77. Je plaats in het gezin
Onderzoek heeft aangetoond (zie de bespreking van het boek Jij en je plaats in het gezin) dat de volgorde van geboorte en het geslacht bepalen hoe en wie een kind later zal zijn. Voor een klein gezin is dat al snel duidelijk, bijvoorbeeld bij 3 kinderen is de oudste de braafste, de jongste de schattigste terwijl de middelste moet wedijveren. Maar hoe gaat dat in een groot gezin, zijn daar ook van die duidelijke patronen aanwezig?77.1. Om-en-om
In ons gezin met 7 kinderen zien we toch een vrij duidelijk patroon. De eerste, derde en vijfde zijn de kinderen die veel aandacht nodig hebben, vrij snel huilen, en het als een grote straf ondergaan als ze eens even in de gang gezet worden.De tweede, vierde en zesde zien het leven zonniger, verbijten zich liever dan een traan te laten, en vermaken zich alleen in de gang bijna nog beter dan in de huiskamer.
De jongste van bijna 3 maanden moet haar sporen nog verdienen op dit gebied. Ondanks dat ze wel eens huilt heeft ze nog niet in de gang gelegen, om mijn stelling te bewijzen.
Ik lees soms ook de artikelen in de bladen over de karakters van oudste, middelste en jongste, en sommige dingen herken ik dan wel in bv. onze oudste van 10, maar het allerbelangrijkste is denk ik toch dat je je kinderen als een individu ziet, met een eigen persoonlijkheid, en dat je daar zoveel mogelijk op inspeelt. Dat betekent ook dat niet alle regels voor iedereen gelden. Dat roept bij de rest wel eens weerstand op, maar als wat voor de een een straf is voor de ander een uitje betekent moet je het toch anders aanpakken.
Ik ben benieuwd hoe anderen dit aanpakken,
Tot mails, Ingrid.
77.2. Je ontkomt er niet aan.
Het zou mij niet gebeuren, onze oudste zou geen typisch oudste kind worden, en ook de anderen zouden geen hinder hebben van hun plaats in de kinderrij.Maar ongemerkt gebeurt het toch, de eerste neem je stap voor stap bij het handje. Iedere ontwikkeling wordt met luid applaus toegejuichd.
Bij de andere kinderen gaan de ontwikkelingen meer vanzelf, ze imiteren de broers en zusjes, en het is net of ze daar zelfverzekerder van worden. Ze hoeven geen applaus, terwijl de eerste in gedrag toch om applaus blijft vragen.
Natuurlijk is het opgroeien anders als je 6 broers en zussen boven je hebt. Al vanaf je geboorte leer je delen, en wachten op een ander.
Opvallend is ook dat na een kind wat drukker is, altijd een wat rustiger kind komt. Maar of het echt rustiger is, of gedraagt het zich zo omdat degene boven hem/haar zoveel vraagt? Eentje die wat dromerig is, en toevallig een handig iemand boven zich heeft, wordt niet zo snel om een boodschap gestuurd. En de jongste, och wat willen we die graag wat langer klein houden.
Ik probeer me dat als ouder steeds bewust te zijn, maar ongemerkt sluipen die patronen er toch in. Maar als ik ook maar enigzins merk dat het kind er zich niet lekker bij voelt, grijp ik in. Belangrijk is dat het kind binnen het gezin zijn plekje vindt, zoals het dat straks ook in de maatschappij zal moeten vinden.
Nell
77.3. Een gegeven relatie
Het Nederlands Dagblad bespreekt het boek (zie ook de boekinformatie). We citeren:-
,,Soms is het alledaagse het minst bekend'', is de mening van Frits Boer in
zijn boek over de relatie met broers en zussen. Je hebt een levenlang met
elkaar te maken, maar je staat er minder bij stil wat je voor elkaar betekent
dan bij de vrouw/man-, ouder/kind- en vriendenrelatie, laat staan dat je dat
tegen elkaar uitspreekt. De relatie is je 'gegeven'. Je kiest niet voor een
broer of zus, zoals je wel doet voor je vrienden en levenspartner.
-
Kinderrij
- het verantwoordelijke type (meestal de oudste),
- het populaire type,
- het sociaal ambitieuze type,
- het leergierige type,
- het egocentrische kind (de broer of zus die zich letterlijk terugtrekt uit het gezinsleven),
- het onverantwoordelijke type,
- de zieke broer of zus,
- het verwende kind.
