Groot Gezin
Terug naar Ouders Online Europe
Ouders Online
Thema-pagina
ELFAC
Rubriek:   Onderwerp: 
Deze pagina is gewijd aan de internationale activiteiten van de Vereniging Groot Gezin (VGG).
Samenwerking is de belangrijkste manier om samen sterk te zijn. Ook op Europees niveau is het van groot belang dat we gezamelijk opkomen voor de belangen van het grote gezin. Vele landen werken samen in Elfac, we hebben vele gemeenschappelijke doelen, toch zijn er ook grote verschillen tussen de diverse lidstaten. Dat wil niet zeggen dat die standpunten ook door alle leden gedeeld worden. Als vereniging Groot Gezin richten we ons op de belangen van de grote gezinnen, maar distantiëren we ons bijvoorbeeld duidelijk van uitspraken van andere landen met betrekking tot het homo-huwelijk.

Deze rubriek is recentelijk niet gewijzigd. Zie het algemeen wijzigingsoverzicht voor recente wijzigingen.

Hierna volgt de inhoudsopgave van deze rubriek. Of zoek je iets speciaals?

Een overzicht van deze rubriek:

U kunt reageren via onderstaand formulier, of via (wel even vermelden (1) waar u op reageert, en (2) de titel van uw bijdrage!). Uw reactie wordt dan op de website geplaatst.

Vragen, aanbiedingen en oproepen worden alleen geplaatst indien een geldig e-mail adres wordt ingevuld.

Uw naam:
Uw e-mail adres:
Titel van uw bijdrage:

Uw reactie:

Soms worden deze formulieren automatisch ingevuld door zogenaamde robots. Om te controleren dat u geen robot bent, vragen wij u de volgende som te maken: drie plus vijf is:. Het is voldoende het cijfer in te vullen.

1. Europees onderzoek naar moeders

De resultaten van het "Europees onderzoek naar moeders" zijn voorhanden, ze zijn te vinden in het rapport "Omstandigheden van moeders in Europa" (enkel in het Engels) dat u ofwel hier ofwel van onze nieuwe website www.mmmeurope.org kunt afhalen.

De resultaten zullen na analyse worden aangeboden aan de Europese en nationale beleidsmakers, evenals aan de pers.

2. De European Alliance for Families

Mensen leven langer, maar het geboortecijfer gaat omlaag. Dat heeft grote gevolgen voor het opvoeden van kinderen. De European Alliance for Families heeft hiervoor een zeer informatieve website opgezet.

3. Hoe verzorgingsstaten zorgen: cultuur, gender en burgerschap

In dit promotie-onderzoek (16-11-2005) wordt een Europese vergelijking uitgevoerd over de inrichting van de verzorgingsstaat en de arbeidsdeelname van vrouwen. Hieronder de korte samenvatting. Er is ook een uitgebreide samenvatting:
    In Europa zijn de meeste vrouwen aan het werk; er heeft met recht een revolutie plaatsgevonden.

    Toch zijn er binnen Europa grote verschillen en veranderingen. Nederlandse vrouwen zijn pas laat gaan werken en werken vooral in deeltijd. Terwijl Deense vrouwen al veel langer en vooral fulltime werken. Daarentegen werken Belgische vrouwen historisch gezien meer dan de Nederlandse, maar gaan steeds meer in deeltijd werken.

    Vaak wordt gedacht - door wetenschappers en beleidsmakers - dat dit komt door zorgbeleid in verzorgingsstaten. Dat klopt niet helemaal, stelt Monique Kremer. Het Deense belastingsstelsel is zeer voordelig voor eenverdieners, toch werken de meeste vrouwen. Het Vlaamse kinderopvangstelsel is uitgebreid en zeer goedkoop, maar vrouwen gaan nauwelijks meer werken.

    Niet de financiële stimulansen zijn voor moeders het allerbelangrijkste. Bij hen gaat het vooral om morele idealen van zorg: wie zorgt er voor mijn kinderen als ik aan het werk ben? Die zorgidealen verschillen in Europa. De Deense overheid promoot het ideaal van professionele zorg; moeders met weinig schuldgevoel fulltime aan het werk.

    De Nederlandse deeltijddominantie kan verklaard worden door het ideaal van parental sharing: samen zorgen. In België heeft kinderopvang de vorm van surrogaatmoederschap - oppasmoeders -; er is dus nog steeds een sterke moederschapideologie. Engeland kent nauwelijks een alternatief ideaal van zorg dat het traditionele moederschapideaal kan vervangen.

    Kortom: de verschillen en veranderingen in arbeidsdeelname van vrouwen zijn terug te voeren op welk cultureel ideaal van zorg door de overheid gepromoot wordt. Verzorgingstaten doen er nog steeds toe, maar vooral als culturele motor.

4. Samenwerking in breed verband

In augustus 2002 sloten nationale zelf-hulporganisaties op de gebieden moeder/kindcentra, stiefgezinnen en door ouders geleide kinderopvang zich, samen met een wetenschappelijk instituut op het gebied van genealogie, aan onder de naam: EUropean Family Empowerment Organization (eufeo).

De leden komen uit landen uit de Europese Unie en uit toekomstig toetredende lidstaten.

Het doel van de organisatie is als volgt. In samenwerking met specialisten uit de politiek en de wetenschap moet de grote verscheidenheid aan soorten gezinnen en de gezinspolitieke doelstellingen, alsook de concrete levenssituatie van gezinnen met kinderen in de verschillende landen belicht en bediscussieerd worden.

Het doel van eufeo is om concepten en modellen voor een gemeenschappelijke Europese kinderen gezinspolitiek te ontwikkelen en door te voeren, die gebaseerd zijn op de deelname van de betrokkenen zelf. Daarmee wil eufeo een sociaal tegenwicht vormen voor de dominante economische richtlijnen bij de vorming van het maatschappelijke leven in de Europese Unie.

