Groot Gezin
De media
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 

115. Jeugd 1999, feiten en cijfers

Het volgende persbericht (20-04-1999) is overgenomen van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het aandeel jongeren in de Nederlandse bevolking neemt af. De komende jaren zet deze trend door. Uit de gegevens die het CBS in de nieuwe publicatie Jeugd 1999, feiten en cijfers heeft samengebracht, blijkt dat jongeren in eenoudergezinnen minder tevreden zijn over hun leven dan die in twee-oudergezinnen. Ook wordt vastgesteld dat één op de drie basisschoolleerlingen tot een achterstandsgroep behoort en dat steeds meer jongeren naast hun opleiding een bijbaan hebben. Door de grotere deelname aan het hoger onderwijs, is de gemiddelde opleidingsduur toegenomen. Vanwege de gunstige economische omstandigheden vonden schoolverlaters de laatste jaren steeds sneller werk. Ongezond gedrag onder jongeren neemt toe. Dat blijkt o.a. uit de ontwikkeling van het alcoholgebruik. De daders van criminaliteit zijn relatief vaak jongens in de tienerleeftijd. Hun criminele gedrag is meestal een tijdelijk probleem. Ook de slachtoffers van criminaliteit zijn relatief vaak jongeren.

Minder jeugd

Op 1 januari 1998 was 30 procent van de Nederlandse bevolking jonger dan 25 jaar. Ongeveer een generatie eerder maakte de jeugd nog bijna de helft van de bevolking uit. In 2025 zal het aandeel jongeren nog maar een kwart zijn. Immigratie remt deze ‘ontgroening’ iets af, omdat immigranten relatief jong zijn en gemiddeld meer kinderen krijgen dan autochtone Nederlanders.

Jongeren in eenoudergezinnen piekeren meer

Het maakt nogal wat uit of jongeren in een gezin met twee ouders of met één ouder leven. Kinderen in eenoudergezinnen zijn minder tevreden over hun leven en piekeren meer dan kinderen in twee-oudergezinnen. Ook vertonen ze meer ongezond en crimineel gedrag.

Eén op de drie basisschoolleerlingen behoort tot achterstandsgroep

In het schooljaar 1997/’98 behoorde één op de drie basisschoolleerlingen tot een achterstandsgroep waarvoor de overheid scholen van extra middelen voorziet. 19 procent van de leerlingen behoort tot de autochtone en 12 procent tot de allochtone leerlingen met ouders met een laag onderwijs- en beroepsniveau. De overige achterstandsgroepen vormen samen nog geen half procent van de leerlingen.

In de gehele EU geldt dat elke generatie beter opgeleid is dan de vorige. In vergelijking met de andere EU-landen is het onderwijsniveau in Nederland relatief hoog.

Steeds meer onderwijsvolgende jongeren hebben een bijbaan

In 1997 waren er in ons land ruim 1 miljoen jongeren van 15 tot en met 24 jaar die voltijdonderwijs volgden. Van hen verdiende 44 procent wat bij naast de studie. In 1993 was dat nog maar 34 procent. Deze toename hangt waarschijnlijk samen met de bezuinigingen op de studiebeurzen sinds 1994. Van de allochtone jongeren heeft 28 procent een baan tegen 46 procent van de autochtone jongeren.

Toename zware drinkers onder de jeugd

Het percentage zware drinkers onder jongeren, dat wil zeggen jongeren die minstens 1 keer per week 6 of meer glazen alcohol op één dag drinken, stijgt. Onder de 16-17-jarige jongens is dit percentage tussen 1990 en 1997 gestegen van 16 naar 28 procent. Bij de meisjes is het verdubbeld van 6 tot 12 procent. Van de 18-24-jarige jongens behoort 40 procent tot de zware drinkers. Bij de meisjes is het percentage zware drinkers met 16 een stuk lager, maar het is wel 10 procentpunten hoger dan in 1990.

Relatief veel jongens en allochtonen in justitiële inrichtingen

In 1997 zijn bijna 3800 jongeren tot en met 24 jaar in justitiële inrichtingen opgenomen. Dat zijn er ongeveer evenveel als in 1996. Negen van de tien jongeren in deze inrichtingen zijn man. Ongeveer de helft is buiten Nederland geboren.

Technische toelichting

Jeugd 1999, feiten en cijfers geeft een compleet overzicht van de leefsituatie van de jeugd. In de publicatie komen aan de orde: demografische ontwikkelingen, het gezin, de woonsituatie, onderwijs, arbeid, inkomsten en bestedingen, vrije tijd, gezondheid, criminaliteit, en maatschappelijke participatie. Deze CBS-publicatie is een onderdeel van de Landelijke Jeugdmonitor, een project van de interdepartementale Commissie Jeugdonderzoek onder leiding van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Achtergrondinformatie

Een recensie-exemplaar van Jeugd 1999, feiten en cijfers kunt u aanvragen bij de persdienst van het CBS, tel. (070) 337 49 60.

Mocht u nog vragen hebben over Jeugd 1999, feiten en cijfers, dan kunt u contact opnemen met mevrouw drs. A. K. Amse, tel. (070) 337 43 06. Overige informatie kunt u verkrijgen bij de persdienst, tel. (070) 337 58 16.

© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 1999

 
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.