. Een wasmachine die bijna continu draait. Voor de vijfhonderdste keer een kind naar zwemles brengen. Kun je daar mee pronken in de buurt? Is dat iets om mee te pochen bij je collega’s?

 

De ruime woning van Nell en Theo oogt keurig opgeruimd. Voor mijn jas vind ik makkelijk een plekje aan de kapstok. In de hal zijn weinig sporen te zien van het grote aantal mensen dat hier huist. Ze zijn dan ook bijna allemaal naar school. Kortom: het is rustig. De woonkamer is aan kant maar grote stapels speelgoed, spelletjes en boeken verraden dat de goede Sint hier niet de doorsnee twee maar wel acht schoenen heeft gevuld. En een grote berg wasgoed op de strijkplank verraadt dat Nell zich ook vandaag niet hoeft te vervelen. "Mijn regel is: Wat ‘s ochtends uit de wasmachine komt moet ‘s avonds gestreken in de kast liggen. Anders loop het hier snel uit de hand".

 

Nell ontvangt me hartelijk met koffie en een grote koektrommel op tafel. Ondertussen maant ze Rianne, haar jongste dochter van drie jaar, om nog even haar boterhammetje op te eten. Rianne heeft meer belangstelling voor de koektrommel. Nell is moeder van acht kinderen tussen de twintig en de drie jaar oud. Ze noemt zichzelf ‘gezinsmanager’, meer dan full-time bezig met het draaiend houden van dit ‘kleine bedrijfje’. Toen haar oudste twee jaar was heeft ze haar baan als psychiatrisch verpleegkundige en docent opgezegd om zich helemaal aan het moederschap te wijden. In de uurtjes die ze over heeft naast het ‘managen’ houdt ze onder andere de ‘Grote Gezinnen Website’ bij op het Internet. Deze website (een soort ‘informatiekraampje’ aan de digitale snelweg) ontstond een paar maanden geleden uit een discussiegroep op Internet waar ouders van grote gezinnen informatie en tips uitwisselden. Nell ‘ontmoette’ daarop Ronald (vader van zes kinderen) en samen startten ze de website. Geheel in stijl maakte Marloes, de twaalfjarige dochter van Nell en haar man Theo de tekeningen voor de site. Tot genoegen van de makers is de website al een keer tot ‘site van de week’ gekozen door het Internet-krantje T-Zine. "Bezoekers krijgen er verschillende tips: besparingsideetjes voor een dagje uit, interessante treinabonnementen, speciale verzekeringen, enz... Voor tips over geboortenbeperking moet u hier niet zijn", schrijft de redactie van T-Zine. Nell is vooral blij met de contacten die het Internet heeft opgeleverd. "Je voelt je als ouder van een groot aantal kinderen soms best geïsoleerd, ik kende niemand die een vergelijkbaar gezin had. Je wilt toch weleens over je ervaringen praten, advies van iemand, tips uitwisselen".

Rianne kruipt op haar schoot. Ze is een echt moederskindje en loopt Nell de hele dag achterna, een ware hulp in de huishouding met kinderbezem, speelgoed strijkbout en haar eigen fornuis. "Als zij straks naar school gaat...", peinst Nell, "ik denk dat ik dan vijf dagen loop te janken. Ik zit nu al twintig jaar in de kleine kinderen, ik zal dat zo missen. Het is nu ook niet het aantal dat zegt dat het op is, maar meer mijn leeftijd en de risico’s".

Marjet (20) stuift de kamer binnen. Ze zat op zolder te studeren voor haar VWO-examens maar gaat nu een paar boodschappen doen. Ze belooft Nell plechtig Niels van vijf en Rob van zeven om half twaalf uit school te halen. Als ze net de deur uit is komt Peter van zeventien de trap af denderen. Ook hij zat boven te blokken, voor het gymnasium-examen. Na een snelle boterham vliegt hij de deur uit op weg naar zijn schoolonderzoek.