4.1. Internationale bijeenkomst van zelfhulpgroepen uit de Europese Unie

    Er moet meer bezinning komen op menselijke waarden binnen de maatschappij - daarmee wordt meer bedoeld dan een berekening van het menselijk kapitaal. Het gaat dan om de intermenselijke relaties, het gaat dan om het respect voor kinderen en het respect voor oudere mensen.

    Op politiek gebied heeft de Europese Unie veel gewonnen met de uitbreiding tot 25 staten. Om aan de toelatingscriteria te voldoen moeten de nieuw toegetreden staten zich grote financiële offers getroosten, willen ze uiteindelijk economisch van dit verbond profiteren.

    Dat komt in elke nationale economie ten laste van de werknemers in het algemeen, en die van kinderen, moeders en vaders in het bijzonder.

    Europa heeft een stabiel, sociaalbewogen fundament nodig, waarop een globale economie kan worden gebouwd. Het is fout te geloven dat een globale economie de basis kan verschaffen voor een stabiele en sociaalbewogen fundament.

    Wil je je op getallen baseren, dan zou je de waarde van sociale voorzieningen en de perspectieven van een onbedreigde levensstijl vanuit sociaal economisch oogpunt moeten doorrekenen en daarbij de prognose richten op de langere termijn in plaats van een korte termijnvisie waarin de waarde van de aandelen centraal staat.

    Op deze invalshoek hebben de deelnemers van het Internationale Congres van de Europese Organisatie ter Versterking van het Gezin (EUFEO, European Family Empowerment Organisation) zich gericht, dat georganiseerd werd van 18 tot en met 20 april 2005 in het Institut für Jugendarbeit in Gauting bij München. Tijdens dit congres hebben deelnemers uit Tsjechië, Oostenrijk, Nederland en Duitsland hun ervaringen met de nationale gezinspolitiek uitgewisseld.

    EUFEO is een samenwerkingsverband van particuliere initiatieven die zich op nationaal niveau bezighouden met allerlei vragen op het gebied van kinderen, gezin, moeders en vaders richten. Dat loopt van de georganiseerde kinderzorg binnen moedercentra, Stiefgezinnen, Grote Gezinnen tot de samenwerking tussen leken en beroeps. De uitgangspunten daarbij zijn de competentie van de betroffene en de vaardigheid om daadwerkelijk te helpen. Doel is de realisatie van de basisvoorwaarden die zelfhulp nodig heeft om effectief te zijn. Het samengaan op Europees niveau heeft als basisidee: Het bevorderen om op basis van sociale overwegingen de economische ontwikkeling gestalte te geven.


4.2. Verslag Eufeo bijeenkomst 18-03-2005

Verslag van de bijeenkomst van de bestuursgroep op 18.03.2005 in Gauting.

Deelnemers: Ute Dalluhn, Valpurga Hrzokora, Hannes Lachenmair, Ilse Rapp, Barbara Zimmermann
Gasten: Nell Coumans en Marloes, Groot Gezin, Nederland
Afwezig met kennisgeving: Nancy Hendriks en Rotraut Oberndorfer

  1. Voorstelronde
    Ilse Rapp vertelt over het werk van BAG Stieffamilien (stiefgezinnen) (meer info op www.stieffamilien.de) en over de oprichting van de BAG Mütter-und Familienselbsthilfe e.V (stichting moeder- en gezinszelfhulpgroep).

    Valpurga Hrzoskora geeft uitleg over de situatie van moedercentra in Tjechië. Ze heeft zelf 3 ontmoetingscentra voor gehandicapten en een moedercentrum opgericht. Het moedercentrum werd een jaar geleden gesloten, een nieuw wordt momenteel opgericht in een oud schoolgebouw met 11 vertrekken. Eén van de vertrekken zal als pension worden ingericht en worden verhuurd om ontvangsten te verkrijgen. Belangrijke onderwerpen op dit moment zijn: geweld tegen vrouwen, alleenstaande en alleenopvoedende moeders.

    Barbara Zimmermann stelt de Bundesverband der selbstorganisierten Kinderbetreuung in Österreich (BÖE) (Bondsverband van zelforganiseerde kinderverzorging in Oostenrijk) voor.

    Ute Dalluhn geeft informatie over het Bundesverband der Elterninitiativen (BAGE) (bondsverband van ouderinitiatieven) en het werk van de regionale contactpunten in Duitsland die met een soortgelijk concept als de BÖE werken.

  2. Gezinsprojecten uit Nederland en Frankrijk Nell Coumans en haar dochter Marloes stellen uitgebreid de vereniging "Groot Gezin" voor en geven uitleg over de het Europese samenwerkingsverband ELFAC aan de hand van Het Verdrag van Lissabon. Verdere leden van ELFAC zijn Spanje,Hongarije,Portugal e.a.

    Omdat er geen vertegenwoordiger van het Franse project ACEPP aanwezig was kon alleen kort aan de hand van aktes worden gediscussieerd.

    In april zal er een lid van ACEPP naar een bijeenkomst van BAGE in München komen, dan moeten volgende vragen beantwoord worden:

    • Hoe hoog is de financiële steun van de staat?
    • Welke eisen en verplichtingen moeten aan de instellingen voldoen?
    • Waarom zijn er per instelling maar 20 plaatsen?
    • Welke doelgroep wordt bediend?
    • Welke concepten streven zij na in hun pedagogisch werk?
    Groot Gezin neemt de volgende positie in: gezinnen moeten in hun levens-en opvoedingsfunctie financieel worden bijgestaan. Dan kan elk gezin zelf beslissen of zij aanspraak maken op kindercrèches, kinderdagverblijven of kleuterscholen. De individuele levensplanning moet voorrang hebben op overheidsregels en reglementering. Ook bij de integratie van migranten heeft de overheid volgens Groot Gezin "bestuursmogelijkheden". Doel moet niet de aanpassing zijn maar migranten moeten de kans krijgen eigen levensplannen te ontwikkelen en te verwezenlijken.
  3. Discussieronde
    Ook in Nederland is er de ontwikkeling dat oudergroepen dragers van peutergroepen (peuterspeelzaal) worden. In Tjechië bespaart de staat tegenwoordig op peuterspeelzaal- en schoolgebied. De regering geeft de stad geen geld meer. Deze sluit aanwezige peuterspeelzalen. Oudergroepen klagen tegen de stad. Gevolg: peuterspeelzalen vechten om elk kind met de openbaarmaking van hun concepten en meer publiciteitswerk. De bijdrage voor de peuterspeelzaal werd sterk verhoogd (van 300 naar 800 kronen). In plaats van de school kunnen ouders hun kinderen zelf onderwijs geven. Maar de kinderen moeten openbare proefwerken maken. Het opleidingssysteem is in beweging, er wordt veel geëxperimenteerd.