Al meer dan honderd jaar verdiepen psychologen en psychiaters zich in vragen als: Wat is de typische persoonlijkheid van een oudste kind? Wat zijn specifieke problemen waar een middelste, jongste, of enige kind tegenaan loopt? Over de plaats in de kinderrij bestaan veel opvattingen en vooroordelen. Dat deze plaats van invloed is, staat vast, maar het effect op de ontwikkeling wordt door veel factoren bepaald.
Ook de gezinsgrootte is van invloed op de ontwikkeling, maar net als de plaats in de kinderrij is die moeilijk te meten. Wel is het waar dat in een klein gezin de aandacht vaak meer individueel is en in een groot gezin meer op de groep gericht is. In een klein gezin zou de sfeer meer democratisch zijn. In een groot gezin zouden kinderen verhoudingsgewijs meer levenswijsheid opdoen, omdat je met zoveel mensen meer meemaakt wat ziekten, problemen en conflicten betreft.
Uit een Amerikaans onderzoek uit 1956 blijkt dat kinderen uit een groot gezin een goed groepsgevoel ontwikkelden als de moeder goed kon organiseren. Frits Boer maakt de kanttekening dat een groot gezin geen statisch gegeven is, want een groot gezin is klein begonnen en eindigt ook weer klein. Zo maken een oudste en een jongste uit een groot gezin totaal verschillende gezinssituaties mee.
Kindtypen
Men onderscheidt in grote gezinnen acht typen. In kleine gezinnen wordt wel
dezelfde onderscheiding gemaakt. Het komt voor dat meer kinderen tot hetzelfde
type behoren. De acht typen zijn:
Uit onderzoeken die Boer noemt, komen kinderen uit een groot gezin nadeliger tevoorschijn dan kinderen uit een klein gezin als het om intelligentie, zelfwaardering en stabiliteit gaat. Vooral op het punt van de intelligentie is veel kritiek gekomen en werd gewezen op de 'verdunde soep' in het grote gezin. Daarmee wordt bedoeld dat in een groot gezin de financiële middelen om kinderen te laten studeren vooral in het verleden vaak beperkt waren. De schrijver spreekt van een verhoogde kwetsbaarheid van het grote gezin.
Tegelijk waarschuwt hij ervoor om in termen van beter of slechter te spreken. Wordt een kind uit een klein gezin misschien meer ruimte geboden, een kind uit een groot gezin kan in eigen huis terugvallen op meer sociale contacten. Zou het ook geen pluspunt kunnen zijn dat kinderen uit grote gezinnen over het algemeen beter leren wat geven en nemen is? Met het 'niet-zeuren-maar-aanpakken-principe' zijn veel kinderen uit vroegere grote gezinnen opgevoed en leerden jong verantwoordelijkheid te dragen.
77.4. Elk kind een andere opvoeding
Ik denk dat het zeker van invloed heeft of een kind als eerste of als derde word geboren. Wij hebben drie kinderen en in grote lijnen voed je ze het zelfde op, maar bij de eerste is alles nieuw en doe je als ouders alles het liefst volgens het boekje . Bij een tweede doe je dat al minder en bij de derde is het niet meer aan de orde wat er in het boekje staat, die gaat er in veel gevallen een beetje tussendoor omdat je ook simpelweg geen tijd meer heb om je overal druk over te maken.Of het ook invloed heeft op school dat is mij nog nooit opgevallen, wel denk ik dat als de jongste van een gezin naar school gaat ze vaak al een veel weten. Ook hun taalgebruik is soms ten nadele al erg uitgebreid. Zo heeft mijn dochter een vriendinnetje dat thuis drie puberzussen heeft, en dan komt mijn dochter thuis met woorden waarvan ze niet weet wat het is en het vriendinnetje is daar al uitgebreid over ingelicht.
Arenda
77.5. Rij van 6
Wij hebben een rij van 6 kinderen. Ook ik voed mijn kinderen individueel op, want kinderen ontwikkelen zich ook op een individueel tempo. Er is, volgens mij, geen kenmerk van bv. een eerste of een vierde kind. Wel weet ik heel zeker dat kinderen uit een groot gezin op veel vlakken beter zijn ontwikkeld.Op ouderavonden van de basisschool hoorde ik altijd dat de kinderen erg sociaal zijn, weinig de aandacht opeisen, omdat ze weten dat er een beter moment komt om iets te vragen, en dat ze ook een behoorlijk maatschappelijk inzicht hebben. Dit komt waarschijnlijk omdat ze veel gesprekken bijwonen. Hierdoor hebben ze dus ook al vrij vroeg een grote woordenschat.
