1. De plaats van het kind in het gezin
1.1. Een gegeven relatie, F. Boer
Dit boek gaat over relaties tussen broers en zussen. Op de achterflap lezen we:-
Voor veel mensen is de relatie met een broer of zus de meest langdurige
in hun leven. Een gegeven relatie biedt een volledig overzicht van de
wereld tussen broers en zussen. Van ruziemaken tot het bieden van
bescherming, bijvoorbeeld tijdens de scheiding van de ouders.
Hoofdstuk 2.8 gaat over de relatie tussen meerlingen, en wordt als volgt ingeleid:
-
"Sommige kinderen beginnen hun broer/zus relatie al ruim voor de
geboorte. Nauw verstrengeld, soms de een met de duim van de ander in de
mond, liggen twee- of drielingen in de baarmoeder. Die nauwe
verstrengeling kan zich nog lang na de geboorte voortzetten, vooral
psychisch.
Daarna wordt een stuk besteed aan het krijgen van een tweeling en de inspanning van de ouders, en de invloed op oudere broer(s) en zus(sen) die als eenling kwamen. Een stuk gaat over de ontwikkeling van tweelingkinderen in allerlei fases, en over rivaliteit onderling. Er wordt aandacht besteed aan de eventuele problemen rond de identiteitsontwikkeling van tweelingen, en er is nog een extra stukje over drie- en vierlingen.
Het Nederlands Dagblad bespreekt het boek. We citeren:
-
"Soms is het alledaagse het minst bekend", is de mening van Frits Boer in
zijn boek over de relatie met broers en zussen. Je hebt een levenlang met
elkaar te maken, maar je staat er minder bij stil wat je voor elkaar betekent
dan bij de vrouw/man-, ouder/kind- en vriendenrelatie, laat staan dat je dat
tegen elkaar uitspreekt. De relatie is je 'gegeven'. Je kiest niet voor een
broer of zus, zoals je wel doet voor je vrienden en levenspartner.
-
Kinderrij
- het verantwoordelijke type (meestal de oudste),
- het populaire type,
- het sociaal ambitieuze type,
- het leergierige type,
- het egocentrische kind (de broer of zus die zich letterlijk terugtrekt uit het gezinsleven),
- het onverantwoordelijke type,
- de zieke broer of zus,
- het verwende kind.
Al meer dan honderd jaar verdiepen psychologen en psychiaters zich in vragen als: Wat is de typische persoonlijkheid van een oudste kind? Wat zijn specifieke problemen waar een middelste, jongste, of enige kind tegenaan loopt? Over de plaats in de kinderrij bestaan veel opvattingen en vooroordelen. Dat deze plaats van invloed is, staat vast, maar het effect op de ontwikkeling wordt door veel factoren bepaald.
Ook de gezinsgrootte is van invloed op de ontwikkeling, maar net als de plaats in de kinderrij is die moeilijk te meten. Wel is het waar dat in een klein gezin de aandacht vaak meer individueel is en in een groot gezin meer op de groep gericht is. In een klein gezin zou de sfeer meer democratisch zijn. In een groot gezin zouden kinderen verhoudingsgewijs meer levenswijsheid opdoen, omdat je met zoveel mensen meer meemaakt wat ziekten, problemen en conflicten betreft.
Uit een Amerikaans onderzoek uit 1956 blijkt dat kinderen uit een groot gezin een goed groepsgevoel ontwikkelden als de moeder goed kon organiseren. Frits Boer maakt de kanttekening dat een groot gezin geen statisch gegeven is, want een groot gezin is klein begonnen en eindigt ook weer klein. Zo maken een oudste en een jongste uit een groot gezin totaal verschillende gezinssituaties mee.
Kindtypen
Men onderscheidt in grote gezinnen acht typen. In kleine gezinnen wordt wel
dezelfde onderscheiding gemaakt. Het komt voor dat meer kinderen tot hetzelfde
type behoren. De acht typen zijn:
Uit onderzoeken die Boer noemt, komen kinderen uit een groot gezin nadeliger tevoorschijn dan kinderen uit een klein gezin als het om intelligentie, zelfwaardering en stabiliteit gaat. Vooral op het punt van de intelligentie is veel kritiek gekomen en werd gewezen op de 'verdunde soep' in het grote gezin. Daarmee wordt bedoeld dat in een groot gezin de financiële middelen om kinderen te laten studeren vooral in het verleden vaak beperkt waren. De schrijver spreekt van een verhoogde kwetsbaarheid van het grote gezin.
Tegelijk waarschuwt hij ervoor om in termen van beter of slechter te spreken. Wordt een kind uit een klein gezin misschien meer ruimte geboden, een kind uit een groot gezin kan in eigen huis terugvallen op meer sociale contacten. Zou het ook geen pluspunt kunnen zijn dat kinderen uit grote gezinnen over het algemeen beter leren wat geven en nemen is? Met het 'niet-zeuren-maar-aanpakken-principe' zijn veel kinderen uit vroegere grote gezinnen opgevoed en leerden jong verantwoordelijkheid te dragen.
1.2. Plaats in het gezin, R.W. en L.A. Richardson
In de Telegraaf wordt dit boek besproken. De auteurs stellen in dit boek dat de volgorde van geboorte en het geslacht bepalen hoe en wie kinderen zijn.In een gezin bijvoorbeeld met drie kinderen zal de oudste de braafste zijn, de jongste de schattigste, terwijl de middelste moet wedijveren.
In het artikel Ken je plaats van Anita Zijlstra wordt dit toegelicht aan de hand van een interview met een dergelijk gezin.
Herkent u dit wel of juist niet in uw gezin,
praat dan mee met het hete hangijzer
Je plaats in het gezin.
1.3. Waarom ben ik mijn broertje niet? K. Konig
1.4. Uw capabele kind, Jesper Juul
Over de plaats van het kind in het gezin.U kunt reageren via onderstaand formulier, of via (wel even vermelden (1) waar u op reageert, en (2) de titel van uw bijdrage!). Uw reactie wordt dan op de website geplaatst.
Vragen, aanbiedingen en oproepen worden alleen geplaatst indien een geldig e-mail adres wordt ingevuld.