    In Oostenrijk moedigt de Staat op onderwijsgebied de ouders aan om meer eigen initiatief te nemen. Op de kleuterschool, op school, bij schoolboeken etc. Er wordt kritisch afgevraagd of de afbouw van openbare opleidingsinstituten daadwerkelijk ouders de kans biedt om meer zelfbestemmingsrecht te krijgen. Daarbij zou te verklaren zijn wat gezinnen nodig hebben om deze kansen te kunnen gebruiken.

    Hierna wordt de situatie in Nederland nader uitgelegd.

  4. Bestuursgroep
    De commissie moet de volgende vraagstukken oplossen:
    • Hoe krijgt eufeo contact met andere Europese gezinsprojecten, die belangrijk voor de kontakten/verbinding zijn?
    • Hoe kan het eufeo op lange termijn lukken een kantoor van gezinszelfhulp in Brussel te installeren? (vlg. agendapunt 5).
    • De opname van nieuwe leden betekent niet automatisch dat de commissie moet worden uitgebreid. Nieuwe leden moeten op nationaal niveau kontakten/verbindingen hebben, voordat ze als lid toegelaten worden. Ze hoeven niet onvoorwaardelijk rechtskundige personen te zijn of een professionele vorming te vertegenwoordigen. Belangrijk is echter de oriëntatie op de grondbeginselen van de gezinszelfhulp.
  5. Perspectieven van Eufeo
    Wat biedt eufeo zijn leden?
    • informatie over gezinszelfhulp-projekten in Europa.
    • Beoordeling van verschillende thema's d.m.v. daarbij passende nationale projecten.
    • Een forum voor het uitwisselen van ervaringen op diverse websites en ook door "links".
    • Regelmatige vakontmoetingen op europees niveau.
    • Onderzoeken van thema's en onderwerpen met hoge prioriteit, eventueel op de basis/grondslag van het reeds geformuleerde EU-voorstel.
    De basis van eufeo is:
      Diversiteit en tolerantie als basis voor de FSH. Het recht op zelfbeschikking van de levensplannen. Confessionele en partijdige onafhankelijkheid (dat sluit een lidmaatschap van confessionele en partijdige groeperingen niet uit).
    Actuele plannen van eufeo:
    • Eufeo moet regelmatig ontmoetingen organiseren en realiseren, voor bestaande of nieuwe projecten van gezinszelfhulp uitgenodigd worden, om ze over inhoud, doelstelling en aanbiedingen van eufeo te informeren.
    • Eufeo moet een persoon vinden, die in Brussel het belang van de gezinszelfhulp "bundelt". (reeds aanwezig verzoek van eufeo aan de EU). Hij zou basis/uitgangspunt voor een nieuwe veranderd verzoek kunnen zijn. Het "plan" hoeft niet onvoorwaardelijk in Brussel ondergebracht te worden. Wat ook mogelijk zou zijn, is bijvoorbeeld een studente te verkrijgen, die zich in het kader van werk van de verschillende projecten van de gezinszelfhulp meester maakt, Ze beschrijft en verbindt. Deze deskundigheid zou benut kunnen worden voor de transfer van FSH naar Brussel en omgekeerd voor de transfer van informatie vanuit Brussel naar het thema gezinsontwikkeling aan de FSH. Zo zou een basis voor een politieke discussie op Europees vlak kunnen ontstaan. Er wordt op gewezen, dat hogeschoolleerlingen, bijvoorbeeld in de "Dolmetsche"-opleiding, benaderd kunnen worden of dat een stage aangeboden kan worden.
    Als doelvoorstelling van de activiteiten op Europees vlak werd genoemd: De economische afspraken zouden niet de sociale relaties vormen en domineren, maar ook de economische afspraken zijn zo vormgegeven, dat ze de sociale betrekkingen verduren en steunen/bevorderen. Daarom is de samenwerking op Europees vlak belangrijk, om van daaruit invloed op beslissingen en beslissingnemers uit te oefenen.
  6. Afspraken Er worden een aantal concrete werkafspraken gemaakt.

    De volgende ontmoeting van de commissie zal in de herfst van 2005.

5. Europese overkoepelende vereniging voor grote gezinnen

Al ruim een jaar heeft de Vereniging "Groot Gezin" contact met meerdere Europese grootgezinverenigingen, o.a. met Portugal, Spanje, Hongarije, Letland, Litouwen en Roemenië. We overleggen met elkaar en leren van elkaar. Waar wij tegenaan lopen, daar blijken anderen ook tegenaan te lopen.

Een Europese Vereniging zal ons echter sterker maken, in een Europa op weg naar éénwording. We hebben gekozen voor een overkoepelende vereniging, met de naam ELFAC (European Large FAmilies Confederation).

Op 25-10-2003 was onze eerste internationale bijeenkomst in Brussel, op 21-02-2004 waren we in Spanje, en 27-03-2004 zullen we in Portugal zijn.


5.1. Impressie van congres in Lissabon

Hier levert Nederland een bijdrage op het Tweede Europese Congres voor het grote gezin (27-04-2004 in Lissabon). Dit congres stond in het teken van het Jaar van het Gezin, en in het teken van de Tiende Internationale Dag van het Gezin (in 1993 uitgeroepen door de VN).

