Groot Gezin
De media
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

87. Genen en grote gezinnen

In het Groningse Universiteitsblad lezen we:
    Genen en grote gezinnen
    Door RENÉ FRANSEN

    Het is wel grappig, vindt Gerard Koppelman, dat zijn proefschrift over de genetische achtergrond van astma juist in het nieuws komt vanwege de invloed van omgevingsfactoren. Koppelman, nu kinderarts in opleiding, onderzocht tweehonderd patiënten van het voormalige astmacentrum Beatrixoord in Haren en hun familieleden. Woensdag promoveerde hij op dat onderzoek. Hij onderzocht hen op astma en allergie. Daarbij keek hij onder meer hoe sterk de longen reageren op histamine, een stof die tijdens allergische reacties vrijkomt en waar astmapatiënten extra gevoelig voor zijn.
    Het was al bekend dat kinderen van ouders met astma een grotere kans dan gemiddeld hebben om zelf astma of een allergie te krijgen. Maar Koppelman ontdekte dat allergie minder vaak dan verwacht voorkwam in grote gezinnen. Vooral een aantal grotere broers of zussen verkleinden de kans op allergie. Een effect op de kans om astma te ontwikkelen kon hij niet vinden.

    Infecties Een echte verklaring heeft hij nog niet, maar uit de literatuur blijkt dat het doormaken van verschillende infecties de kans op allergie verkleint. Vermoedelijk, aldus Koppelman, komen in een groot gezin meer infecties voor, vooral bij de kleinste kinderen. In vervolgonderzoek gaat hij stofmonsters uit huizen analyseren op de aanwezigheid van bacterieresten (endotoxinen). Mogelijk zijn die meer aanwezig bij de grote gezinnen. Als endotoxinen inderdaad een rol spelen bij het verminderen van de kans op allergie zou dat wellicht een aanknopingspunt bieden voor onderzoek naar de behandeling of preventie van allergie.
    Naast deze omgevingsfactor heeft Koppelman ook een flink aantal kandidaat-genen gevonden die betrokken lijken te zijn bij het ontstaan van astma en allergie. De leukste ontdekking, zo vond hij zelf, was dat twee genvarianten die elk afzonderlijk een kleine verhoging van de kans op astma geven, samen de kans op astma bijna vijf maal hoger maakten. Het ging om varianten in de genen voor interleukine-13 (een signaalstof van het afweersysteem) en de interleukine-4 receptor (die in aanwezigheid van interleukine-13 afweercellen activeert). De gen-varianten zorgden er voor dat er meer interleukine-13 aanwezig was en dat de receptor sterker reageerde op de signaalstof: twee elkaar versterkende effecten dus.
    Er lopen in verschillende landen inmiddels proeven met nieuwe geneesmiddelen, die de interleukine-4 receptor blokkeren. Koppelman denkt dat zo’n middel snel uitgetest moet worden bij personen die de beide door hem gevonden mutaties hebben. Want bij hen zou juist die receptor belangrijk kunnen zijn bij het ontstaan van een astmatische reactie.

 
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.