 

Gezinnen worden groter

Gezinnen in Nederland worden weer groter. Je leest het in de krant, je hoort het op de radio, je ziet het op televisie. Maar is het ook waar? Ja en nee. Gemiddeld gezien wordt het gezin in Nederland alleen maar kleiner. Oorzaak daarvan is dat ongeveer een kwart van de jonge vrouwen in Nederland - al dan niet bewust - kinderloos zal blijven. Aan de andere kant lijkt het inderdaad of er meer grote gezinnen zijn dan een aantal jaren terug. Het gezin met drie kinderen lijkt meer regel dan uitzondering te worden, en iedereen heeft wel een buur, kennis of collega met vier of vijf kinderen. Het idee dat grote gezinnen weer in opkomst zijn wordt bevestigd door cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ten opzichte van de cijfers van 1996 is er in 1997 tot dusver een duidelijke stijging te zien van het aantal derde, vierde en daaropvolgende kinderen dat geboren wordt.. Zowel in absolute aantallen als uitgedrukt in een percentage van de bevolking is die stijging te zien. Willy Bosveld van deUniversiteit van Amsterdam is vorig jaar gepromoveerd op een onderzoek naar de vruchtbaarheid van Europese vrouwen. Haar onderzoek leverde dezelfde conclusies op als in de CBS-statistieken zijn te vinden. "Een tijdlang daalde het aantal derde kinderen dat geboren werd gestaag, maar op dit moment is dat weer aan het stijgen. In sommige andere Europese landen zie je die trend ook. Bijvoorbeeld in Zweden, daar is het al eerder begonnen." Waarom deze ontwikkeling heeft ingezet is haar niet duidelijk. "Misschien zijn het geboorten die als het ware zijn ‘uitgesteld’, vrouwen krijgen tenslotte op latere leeftijd kinderen", oppert Bosveld. Serieus onderzoek naar de motieven achter de cijfers is nog niet gedaan.

In een artikel in de Haagse Post van 15 augustus 1997 wordt het grote(re) gezin gepresenteerd als het statussymbool van de huidige tijd, "een keuze die uitstraalt: Wij Zijn De Zaak Meester", schrijft journalist Auke Kok. Als ik die uitspraak voorleg aan Nell maakt ze even een gebaar of ze onpasselijk wordt. "Ik vond dat artikel zó triest", zegt ze "Alsof je kiest tussen een dure auto of nog een kind erbij. Dat kun je toch niet vergelijken. " De kosten van een groot gezin zijn wel enorm, dat ontkent Nell niet. "Dit jaar moesten we in september achtduizend gulden betalen aan schoolbijdragen. Volgend jaar, als er twee gaan studeren, wordt dat elfduizend. Daar sparen we voor en in noodgevallen kunnen we een extra hypotheek afsluiten."

Ook Willy Bosveld heeft haar bedenkingen bij het idee ‘een groot gezin als statussymbool’. "Ik denk dat het eerder zo is dat een journalist toevallig in het Gooi iets heeft gesignaleerd, en daarover is gaan schrijven". Er is volgens haar geen serieuze reden om aan te nemen dat statusoverwegingen een rol spelen bij het krijgen van meer kinderen.

 

De zaak meester

Naast materiële status is er blijkbaar ook nog een ander soort aanzien dat je kunt verwerven als ouders van een groot gezin. Het is wat HP/de Tijd noemt ‘Wij Zijn De Zaak Meester’: waar iedereen worstelt en ploetert om twee of drie kinderen groot te brengen dwingt het respect af als de buren die klus klaren met zeven of acht. Nell wil - en volgens HP/de Tijd is dat typisch Nederlands - niets van de zorg voor haar kinderen uitbesteden. Ze heeft in haar loopbaan als gezinsmanager nauwelijks oppas en zelfs geen kraamhulp gehad.

Het loopt tegen half twaalf en Nell begint wat onrustig voor het raam te ijsberen. "Ik hoop toch wel dat Marjet zo komt om die kleintjes uit school te halen. Ik vind het zo’n naar idee dat ze daar staan en er is niemand. Kom, laten we zelf maar even gaan". Net als we allemaal de jas aanhebben stapt Marjet binnen. "Je weet toch dat ik ze ga halen, ik ben toch altijd op tijd", roept ze lachend naar haar moeder. Nell maakt zich bij haar zevende schoolgaande kind nog evenveel zorgen als bij de eerste. "Dat halen en brengen, daar word ik af en toe weleens moe van", zegt Nell, "en dan vooral die zwemles". Nummer zeven gaat er binnenkort mee beginnen.