5.2. Internationale bijeenkomst ELFAC te Boedapest van 05-05-2005 t/m 07-05-2005

06-05-2005 was er een internationale ontmoeting van Elfac te Boedapest (zie ook de fotoreportage). De volgende landen waren vertegenwoordigd: En als gasten:

5.3. Internationale bijeenkomst Elfac in Barcelona

Op 20 tem 22 okotober 2005 was er bestuursoverleg van de Europese Vereniging voor Grote Gezinnen (Elfac).
Bestuur aan het werk

Op bezoek in het parlementsgebouw in Barcelona bij de minister van Sociale en Gezins-zaken

5.4. Vereniging bij Europees Parlement

Op 6 februari 2006 was een delegatie van de Vereniging Groot Gezin in ELFAC verband in Brussel. De bedoeling was om op Europees niveau aandacht te vragen voor het grote gezin. De ELFAC delegatie (zie foto) werd zelfs door EU-voorzitter José Barosso ontvangen.
Delegatie van Elfac
De officiele staatsfoto met EU-voorzitter José Barosso

6. Het Verdrag van Lissabon

Na het congres in Lissabon werd door de betrokken verenigingen voor het grote gezin het Verdrag van Lissabon ondertekend.

    2004.03.19

    Declaration of Lisbon

    Family, built from the long lasting alliance between a man and a woman, is the fundamental unit of society and holds the primary responsibility for protection for the, upbringing and development of children, Europe's future citizens.

    Family, the key actor in bringing up coming generations, should be recognised as a resource for the future and not reduced to a recipient of support.

    Upholding the rights of children, beginning with their conception, implies stressing the rights and responsibilities of Family.

    Realization of the desire of Europe to have active and conscious young citizens requires stable families where, naturally and informally, social and volunteering capabilities are acquired.

    Warrantor of the continuation of generations and the sustained progress of Europe, Family is a fundamental asset that has to be valued by governing bodies.

    Family is arguably the largest contributor to the economy, whose part in the economic process is not duly considered by the current indicators like GDP.

    Respect of the Common Good and the Principle of Subsidiarity demands that Governments insist on one adequate policy for the Family, established with clear and steady legal concepts, coupled with the necessary economic resources, which could be called "real human ecology".

    in view of what has been said above, on the occasion of the II European Large Families Conference, the European Large Families Confederation calls upon all European Governments:

    1. to recognize the responsibility of Family in the protection and education of children and to guarantee Family the right to have children without being discriminated or economically penalized;

    2. to give positive signals, through concrete measures, that recognise the contribution of Family for the balanced and healthful development of society;

    3. to evaluate fiscal and social security systems concerning families in their states and, in states in which investment in families is lower than the European average, to increase this investment in order to provide children in the given country with equal social benefits and opportunities in a European context;

    4. to guarantee parents the freedom to choose an appropriate form of education for their children, whether in public or private owned institutions;

    5. to stimulate the social partners to adopt good practices to help Family discharge its specific functions and to contribute to actions of family organizations to this effect;

    6. to carry out in their own countries the recommendations of the European Parliament resolution on reconciling professional, family and private lives as described in the document "Work, the family and private life" from March 9, 2004.

7. De bescherming van het gezin en andere gezinsvormen

Hoe denkt het Europees Parlement over het gezin? Dat kunnen we lezen in de resolutie over de bescherming van het gezin en andere gezinsvormen, opgesteld op 14 december 1994 ter gelegenheid van de afsluiting van het Internationaal jaar van het gezin.

Achtereenvolgens komen de uitgangspunten, dan de overwegingen, en ten slotte de conclusies die men hieruit trekt. De uitgangspunten

De overwegingen

  1. overwegende dat het door de Verenigde Naties en de Europese Unie uitgeroepen Jaar van het gezin ten einde loopt,

  2. overwegende dat overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel in eerste instantie de lid-staten verantwoordelijk zijn voor een doeltreffend gezinsbeleid,

  3. overwegende dat meer dan 50 miljoen EU-burgers onder de armoedegrens leven en dat zij derhalve gemarginaliseerd en buitengesloten worden,

  4. overwegende dat de Unie meer dan 17 miljoen geregistreerde werklozen telt en dat het het aantal daklozen op meer dan 3 miljoen wordt geraamd,

  5. overwegende dat het proces van maatschappelijke uitsluiting steeds verder om zich heen grijpt en dat dit gedeeltelijk voortvloeit uit structurele maatschappelijke veranderingen die geëvalueerd en ten volle erkend dienen te worden,

  6. overwegende dat moeilijke toegang tot de arbeidsmarkt in dit uitsluitingsproces een bijzonder doorslaggevende factor is en dat starre arbeidspatronen en een onbuigzame arbeidsorganisatie met name voor vrouwen de toegang tot de arbeidsmarkt bemoeilijken,

  7. overwegende dat werkloosheid en armoede belangrijke redenen zijn voor verstoorde gezinsrelaties, zoals huiselijk geweld tegen vrouwen en kindermishandeling,

  8. overwegende dat het voor de tenuitvoerlegging van het in het EG-Verdrag gegarandeerde vrije verkeer van personen en de verwezenlijking van de Europese interne markt noodzakelijk is ook op Europees niveau rekening te houden met aspecten van de sociale wetgeving en het gezinsrecht die de vrijheid van vestiging kunnen belemmeren,

  9. overwegende dat de gezinnen en gezinsstructuren in Europa zijn veranderd en dat het samenwonen in de afgelopen jaren is toegenomen, zodat talloze jonge mensen in buitenechtelijke gemeenschap samenleven voordat zij een gezin stichten en vaak ook met kinderen ongetrouwd samenleven,

  10. overwegende dat het in het belang van de staat en de instellingen is het gezin in zijn taken te ondersteunen en een gezinsvriendelijk klimaat te scheppen waarin mensen hun wens met kinderen te leven kunnen verwezenlijken,

  11. overtuigd dat de prestaties van het gezin bij de opvoeding van kinderen en de zorg voor oudere en gehandicapte familieleden immens zijn,

  12. overtuigd dat het gezin door de aanvaarding van de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen, en de bescherming en geborgenheid die het gezin de betrokkenen met en onder elkaar biedt, wezenlijke taken ter ontlasting van de samenleving op zich neemt en de beste voorwaarden biedt voor het samenleven in de samenleving,

