Groot Gezin
De media
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

98. Kindertal in Nederland volgt Scandinavisch model

Overgenomen uit de InterNetKrant :
    KINDERTAL IN NEDERLAND VOLGT SCANDINAVISCH MODEL

    Nederland zit in een geboortegolf. Voor een deel is dat een welvaartseffect, maar er speelt meer: Nederland scandinaviseert.

    Het aantal geboorten is sinds het dieptepunt van 189.521 in 1996 pijlsnel gestegen. Vorig jaar werd voor het eerst sinds 1972 de 200.000 gepasseerd, dit jaar komt vrijwel zeker nog hoger uit. In de eerste helft van 2000 werden vierduizend kinderen meer geboren dan in de eerste helft van 1999.

    De vraag is hoe dit komt. In elk geval speelt het welvaartseffect een rol. Het gaat Nederland in economisch opzicht erg goed. Dat is niet alleen een kwestie van 'harde' cijfers als een hoge economische groei, een geringe werkloosheid en een verdwenen financieringstekort van de collectieve sector. Statistisch gezien blijkt het aantal geboorten vooral samen te hangen met een variabele die het CBS 'consumentenvertrouwen' noemt. In enquetes wordt mensen gevraagd of ze dit een gunstige tijd vinden om allerlei belangrijke spullen aan te schaffen. Al enkele jaren is dat consumentenvertrouwen hoog. Nederland is optimistisch, en dat optimisme is stabiel: een gunstig klimaat voor het krijgen van kinderen.

    In Oost-Europa is te zien wat er met de geboortecijfers gebeurt als de toekomstverwachtingen verslechteren. Het economisch systeem is ingestort, oude zekerheden verdwenen en er zijn nog geen nieuwe voor in de plaats gekomen. Het aantal geboorten is er gekelderd. In een land als Roemenie lag het totale vruchtbaarheidscijfer (het gemiddelde aantal kinderen per vrouw) in 1980 nog op 2,5. Vorig jaar was het nog maar 1,3. In Slowakije daalde het van 2,3 naar 1,3, in Rusland van 1,9 naar 1,2. Ter vergelijking: om de omvang van de bevolking zonder immigratie op peil te houden is een vruchtbaarheidscijfer van 2,1 nodig.

    Ook de vergelijking met buurland Duitsland is illustratief. In 1980 zaten Nederland en Duitsland beide op 1,6 kinderen per vrouw. Nederland is in de jaren negentig gestegen naar 1,64, Duitsland daalde naar 1,37.

    Naast dit conjuncturele effect speelt in Nederland vrijwel zeker een structureel effect een rol. Dit heeft te maken met emancipatie, werkende vrouwen en kinderopvang.

    Eind jaren zestig, begin jaren zeventig daalde het aantal geboorten in Nederland dramatisch: van bijna 248.000 in 1969 tot nog geen 178.000 in 1975. Demografen spreken van de 'pilknik', een verschijnsel dat alles te maken heeft met modernisering en emancipatie van vrouwen. Geografisch gezien trekt de pilknik van noord naar zuid door Europa.

    De Scandinavische landen kenden, met uitzondering van IJsland dat traditioneel zeer hoge geboortecijfers heeft, jarenlang de laagste vruchtbaarheid van Europa. Maar dat is al lang niet meer zo. Onder leiding van Noorwegen zijn de vruchtbaarheidscijfers daar in de jaren tachtig weer gaan stijgen. Noorwegen zit inmiddels op 1,84. Denemarken en Finland volgen kort daarachter.

    Wat er gebeurde is het volgende. Eerst kwam de vrouwenemancipatie en de pil. Het kindertal daalde. Vervolgens gingen vrouwen en masse de arbeidsmarkt op. Het bleek lastig de verplichtingen van werk en gezin met elkaar te combineren. Niet alleen institutioneel was de samenleving niet ingespeeld op werkende vrouwen met kinderen - het kost nu eenmaal tijd om een goed stelsel van kinderopvang op poten te zetten - ook binnen huishoudens moest een nieuwe taakverdeling tussen mannen en vrouwen tot stand worden gebracht. Ook dit gebeurde in de Scandinavische landen het eerste. Een baan en kinderen werd voor vrouwen beter te combineren, zodat het kindertal weer ging stijgen. (Bron: NRC Handelsblad)

 
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.