Ook merk je dat de kinderen uit een groter gezin wat zelfstandiger zijn. Dat laatste merk ik vooral nu ik zelf peuterjuf ben. Daar valt het op dat een kind uit een groot gezin bv. wel zelf naar de wc kan, terwijl een enig kind hier nog geholpen moet worden. Het ligt volgens mij dus niet aan "je nummer in de rij" maar aan de grootte van het gezin.
Groeten Erica
77.6. Plaats in gezin niet overschatten
Er zal een kern van waarheid zitten in dat je plaats in het gezin een grote invloed heeft op je vorming. Maar stel, je hebt drie kinderen en na 10 jaar komt er nog een kleintje. Je derde is dat niet meer de jongste en dan zou het karakter veranderen: ONZIN. Natuurlijk heeft het hebben van oudere broertjes en zusjes enige invloed maar laten we vooral de opvoedkundige invloed niet onderschatten.Karin
77.7. Veel factoren
Al heb je nog zulke goede voornemens over de opvoeding, veel factoren heb je niet in de hand. In de eerste plaats het karakter van het kind, verder interesses, herkenning, familieleden. De middelste in een gezin kan veel zelfstandiger zijn dan de oudste. Probeer de kinderen niet te labelen, ontdek hun ware aard, accepteer deze en ga hier op een gezonde manier mee om.Luna
77.8. Kinderrij
Ik zou graag informatie willen over de plaats/positie van het middelste kind in een groot gezin. Weet iemand hier literatuur over of informatie? Ik hoor het graag, alvast hartelijk bedankt. Betty Haitsma77.9. Montessori-onderwijs
Reactie: Maria Montessori had hierover nagedacht. Zij richtte haar onderwijs in verticale bouwen in. Onderbouw, middenbouw, bovenbouw.Zo was een kind in een bouw een jaar de jongste, een jaar de middelste en een jaar de oudste. Kind kon wennen aan die verschillende rollen, omdat je ook buiten het gezin met oudere of jongere mensen moet samenwerken.77.10. Re montessori
Dit werkt erg goed op school moet ik zeggen. Alleen jammer dat dit in een gezin waar geen kinderen meer komen die vlieger dus niet opgaat. Voor onze jongste tweeling thuis geld dit dus ook weer niet. Zij zullen altijd de jongste zijn. En de oudste altijd de oudste. Op school schuift dit wel door maar thuis dus niet. Ik zie het verband met een thuis situatie niet zo.Jessica
77.11. Nogmaals Montessori in relatie tot patronen van thuis
Het gaat erom dat je ook kijkt naar het leven buiten het gezin om. Op de werkvloer of in een clubverband je als oudste of jongste blijven gedragen, dat kun jij als volwassen geworden kind wel zo voelen, maar anderen zullen dat niet zomaar pikken. Binnen het montessori onderwijs leren kinderen ook aan de rol van jongste, middelste of oudste wennen, als voorbereiding op de maatschappij.Juist om hun rol gewend als oudste of jongste kind in het gezin te doorbreken. Je kunt je immers niet overal in de maatschappij als oudste (blikvanger) of jongste (wordt meest ontzien) blijven gedragen. Zelf heb ik regelmatig iemand op zijn nummer gezet die ooit als oudste in een gezin gewend was de lakens uit te delen. Zo van: Sorry, mevrouw, mijnheer, maar wij kunnen uitstekend zelfstandig nadenken. Als we uw hulp daarbij nodig hebben, bellen we wel.Juist in Montessori onderwijs, waar 3 bouwen, onderbouw, middenbouw en bovenbouw bestaat, en waar kinderen ook in die twee a drie jaar die die bouw duurt mogen wisselen in positie van jongste, middelste en oudste (en volgend jaar in de bovenbouw ben jij dus weer de jongste in die bouw) kunnen kinderen aangesproken worden op verschillende rollen. Zaak is dan wel dat ouders daar ook thuis verder over nadenken, en ernaar handelen. Om die reden worden tweelingen dan ook vaak uit elkaar gehaald, patronen van thuis zouden dan anders weer in de klas voortleven.
En denk eens aan kinderen die niet in een gezin maar in een tehuis of tijdelijk pleeggezin opgroeien. Voor hen gaat dit alles niet op. Kortom, ik vind de plaats in het gezin overschat, net als reactie no 6.