  13. overwegende dat deze discussies in een aantal lid-staten reeds hebben geleid tot veranderingen in het gezinsrecht, de belastingwetgeving, adopties en successierechten,

  14. overwegende dat het Europese Hof voor de rechten van de mens in zijn interpretatie van het recht op een gezinsleven, zoals bedoeld in de Europese overeenkomst betreffende de rechten van de mens, herhaaldelijk heeft geoordeeld dat diverse interpretaties van het gezin mogelijk zijn,
De besluiten

  1. is overtuigd van de noodzaak te voldoen aan de verzoeken om gelijke kansen voor vrouwen in verband met toegang tot de arbeidsmarkt, door te zorgen voor
    1. afdoende kinderopvangfaciliteiten,
    2. verbeterde opleidingsmogelijkheden,
    3. permanente educatie,
    4. opleidingsmogelijkheden gedurende het hele leven
    5. en daadwerkelijke maatschappelijke bescherming,
    zonder uitzondering wezenlijke factoren om de gezinnen naar behoren te laten functioneren;

  2. betreurt dat de richtlijnen inzake deeltijdwerk en ouderschapsverlof niet zijn vastgesteld, daar deze de wezenlijke wetgevende bestanddelen vormen voor betere integratie van werk en gezinsleven;

  3. betreurt voorts dat er geen richtlijn inzake kinderopvang bestaat ter uitvoering van de aanbeveling van de Raad inzake kinderopvang, en dringt erop aan dat een voorstel voor een richtlijn wordt ingediend als deze aanbeveling in 1995 wordt herzien; verzoekt de Commissie rekening te houden met de aanbevelingen die het heeft gedaan in bovenvermelde resolutie van 19 april 1991 over kinderopvang en gelijke kansen;

  4. is van mening dat de beleidsmaatregelen die speciaal gericht zijn op eenoudergezinnen de nadruk dienen te leggen op oplossingen die de ouder die de kinderen verzorgt, vrijstellen van de druk van economische nood; via minimumlonen en sociale-zekerheidsregelingen dient ervoor te worden gezorgd dat het inkomen voldoende is voor de behoeften van het gezin;

  5. is van mening dat een alomvattende aanpak van het gezinsbeleid de toezegging van eerlijke en soepele werkmethoden en -patronen omvat, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan arbeidsrechten en -status, waardoor het mogelijk wordt werk en gezinsleven optimaal te combineren;

  6. constateert met instemming dat er een uitwisseling van ervaringen en meningen tussen de lid-staten op gang is gekomen en verwacht dat deze zich ook zal uitstrekken tot specifieke kwesties in het brede spectrum van het gezinsbeleid;

  7. wenst dat constructieve beleidsmaatregelen en initiatieven, waarin rekening wordt gehouden met de behoeften van het gezin, integraal onderdeel van alle communautaire maatregelen uit gaan maken;

  8. wenst dat er in het stelsel van sociale verzekeringen beter rekening wordt gehouden met onbetaalde werkzaamheden van een van de ouders op het gebied van de opvoeding van kinderen of de verzorging van familieleden;
  9. stelt voor dat de Commissie bovendien een actieprogramma uitwerkt met de volgende prioriteiten:
    • voortzetting van het onderzoek op medisch, sociologisch, psychologisch en pedagogisch gebied teneinde regeringen, parlementen en de samenleving meer inzicht te geven in alle aspecten van het hedendaagse gezinsleven;
    • het organiseren van conferenties waaraan de sociale partners en andere betrokken organisaties deelnemen en waar praktijkgerichte initiatieven worden uitgewerkt voor
      • een betere afstemming tussen het economische en sociaal leven enerzijds en het gezinsleven anderzijds
      • en voor een betere verenigbaarheid van gezins- en beroepstaken;

  10. onderstreept de noodzaak het gezinsrecht aan te passen aan de veranderingen die zich op nationaal en Europees niveau in de functie en de structuur van het moderne gezin hebben voorgedaan;

  11. onderstreept andermaal dat het recht op een gezinsleven automatisch het recht op gezinshereniging van migrerende werknemers inhoudt;

  12. verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen tot opheffing van de restrictieve bepalingen in de wetgeving betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid krachtens welke alleen "wettige echtgenotes(n)" in aanmerking worden genomen;

  13. verzoekt de Commissie gelijke aandacht te besteden aan
    • alle duurzame samenlevingsvormen bij de bestrijding van armoede,
    • de ondersteuning van gehandicapten,
    • en maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid en de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen;

  14. verzoekt de Commissie speciale aandacht te schenken aan de belangen van kinderen als de meest kwetsbare gezinsleden, en de tenuitvoerlegging van de VN-Conventie over de rechten van het kind op alle gebieden van haar werkzaamheden te stimuleren en te ondersteunen;

  15. betreurt het dat het vierde armoedebestrijdingsprogramma in de koelkast is gezet;

  16. is van mening dat maatregelen zoals belastingneutraliteit en compenserende sociale-zekerheidsfaciliteiten moeten worden vastgesteld ter ondersteuning van personen die om gezinsredenen kiezen voor algehele of gedeeltelijke onderbreking van hun beroepsleven;

  17. is van mening dat dienstverlening moet worden opgezet en gestimuleerd ter ondersteuning van gezinnen die onder druk staan en om bij te dragen aan een stabiel klimaat voor gezinnen met kinderen en verlangt dat de Commissie maatregelen neemt ten behoeve van gezinnen in moeilijke omstandigheden en gezinnen in een marginale maatschappelijke positie, met name op het gebied van huisvesting opdat eenieder een menswaardig bestaan kan leiden;

  18. verzoekt de Commissie nogmaals bij de Raad een resolutie in te dienen over mobiliteit van loopbanen en gelijke kansen voor mannen en vrouwen;

  19. dringt erop aan dat de richtlijnen inzake ouderschapsverlof en deeltijdwerk, die momenteel in behandeling zijn, worden aangenomen en ten uitvoer gelegd;
  20. verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is een EU-dekkende campagne op gang te brengen tegen iedere vorm van huiselijk geweld en kindermishandeling;

  21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

8. Combineren van beroep, gezin en privé-leven

Door het Europees Parlement is op 9 maart 2004 een besluit genomen over haar visie op Combineren van beroep, gezin en privé-leven. Dergelijke teksten zijn niet zo gemakkelijk te lezen. Toch is het niet verkeerd dit eens te proberen, er blijken soms heel verrassende dingen in te staan, dingen waar je echt wat aan hebt. Het grote gezin wordt zelfs een aantal malen met name genoemd!