Als Rob, Niels en Marjet thuiskomen wordt de tafel gedekt voor ‘maar’ zeven personen. Ruud van tien komt even later ook binnenvallen. Onder druk gepraat en gestoei worden de nodige boterhammen naar binnen gewerkt. Action Man krijgt het aan de stok met een dinosaurus. Nog even spelen en dan snel weer allemaal plassen, jassen aan en weer naar school. Marjet brengt ze weer terug.

"Om het huishouden draaiend te houden werken we veel met systemen, en het is een kwestie van goed plannen. Theo doet twee keer per week ‘grote’ boodschappen, met de auto. Aanvullende boodschapjes doe ik, op de fiets want ik heb geen rijbewijs. Wat ik ‘s ochtends uit de wasmachine haal, moet ‘s avonds gestreken in de kast." Nell streeft ernaar om de huishoudelijke taken voor de kinderen zo beperkt mogelijk te houden, vertelt ze als we een rondje maken door het huis. "De groten hebben allemaal een bepaalde taak, de één doet de afwas, de ander schilt de aardappels, de derde helpt met koken. Verder ruimen ze vanaf een bepaalde leeftijd hun eigen kamers op, en de grootsten moeten hun kamer ook zelf poetsen. Als ze volgens jaar op kamers gaan wonen moeten ze dat tenslotte ook. Eigenlijk wonen ze nu al op kamers, bij ons thuis", lacht ze. "Wat dat betreft hebben we geluk gehad met dit huis. We konden de binnenruimte helemaal zelf indelen, en zo heeft iedereen een eigen plekje gekregen. De drie oudsten hebben op zolder alles zelf: douche, w.c. telefoon, televisie, computer."

 

Opvoeding

Nell heeft een duidelijk idee over de opvoeding van de kinderen in hun ‘gewone’ grote gezin. "Ik vind het heel belangrijk dat alle kinderen gewoon kunnen opgroeien, gewoon puber kunnen zijn. Daarom wil ik absoluut niet dat de groten verantwoordelijk zijn voor de kleintjes. De opvoeding is onze taak. Opvoeden is voor mij vooral begeleiden, en heel veel rekening houden met de persoonlijkheid van ieder kind. Ieder kind zien we als een individu."

Marjet is het met haar moeder eens dat alles in hun gezin heel gewoon is. "Nu jij op internet zit mam, is er opeens heel veel belangstelling, maar ik vind het echt niet bijzonder. Ik ben gewoon niet anders gewend. Het enige nadeel is misschien dat ik me gewoon geen leven zonder kinderen kan voorstellen. Als ik een weekend samen ben met mijn vriend vind ik het zo stil. Dan moeten we óf praten óf de teevee of de radio moet aan. Anders vind ik het echt drie keer niks."

Echte problemen ondervinden ze niet als groot gezin, alhoewel Nell toegeeft dat het scheelt als je een goed inkomen hebt. Af en toe een negatieve reactie van een onbekende op straat, daar ligt ze echt niet wakker van. "De maatschappij is niet ingesteld op grote gezinnen, dat is volgens mij het grootste probleem", zegt Nell. "De politiek is afgestemd op het kleine gezin. Bij studiebeurzen wordt niet gekeken naar het aantal kinderen in het gezin, maar alleen naar het belastbaar inkomen. Op dat vlak zou ik graag wat politieke invloed willen hebben". Maar ze zou haar grote gezin niet willen missen. "Als je dat spul ziet opgroeien, dat vind ik het allermooiste wat er is. Kijk nou naar Peter; die knul is 1 meter 93. Ik zie nog zo voor me hoe ik hem als baby in mijn armen had. Ik vind de afgelopen twintig jaar de meest zinvolle van mijn leven". Als ik afscheid neem werpt ze nog een blik op mijn buik: "Hoe ver ben jij nou, een maand of vijf? Weet je dat ik eigenlijk jaloers op je ben?"

 

 

© Edith van Gameren, december 1997

 

Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.