77.12. Re 70.11
Ook onze kinderen genieten van het montessori onderwijs. Vorig school jaar was onze tweeling de oudste. Nu weer de jongste groeper. Thuis blijven ze de jongsten. Onze zoon van 11 was vorig jaar middelste in de bovenbouw nu oudste, thuis dus niet.Natuurlijk geven wij de kinderen naarmate ze ouder worden meer ruimte en eigen verantwoordelijkheid en worden ze zelfstandiger. Ook als ze ouder worden zie je dat ondanks hun leeftijds verschil(de oudste drie zijn 11, 14 en 16) weer meer naar elkaar toe trekken. Het is niet zo dat de jongste twee er maar bij hangen,maar zoals je begrijpt zijn ze toch met andere zaken bezig.
Wat ik niet snap is, wat je nu bedoelt met: ouders zouden er thuis naar moeten handelen. Leg me eens uit hoe jij dit dan ziet hoe je dat zou doen. Op school schuift het wel door, van jongste naar middelste en naar oudste van een bouw groep. Thuis is dit toch niet zo. Ik zie niet zo wat een kind van 6 een van 11 kan leren, of een van 11 die van 14 of zestien. Ja samenwerken, rekening houden met elkaar thuis e.d. Maar dit is toch iets wat heel normaal is in een gezin? Dit heeft toch niets met het montessori te maken?
Op school is het zo dat de verschillende groepers in een klas elkaar helpen in alles. Ze krijgen daar een rol toebedeeld. Thuis zal het zo zijn dat een ouder kind een jonger kind zal helpen. En zou het nu echt zo zijn dat de meeste kinderen die niet het montessori onderwijs gevolgd hebben niet leren dat ze in de maatschappij een andere rol zullen hebben als die thuis was?. Ik denk dat dit meer voortkomt hoe ouders hun kinderen hierin opvoeden.
Jessica
77.13. Relaties tussen broer en zus
Geplaatst op 27 oktober, 2011 – 9:36 | Bron: RU.nl-
NIJMEGEN – Jongeren met geen of een conflictrelatie met hun broer of zus voelen zich slechter, dan jongeren waarbij er een harmonieuze of haat-liefde relatie is met hun broer of zus. Eerstgenoemde jongeren voelen vaker eenzaamheid, depressiviteit en een lage zelfwaardering. Er is wel een betere negatieve aandacht binnen een conflictrelatie dan binnen geen relatie.
Marleen Derkman, orthopedagoog, heeft dat onderzocht. Derkman promoveert donderdag (27 oktober) op dit onderzoek over de relaties tussen broers en zussen. Ze onderzocht in 428 gezinnen; de jongeren hadden een leeftijd van 13 tot en met 22 jaar.
De onderzoekster onderscheidt vier typen relaties: de harmonieuze relatie, die het meest voorkomend is en waarbij sprake is van veel wederzijdse liefde en weinig conflicten. Dit komt het meest voor tussen zussen of zus en broer. Dan is er de haat-liefde relatie, veelal voorkomend tussen een oudere broer met een jongere broer of zus. Hierbij is kenmerkend dat warmte de conflicten compenseert, constateert Derkman. Dan volgt de conflictrelatie, met veel conflict, maar weinig compenserende warmte. Tot slot is er helemaal geen relatie. Bij deze vorm tussen broers en zussen vormt ouderlijke steun vaak een compensatie.
Bij broer-zus relaties is ruim een derde herkenbaar door onverschilligheid of conflict zonder warmte. Is dit reden tot zorg? “Niet direct hoor. Het gaat om jongeren in de adolescentie, een periode waarin bijna iedereen conflicten heeft, over grote, maar heel vaak ook over kleine dingen. En er is hoop: het gaat over. Je ziet dat de conflicten afnemen als een van de twee het huis uit gaat”, aldus Derkman op het digitale huis van de Nijmeegse universiteit. De kwaliteit van een relatie is overigens niet van invloed om te besluiten om op kamers te gaan. Andere zaken, zoals de financiële situatie, en familiale of culturele waarden en normen zijn hiervoor belangrijker. Zijn jongeren eenmaal het huis uit, dan wordt het contact met hun broer of zus beter.
U kunt reageren via onderstaand formulier, of via (wel even vermelden (1) waar u op reageert, en (2) de titel van uw bijdrage!). Uw reactie wordt dan op de website geplaatst.
Vragen, aanbiedingen en oproepen worden alleen geplaatst indien een geldig e-mail adres wordt ingevuld.