Voor de volledigheid, het Europees Parlement doet aanbevelingen aan de Commissie (de Europese regering).

We proberen deze resolutie op een overzichtelijke manier weer te geven. De resolutie bestaat uit 3 delen:

  1. Het eerste deel geeft aan waarom de resolutie is opgesteld.
  2. In het tweede deel wordt aangegeven welke overwegingen tot het besluit hebben geleid.
  3. Het derde deel, ten slotte, geeft het besluit.
Van de redenen om de resolutie op te stellen, noemen we hier alleen de volgende 2: De overwegingen

We vatten de overwegingen samen:

  1. de bevordering van de werkgelegenheid en de verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden vormt een van de doelstellingen van de Europese Gemeenschap.

  2. de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft.

  3. bescherming bieden aan mannelijke en vrouwelijke werknemers bij de uitoefening van rechten die verbonden zijn aan vaderschap, moederschap of het combineren van het beroeps- en gezinsleven.

  4. de situatie op het gebied van gelijke kansen in al haar facetten moet worden verbeterd, met name door de combinatie van werk en gezin te vergemakkelijken. Deze maatregelen ertoe zouden moeten bijdragen dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in 2010 hoger is dan 60%.

  5. de lidstaten moeten hindernissen voor de deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt uit de weg ruimen en voor 2010 voorzien in kinderopvang
    • voor ten minste 90% van de kinderen tussen drie jaar en de leerplichtige leeftijd,
    • en voor ten minste 33% van de kinderen onder drie jaar,
    De opvang moet zowel in de stad als op het platteland in dezelfde mate voorhanden zijn.

  6. de lidstaten hebben zich ertoe hebben verbonden "mannen en vrouwen in staat te stellen werk- en gezinstaken te combineren" (zie het actieprogramma van Peking).

  7. een betere balans tussen beroeps- en privé-leven draagt bij tot
    • de ontplooiing van mannen en vrouwen,
    • de verhoging van
      • de arbeidsparticipatie van vrouwen
      • en derhalve van de totale arbeidsparticipatie,
      • en het op peil houden van het geboortecijfer,

  8. het bedrijfsleven moet het combineren van het beroeps-, gezins- en privé-leven niet beschouwen als een kostenpost, maar als een nuttige en relevante investering die bevorderlijk is voor de groei op lange termijn,
  9. vrouwen moeten de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen werken, zelfs als ze kinderen hebben, of niet-werken,

  10. de rechten van het kind vormen een van de sleutelelementen van het gezinsbeleid moeten vormen,

  11. Bevolking:
    • 17% van de bevolking in de Europese Unie jonger is dan 15 jaar en 16% ouder is dan 65 jaar,
    • het aantal personen met een handicap ligt tussen 10 en 12% van de bevolking
    • ten minste 15% van de kinderen kampt in meerdere of mindere mate met specifieke leerproblemen (dyslexie, lichte apraxie, rekenstoornissen, concentratieproblemen)
De besluiten

Na deze overwegingen komt het Europees Parlement tot een lijst van 33 standpunten.

  1. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie
    • de richtlijnen voor de werkgelegenheid in de praktijk te brengen

    • en de leesbaarheid te verbeteren van de actieprogramma's waarmee actieve maatregelen ten behoeve van de gelijke kansen op de nationale arbeidsmarkten worden gecofinancierd;

  2. Het Europees Parlement wijst erop dat de goedkeuring van beleid en maatregelen gericht op het combineren van werk en gezin een cruciale bijdrage zal leveren aan het aanpakken van het demografische probleem waarmee de meeste lidstaten te kampen hebben;

  3. Het Europees Parlement is van oordeel dat:
    • het gezinsbeleid de voorwaarden moet scheppen die het mogelijk maken dat de ouders meer tijd met hun kinderen kunnen doorbrengen;
    • een evenwichtiger verdeling van het verrichten van betaalde arbeid en de zorg voor de eigen kinderen zal in veel gevallen een beter contact tussen ouders en kinderen opleveren en ook positieve gevolgen hebben voor de gezinsvorming en een verhoogde gezinsstabiliteit;
    • is van mening dat een algemene reductie van de dagelijkse arbeidstijd de beste manier is voor het combineren van beroeps- en gezinsleven;

  4. Het Europees Parlement is ervan overtuigd dat de grote salariskloof tussen mannen en vrouwen zowel een belangrijke oorzaak is van, als veroorzaakt wordt door de huidige ongelijke arbeidsverdeling en -waarde tussen mannen en vrouwen;

  5. Het Europees Parlement moedigt de Commissie aan om op basis van de in 2000 door de Raad goedgekeurde indicatoren betreffende de combinatie van het gezins- en beroepsleven een follow-upverslag op te stellen over de stand van zaken in de lidstaten en de toetredingslanden, en moedigt tevens de lidstaten aan om verschillende samenwerkingsvormen alsmede netwerken te ontwikkelen voor de uitwisseling van goede praktijken om een exact beeld te krijgen van de werkelijke situatie;

  6. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden hun nationale systemen voor gegevensverzameling nog eens tegen het licht te houden en die geleidelijk verder te ontwikkelen, zodat er jaarlijks statistieken over de negen door de Raad in 2000 goedgekeurde indicatoren kunnen worden verstrekt;

    Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden daarnaast internetsites op te zetten met gegevensbanken over de bestaande ondersteuningsstructuren;

  7. Het Europees Parlement moedigt de lidstaten en de toetredingslanden aan het effect van hun gezinsbeleid te beoordelen ("family mainstreaming"); roept hen ertoe op "gender mainstreaming" en "family mainstreaming" te scheiden; verzoekt daarnaast de Commissie om in het kader van haar mededeling over "effectbeoordeling" uit 2002 (COM(2002) 276), de verschillende dimensies en definities van "gezin" mee te laten wegen bij de beoordeling van het maatschappelijk effect van de voorgestelde maatregelen;

  8. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie met klem de nodige maatregelen te treffen voor het opstellen van een kaderrichtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het combineren van het beroeps-, gezins- en privé-leven om uitvoering te geven aan de resolutie ad hoc van de Raad van 29 juni 2000 en de conclusies van de Europese Raad van Barcelona;

  9. Het Europees Parlement roept de EU-instellingen op om de kansen te bevorderen van hun werknemers om werk, gezins- en privé-leven gedurende het hele leven te combineren, met vernieuwende modellen voor arbeidstijden en werkorganisatie, rekening houdend met het feit dat beide geslachten gelijke kansen en verantwoordelijkheden moeten hebben, en erop toe te zien dat, ten minste, het EU-acquis op het gebied van het sociaal beleid volledig wordt weerspiegeld in de arbeidsvoorwaarden van al hun werknemers;

  10. Het Europees Parlement roept de Commissie op om samen met de Europese sociale partners, de lidstaten, NGO's en vertegenwoordigers van de bij dit onderwerp betrokken commissies van het EP een jaarlijkse conferentie over het combineren van werk en privé-leven te organiseren, teneinde de geboekte vooruitgang in kaart te brengen, bestaande problemen te analyseren en daarvoor oplossingen te vinden;

  11. Het Europees Parlement beveelt aan dat de Commissie een bewustmakingscampagne voert en proefprojecten opzet voor de evenwichtige deelneming van mannen en vrouwen aan het beroeps- en gezinsleven;

  12. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden met klem voorlichtings- en bewustmakingscampagnes te bevorderen om een mentaliteitsverandering teweeg te brengen, gericht op een betere verdeling van de gezinstaken tussen de partners, bij de bevolking als geheel en de specifieke doelgroepen in het bijzonder;

  13. Het Europees Parlement stelt vast dat ook een particulier huishouden een gekwalificeerde baan op het gebied van huishoudelijk werk, kinderopvoeding en zorg kan bieden, en roept de lidstaten op het beroep van huishoudkundige een beter imago te geven;

  14. Het Europees Parlement stelt voor om in elke lidstaat en elk toetredingsland een gids uit te brengen voor de voorlichting aan en bewustmaking van sociale partners, ondernemers, human resources managers en mannelijke en vrouwelijke werknemers; een dergelijke gids moet aangeven waarom het zo belangrijk is voor het bedrijfsleven om goede praktijken die het eenvoudiger maken beroep en gezin te combineren, te stimuleren;

  15. Het Europees Parlement stelt vast dat er, naast de ondersteuning van ouders voor de opvang van hun kinderen en van personen die zorg nodig hebben in de vorm van reguliere toelagen of belastingverlagingen of -vrijstellingen, ook gezocht moet worden naar nieuwe wegen die ouders meer keuzevrijheid bieden, met name in de vorm van geldelijke steun en bonnen (vouchers voor gecombineerde opvang/onderwijs, dienstencheques voor het inschakelen van een thuishulp voor opvang, dienstenbonnen en coupons);

    daarnaast moet voor degenen die de gezinstaken en de kinderopvoeding op zich nemen, na de pensioengerechtigde leeftijd dezelfde sociale zekerheid gelden als voor personen die een beroepsactiviteit hebben uitgevoerd;

  16. Het Europees Parlement beveelt aan dat fiscaal beleid wordt goedgekeurd dat gezinnen niet discrimineert en dat gezinshuishoudens niet op grond van hun omvang extra belast; is ingenomen met het feit dat lidstaten, regionale en gemeentelijke autoriteiten reeds met succes in het kader van hun respectieve bevoegdheden beleid hebben goedgekeurd dat sociale richtsnoeren in deze zin omvat en is, zonder afbreuk te doen aan het subsidiariteitsbeginsel, van mening dat als in het kader van het fiscaal, parafiscaal en tariefbeleid discriminerende overwegingen een rol moeten spelen, deze positief van aard moeten zijn, ten gunste van het gezin en zijn integrerend vermogen moeten komen en grote gezinnen positief moeten discrimineren;

  17. Het Europees Parlement benadrukt tevens dat er in alle lidstaten en toetredingslanden bijzondere toelagen moeten komen, met name voor de volgende gevallen: gehandicapte kinderen, grote gezinnen, meerlinggeboorten en gezinnen met een laag inkomen waar ten minste drie kinderen worden onderhouden;

  18. Het Europees Parlement stelt vast dat eenoudergezinnen, waarbij de ouder in de meeste gevallen de moeder is, specifieke behoeften hebben en verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden dan ook hun steun aan deze gezinnen te verhogen, de aan kinderopvoeding bestede jaren zwaarder te laten wegen en zelfstandige socialezekerheidsrechten te waarborgen;

  19. Het Europees Parlement roept de huidige en de nieuwe lidstaten op om ondernemingen in het kader van een "audit voor een gezinsvriendelijke arbeidswereld" tot een gezinsgeoriënteerd personeelsbeleid aan te moedigen;

  20. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten in overweging te nemen om een deel van de uitgaven van bedrijven die bestemd zijn voor hun werknemers die een gezin onderhouden, voor rekening van de staat te laten komen; de middelen die dankzij deze belastingkorting vrijkomen zouden bijvoorbeeld ingezet kunnen worden voor
    • het stimuleren van deeltijdwerk,
    • het door het bedrijf bijdragen in de kosten van kinderopvang,
    • het werven van personeel voor vervanging tijdens zwangerschapsverlof,
    • vaderschapsverlof,
    • ouderschapsverlof,
    • enz.;

  21. Het Europees Parlement is verheugd over de conclusies van de Europese Raad van Barcelona, waarin de lidstaten nadrukkelijk worden opgeroepen hindernissen voor de deelneming van vrouwen aan de arbeidsmarkt uit de weg te ruimen en voor 2010 te voorzien in kinderopvang voor ten minste 90% van de kinderen tussen drie jaar en de leerplichtige leeftijd, en voor ten minste 33% van de kinderen onder drie jaar;

    benadrukt niettemin dat het voor het halen van deze doelstellingen nodig is dat de nationale, regionale en lokale overheden overgaan tot de verhoging van hun financiële bijdrage voor het opzetten en/of laten functioneren van betaalbare en hoogwaardige diensten voor kinderopvang;

  22. Het Europees Parlement is diep verontrust over de situatie werk-gezin in de nieuwe lidstaten, waar de vroegere infrastructuur voor kinderopvang grotendeels is afgebouwd;

  23. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden te zorgen voor een grotere flexibiliteit en verscheidenheid van de diensten voor de opvang van kinderen, bejaarden en andere afhankelijke personen, teneinde de keuzemogelijkheden te vergroten en in te kunnen spelen op de specifieke voorkeuren, behoeften en omstandigheden van kinderen en hun ouders (met name kinderen met bijzondere behoeften), waarbij onder meer gedacht moet worden aan de beschikbaarheid van deze diensten in alle gebieden en regio's van de lidstaten en de toetredingslanden.

  24. Het Europees Parlement moedigt tevens de nationale, regionale en lokale overheden, de sociale partners, het bedrijfsleven en andere bevoegde instellingen aan
    • om het opzetten van minikinderdagverblijven in en tussen bedrijven te vergemakkelijken,
    • en te werken aan de onderlinge afstemming van werktijden,
    • schooltijden (met inbegrip van buitenschoolse activiteiten en huiswerk onder toezicht)
    • en de gangbare tijden in het maatschappelijk leven (met name openingstijden van winkels en instellingen, vervoer, enz.);

  25. Het Europees Parlement beveelt aan dat de lidstaten en regionale en gemeentelijke autoriteiten, zonder afbreuk te doen aan het subsidiariteitsbeginsel en in het kader van hun respectieve bevoegdheden, een gezinsvriendelijk huisvestings- en urbanisatiebeleid uitstippelen en uitvoeren met humane en geïntegreerde stedelijke landschappen die de gemeenschapszin als uitgangspunt hebben, met ruimten die voldoen aan de fundamentele behoeften van gezinnen die uit meerdere generaties bestaan (kinderen en jongeren, werkende gezinsleden en gepensioneerde bejaarden) en onder voorwaarden die leiden tot een betere combinatie van het school-, beroeps-, privé- en gezinsleven van al hun leden;

  26. Het Europees Parlement verzoekt de lidstaten en de toetredingslanden met klem over te gaan tot de verruiming van de mogelijkheden van betaald ouderschapsverlof met een niet-overdraagbaar deel, waarbij de keuzevrijheid van de ouders vooropstaat, van andere vormen van langdurig verlof, met name sabbatsverlof, en kort buitengewoon verlof (zoogrecht, zorgverlof), waarbij een zekere mate van flexibiliteit moet worden gehanteerd rondom de verdere invulling van het verlof om het personen die in een situatie van integratie verkeren, gemakkelijker te maken weer aan het werk te gaan;

  27. Het Europees Parlement roept de lidstaten en de kandidaatlanden op Richtlijn 75/117/EEG over de onderlinge aanpassing van de wettelijke bepalingen van de lidstaten over de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen volledig uit te voeren, om beslissingen over ouderschapsverlof en ander verlof onder meer op basis van gelijke beloning te kunnen treffen;

  28. Het Europees Parlement roept op tot meer maatregelen ter begeleiding en opleiding van personen die werk zoeken of herintreden, teneinde hen (weer) in de arbeidsmarkt op te nemen, waarbij er met name voor moet worden gezorgd dat gebruik kan worden gemaakt van mogelijkheden voor voortgezette beroepsopleiding tijdens het ouderschapsverlof;

  29. Het Europees Parlement herinnert eraan dat het leren gedurende het hele beroepsleven, alsook de toegang voor vrouwen tot de informatiemaatschappij, slechts mogelijk is indien studieverloven financieel mogelijk worden gemaakt, hetzij door middel van financiële steun van de overheid, hetzij door middel van arbeidsgerelateerde regelingen;

  30. Het Europees Parlement onderstreept tevens het belang van flexibele werktijden en en waar mogelijk telewerk, waardoor mannelijke en vrouwelijke werknemers hun werk-, gezins- en opvoedingstaken kunnen vervullen en daarbij de juiste balans tussen hun belangen en die van de werkgever kunnen vinden;

  31. Het Europees Parlement beschouwt de bevordering van kwalitatief goed deeltijdwerk voor mannen én vrouwen als essentieel; benadrukt niettemin dat deeltijdwerk alleen maar een doeltreffend middel voor het combineren van werk en gezin en het bevorderen van gelijke kansen kan zijn als de deeltijdmogelijkheid op alle werkniveaus bestaat, de loopbaanperspectieven op de langere termijn niet op de tocht komen te staan, het geboden niveau van sociale bescherming redelijk is en de werkbelasting niet te hoog is;

  32. Het Europees Parlement betreurt het dat de hulp aan ouderen niet de aandacht krijgt die deze verdient en verzoekt de lidstaten met klem naar een toereikend aanbod aan ouderenzorg van goede kwaliteit te streven, met inbegrip van thuiszorg voor bejaarden door adequaat opgeleid personeel;

  33. Het Europees Parlement verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten en de toetredingslanden.

9. Bevolkingsopbouw Europese Unie

De EU staat aan de vooravond van grote veranderingen in de samenstelling van de bevolking. Echt groot lijken de problemen te worden in 2030. Lees meer hierover op Europe's population is getting older. How will this affect us and what should we do about it?
Niets van deze site mag worden overgenomen zonder onze uitdrukkelijke toestemming. WeCo Web Technology
Voor vragen en opmerkingen kunt u direct contact opnemen met , of via het reactieformulier.